Ga direct naar
Inspectie schrijft voor hoe te dweilen, maar laat de kraan open
In het rapport ‘Behandelrichtlijnen en geneesmiddelenformularia vatbaar voor beïnvloeding door de farmaceutische industrie’ doet de Inspectie voor de Gezondheidszorg een aantal aanbevelingen. Deze hebben vooral betrekking op de mogelijke relaties van leden van werkgroepen die richtlijnen samenstellen met de farmaceutische industrie. Opvallend is dat de Inspectie aanbevelingen doet voor strengere regels in het proces van richtlijnontwikkeling maar het probleem niet bij de bron aanpakt.
Betalingen openbaar
De inspectie verwacht wel van de richtlijnontwikkelaars dat zij een standpunt innemen over de wenselijkheid van het openbaar maken van alle banden die de farmaceutische industrie heeft. Maar IGZ pleit niet voor een verplichting aan geneesmiddelenproducenten om alle betalingen aan onderzoekers en adviseurs openbaar te maken. Verklaringen over belangenverstrengeling zouden daarmee overbodig worden. Het NHG heeft al eerder gepleit voor een zogenaamde ‘Sunshine Act’ naar Amerikaans voorbeeld.
In dit verband is het ook opvallend dat de Inspectie constateert dat het nagenoeg gratis aanbieden van geneesmiddelen aan ziekenhuizen in belangrijke mate invloed heeft op regionale formularia , maar zij doet geen aanbevelingen dit aan banden te leggen. Met de aanbevelingen van de IGZ blijft het daarmee dweilen met de kraan open.
Onmogelijk
Deskundigen betrokken bij richtlijnontwikkeling zijn veelal ook betrokken bij wetenschappelijk onderzoek op het betreffende gebied. Wetenschappelijk onderzoek in Nederland kan helaas vrijwel alleen plaatsvinden met behulp van externe financiering. In de geneeskunde wordt veel wetenschappelijk onderzoek gefinancierd door middel van een zogenaamde onvoorwaardelijke bijdrage (unrestricted grant) van de farmaceutische industrie. In de praktijk is het dus onmogelijk om richtlijnen op te stellen in een werkgroep met uitsluitend volledig onafhankelijk deskundigen.
Onafhankelijkheid gewaarborgd
Het Nederlands Huisartsen Genootschap is zich hier terdege van bewust en is in al zijn activiteiten, maar zeker bij de richtlijnontwikkeling, alert op mogelijke afhankelijkheid ten opzichte van de geneesmiddelproducenten en andere commerciële partijen. Het ontwikkelingsproces van een NHG-Standaard biedt daartoe de nodige waarborgen. De onderwerpselectie vindt plaats door de onafhankelijke NHG Adviesraad Standaarden. De werkgroepen zijn gemêleerd samengesteld. Naast huisartsen met extra deskundigheid vanuit wetenschappelijk onderzoek zijn er juist ook leden die hierbij geen betrokkenheid hebben, maar vooral vanuit de praktijk deskundig zijn. Bij elke richtlijn vindt een externe commentaarronde plaats en tot slot beoordeelt een onafhankelijke Autorisatiecommissie het eindproduct. De procedure voor de ontwikkeling van de NHG-Standaarden is op onze website terug te vinden in het zogenaamde Procedureboek.
Verklaringen
Het NHG vraagt verklaringen rond mogelijke belangenverstrengeling aan leden van de werkgroep en deze verklaringen worden ook openbaar gemaakt bij de publicatie van de richtlijn.
Naar aanleiding van het rapport van de IGZ zullen we ook aan het eind van het ontwikkelingsproces van een NHG-Standaard een actualisering van de verklaring vragen en een vraag over opties of aandelen toevoegen.
Verder zal het NHG dit rapport agenderen voor het platform voor Evidence-Based Richtlijn Ontwikkeling (EBRO-platform). De deelnemers van dit platform streven naar een hoge kwaliteit van richtlijnen met de principes van evidence based medicine.

