U bent nu hier:

Onderzoek naar lijkschouwing

Utrecht, 2 februari 2006


Vandaag publiceert Huisarts & Wetenschap de resultaten van een onderzoek naar de ervaringen van huisartsen met lijkschouwing. Ruim 86 procent van de 250 benaderde huisartsen heeft meegewerkt aan de enquête.
Hieruit blijkt onder meer dat de meeste ondervraagden voorstander zijn van een wettelijke verplichte lijkschouw bij plotseling overledenen, in het bijzonder bij minderjarigen.


Het NHG vindt het positief dat veel huisartsen bereid zijn kritisch naar zichzelf te kijken en hun ervaringen te vermelden. De beroepsgroep geeft aan een beperking te ervaren in het  interpreteren van letsel. Hoewel de resultaten interessant zijn, gaat het hier om beleving en ervaringen, en niet om onderbouwde feiten. Nader onderzoek naar de feitelijke gang van zaken kan meer zicht geven op wat er werkelijk gebeurt.

Volgens het onderzoek zegt elf procent van de huisartsen wel eens een verklaring van natuurlijk overlijden te hebben afgegeven en hierover twijfels te hebben gehad. In de berichtgeving wordt dit onjuist geïnterpreteerd als zou in meer dan tien procent van de gevallen een verklaring van natuurlijke dood worden afgegeven terwijl er gerede twijfel bestaat. Het onderzoek toont slechts aan dat bij elf procent van de huisartsen in de jaren dat zij praktijk doen ooit eens (mogelijk achteraf) twijfel is gerezen. Bij twijfel op het moment zelf moet de gemeentelijk lijkschouwer altijd ingeschakeld worden. Op veel plaatsen vindt overigens bij onverwacht overlijden van kinderen al nader onderzoek plaats, bijvoorbeeld door de kinderarts, op basis van lokale protocollen.


Een verplichte lijkschouw door de gemeentelijk lijkschouwer bij in elk geval alle minderjarigen die onverwacht overlijden zou de gangbare procedure moeten zijn, stelt het NHG. Als een arts expertise heeft op dit gebied, kan hij letsel bij minderjarigen goed herkennen en interpreteren. En de huisarts kan zich in dergelijke situaties richten op het opvangen van de ouders, die geconfronteerd zijn met een enorm verlies.


Lijkschouw en het afgeven van een verklaring van natuurlijke dood kunnen plaatsvinden door de behandelend arts. In de loop der jaren is het begrip behandelend arts echter opgerekt. Hierdoor kan het voorkomen dat huisartsen die de patiënt niet kennen en ook niet of nauwelijks over informatie uit de voorgeschiedenis beschikken, beschouwd worden als behandelend arts. Als huisartsen op deze basis geen verklaring af kunnen en willen geven, ontstaat er soms discussie over de rol van de gemeentelijke lijkschouwer. Het Nederlands Huisartsen Genootschap is van mening dat de (wettelijke) regelingen en afspraken geactualiseerd moeten worden. Uitgangspunt bij deze veranderingen moet het verbeteren van de objectiveerbare kwaliteit van het handelen zijn.


Het NHG is erg geïnteresseerd in uw ervaringen. Heeft u een casus voor ogen die u wilt delen? Stuur uw reactie naar info@nhg-nl.org


Meer informatie



  • De website van Huisarts en Wetenschap is te vinden op: www.henw.org.
  • Voor een samenvatting van de inhoud van het meest recente nummer van Huisarts en Wetenschap kunt u terecht op:  Deze maand in H&W

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd