U bent nu hier:

Actueel dossier

Nieuwe LESA en patiëntenbrieven: Ondervoeding

De LESA Ondervoeding geeft aan dat gezamenlijke behandeling van ondervoeding in de eerste lijn de moeite waard is. In deze LESA zijn afspraken gemaakt over screening door de (wijk)verpleging, diagnostiek en verwijzing door de huisarts en behandeling door de  diëtist. Bovendien afspraken over de momenten waarop consultatie of berichtgeving nodig is. Je vraagt je af : Is dit nodig?

Ja zeker: ondervoeding leidt tot langzamer herstel  en meer complicaties van medische behandelingen en bovenal tot een hogere mortaliteit. Voedingsbehandeling  is succesvol gebleken in de 2e lijn en het effect in de 1e lijn wordt nu onderzocht en lijkt ook positief.    

Wat kan de  individuele huisarts met de LESA Ondervoeding?

In de LESA staan heldere definities van (risico op) ondervoeding  beschreven. Bovendien vind je er de groepen bij wie ondervoeding veel voorkomt,  zoals kwetsbare ouderen thuis of in een verzorgingshuis,  patiënten met multimorbiditeit, lichamelijke beperkingen of verwaarlozing. 
 De anamnese is meestal onbetrouwbaar. Meet liever het gewicht en het percentage gewichtsverlies in de afgelopen maand  of half jaar en bepaal de BMI. Verwijs bij ondervoeding naar een diëtist  want  alleen een dieet of drinkvoeding is onvoldoende effectief.  De diëtist geeft een individueel voedingsbehandelplan en kan ook motiverende gesprekken voeren en lichaamsbeweging stimuleren.
Met de (wijk)verpleging zijn afspraken gemaakt: zij screenen op ondervoeding bij hun intake en begeleiding.  Ze verwijzen de patiënten dan naar  de huisarts, maar in sommige plaatsen is protocollair geregeld dat ze rechtstreeks naar een diëtist verwijzen. Bij risico op ondervoeding geven ze voorlichting . De momenten van  overleg met de huisarts of diëtist staan in een overzichtelijk schema.

De LESA gaat  over volwassenen  maar  ondervoeding komt in Nederland ook veel bij kinderen  voor.  In het NTvG van 19 juni 2010 stond in het omslag artikel dat 20% van de opgenomen kinderen in Nederland ondervoed is, terwijl maar bij 40% een onderliggende ziekte de ondervoeding kan verklaren.

Ook aandacht voor ondervoeding in NHG-Standaarden

Het NHG heeft een module ontwikkeld over ondervoeding die vanaf nu gebruikt gaat worden bij het (her)schrijven van een standaard. Het is van belang dat huisartsen alert zijn op ondervoeding, vooral bij kwetsbare ouderen.

Ondervoeding bij volwassenen wordt gedefinieerd als: onbedoeld gewichtsverlies van meer dan 5% in de afgelopen maand of meer dan 10% in het afgelopen half jaar of een BMI minder dan 18,5 (en < 20 voor ouderen >65 jaar). Tot nu toe was alleen in de standaard COPD aandacht voor ondervoeding, maar (risico op) ondervoeding speelt bij veel meer ziekten een rol, zoals bij patiënten na een CVA, met decubitus, dementie, depressie, hartfalen, inflammatoire darmziekten, maligniteiten en reumatoïde artritis.

Alert bij kwetsbare ouderen

Ondervoeding leidt tot langzamer herstel na ­en meer complicaties bij­ medische behandelingen en bovenal tot een hogere mortaliteit. Het is daarom van belang dat huisartsen alert zijn op ondervoeding bij kwetsbare ouderen thuis, in een verzorgingshuis of woonzorgcentrum. Dat geldt evenzeer bij patiënten met multimorbiditeit of lichamelijke beperkingen en bij patiënten met psychosociale problemen en verwaarlozing.

Nieuwe patiëntenbrieven over ondervoeding

Naar aanleiding van de LESA zijn ook een twee nieuwe patiëntenbrieven ontwikkeld met als onderwerpen voeding bij kans op ondervoeding en kans op ondervoeding. U ontvangt de volledige tekst van de LESA als bijlage in H&W 7. Ook staat de LESA op de NHG-website

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd