Ga direct naar
Eerste Reactie van het Nederlands Huisartsen Genootschap op beleidsagenda 2009 VWS
Samenhang in de zorg
De minister bestempelt de eerstelijnszorg als ruggengraat van onze gezondheidszorg en benadrukt het belang van samenhang in de zorg. Zijn Beleidsagenda biedt daarvoor evenwel geen adequate aanknopingspunten. VWS gaat mogelijk maken dat de bekostiging en de risicoverevening beter op die samenhang en nabije zorg afgestemd wordt. Een meer functionele bekostiging van de eerstelijnszorg ondersteunt de ontwikkeling waarbij de zorg als het ware naar de mensen toekomt en in de nabijheid van de cliënt wordt georganiseerd. Het NHG is van mening dat een meer functionele bekostiging van eerstelijnszorg zorg juist tot versnippering van zorg leidt in plaats van tot de beoogde samenhang.
EPD
Komend jaar worden huisartsenposten, huisartsenpraktijken, apotheken en ziekenhuizen aangesloten op het landelijk schakelpunt (LSP). De achterliggende gedachte is dat dit de communicatie zou bevorderen. Het NHG is het niet eens met dit beleid. De minister wijst erop dat reeds 98% van de huisartsen een EPD gebruikt. Deze ontwikkeling is vanuit de begroepsgroep zelf gekomen zonder tussenkomst van de overheid. Het NHG pleit ervoor niet eenzijdig te investeren in een LSP, maar vindt dat gefocust moet worden op regionale uitwisseling en goed gegevensbeheer: goede bronbestanden zijn de basis voor goede zorgverlening.
Integratie SEH/HAP
VWS stimuleert de integratie van huisartsenposten in de afdelingen spoedeisende hulp. Dit lijkt weliswaar een goede ontwikkeling, maar het staat nog niet vast wat de beste werkwijze is wat betreft kwaliteit van zorg. Het NHG dringt aan op de reservering van budget voor onderzoek en evaluatie van deze ontwikkeling.
Veiligheid
Veiligheid begint met door de beroepsgroep opgestelde richtlijnen. Het NHG ervaart dit als steun voor zijn richtlijnenbeleid. Het NHG ondersteunt initiatieven die de ontwikkeling en implementatie van richtlijnen stimuleren, vooral in de tweedelijnszorg. De positie van het door de minister voorgestelde regieorgaan Kwaliteit en Veiligheid is vooralsnog onduidelijk.
Kwaliteitsindicatoren
Per zorgsector worden indicatorensets ontwikkeld die zorginhoudelijke indicatoren, cliëntervaringen (CQ-index) en etalage-informatie bevatten. Het NHG is van mening dat de rol van kwaliteitsindicatoren als sturingsinstrument in de zorg wordt overschat. Wel onderschrijven wij de ontwikkeling van kwaliteitsindicatoren door en voor de beroepsgroep zelf ter verbetering van de patiëntzorg.
Preventie
VWS wil de preventieve activiteiten in de curatieve zorg uitbreiden. Mits voldaan is aan een aantal voorwaarden, zullen de beweegkuur en stoppen met roken, depressiepreventie en zelfmanagement van chronisch zieken straks tot het basispakket behoren. VWS stelt hiervoor 5,3 miljoen euro voor proefimplementaties beschikbaar. Wanneer sprake is van medische indicatie wordt voor deze programmas een vergoeding gegeven aan mensen met een chronische aandoening en soms ook voor mensen die hoge risicos lopen. Het NHG ontwikkelt met enkele samenwerkingspartners een PreventieConsult, waarmee wordt beoogd mensen met (hoog risco op) bijvoorbeeld diabetes of hart -en vaatziekten actief op te sporen en adequate zorg te verlenen om (verergering van) ziekte te voorkomen. Het NHG zou graag zien dat de implementatie en evaluatie van het PreventieConsult mogelijk wordt gemaakt.
Extra praktijkondersteuning
De huisartsenzorg in de eerstelijn is gebaat bij een toename van het aantal doktersassistenten en praktijkondersteuners (POHers). Bewezen is dat de inzet van POHers heeft geleid tot taakdelegatie en de effectiviteit en de kwaliteit van de zorg ten goede komt. Doktersassistenten hebben in de afgelopen jaren steeds meer taken in de praktijk op zich genomen zoals telefonische triage en afhandeling van eenvoudige klachten, cervixuitstrijkjes, labonderzoek, wondbehandeling en dergelijke. Het beleid van VWS richt zich eenzijdig op het verhogen van het aantal Physician assistants en Nurse Practitioners die vooral werkzaam zijn in de tweede lijn en in de huisartsenpraktijk geen rol van betekenis spelen. Beleid dat zich richt op een uitbreiding van het aantal praktijkondersteuners en doktersassistentes is dringend gewenst.

