U bent nu hier:

Q-koorts: een reëel risico in Nederland!

Het aantal patiënten met Q-koorts is opgelopen tot 1429 (per 24 juni). In de regio’s (Zuid-Oost) Brabant en Limburg, maar ook in Midden Nederland en Utrecht zijn gevallen vastgesteld. De bacteriële verwekker van Q-koorts - Coxiella burnetii- komt vooral voor bij wilde knaagdieren en huisdieren, zoals rund, schaap en geit en wordt overgebracht door het inademen van stofdeeltjes met bacteriën of door consumptie van besmette rauwe melk. Geïnfecteerde dieren, die zelf niet ziek zijn scheiden bacteriën uit met de lichaamsvochten (traanvocht, urine, slijm, speeksel, melk, vruchtwater) en vooral tijdens het kalven of lammeren.

Ziekteverschijnselen en beloop
Meestal vertoont men na infectie geen symptomen (60%) of een griepachtig beeld (20%) na een incubatietijd van 3 -6 weken. Het begint met hoofdpijn, koorts, later spierpijn, zweten, verminderde eetlust, misselijkheid, braken, diarree en een relatief lage hartslag. 20% van de besmette patiënten wordt ernstig ziek met pneumonie of hepatitis. Zelden (1-5%) ontstaat een chronische infectie bij personen met vaatafwijkingen of verminderde weerstand, waarbij ook de hartkleppen betrokken kunnen raken. Zwangeren hebben na besmetting weinig symptomen, maar wel een groter risico op zwangerschapscomplicaties (abortus en vruchtdood) en een chronisch beloop.
De meeste patiënten genezen spontaan in 2 weken, soms resteert een postinfectieus syndroom met vooral moeheid.
Behandeling van Q-koorts is mogelijk met 2-3 weken doxycycline (200 mg) of ofloxacin (2 dd 400 mg), bij zwangeren co-trimoxazol.

Diagnose en melding
De huisarts zal vooral aan Q-koorts denken bij patiënten met ‘griep’verschijnselen die contact hebben met dieren (veebedrijven, maar ook personeel van  kinderboerderijen en slachtbedrijven) of ernstige gevallen met pneumonie of hepatitis, waarbij de diagnose serologisch bevestigd moet worden. Q-koorts is een aangifteplichtige ziekte type C.

Preventie
Preventie van besmetting is vanwege het voorkomen in stofdeeltjes en de lange overlevingstijd van de bacterie moeilijk. Algemene hygiënische maatregelen zijn belangrijk vooral bij de risicoberoepen. Dieren kunnen worden gevaccineerd, hetgeen vooral aangewezen is bij plaatsen als kinderboerderijen met veel contacten buiten de risicoberoepen.

Uitgebreide informatie is te vinden bij het RIVM: www.rivm.nl/cib/infectieziekten-A-Z/infectieziekten/Q_koorts

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd