Toename soa consulten bij huisarts.
Het aantal consulten bij de huisartsen over seksueel overdraagbare aandoeningen neemt toe. Twee publicaties hierover bevestigen de belangrijke plaats die de huisarts inneemt in de soa zorg in Nederland. Het eerste artikel onderzocht het aantal soa consulten in de periode 2002 tot en met 2007 in huisartspraktijken en soa poli’s. Op beide locaties werd een stijging gezien van het aantal soa consulten. Ongeveer 70% van de soa consulten en 80-85% van de soa diagnoses vonden plaats in de huisartspraktijk. In de huisartspraktijken steeg het aantal consulten van 664/ 100.000 in 2002 naar 955/ 100.000 patiënten in 2007. Een stijging van 44%. Voor meer info: Trends in sexually transmitted infections in the Netherlands (pdf).
De stijging van het aantal soa-consulten wordt bevestigd in het jaarlijkse rapport van het RIVM, “Sexually transmitted infections including HIV in the Netherlands”. In dit rapport worden naast de gegevens van de soa poliklinieken nu ook gegevens van huisartsen gemeld. De huisartsencijfers zijn gebaseerd op het LINH databestand. In 2008 wordt ten opzicht van 2007 een sterke toename geconstateerd van vragen over soa of testverzoeken ( ICPC code X23, Y25 en B25). Naar schatting zien huisartsen op jaarbasis zo’n 225.000 soa-gerelateerde consulten. Op de soa poli’s werden in 2009 93.000 patiënten gezien. Toename in soa consulten betekent overigens niet automatisch toename in onveilig vrijen. Het betekent vooral dat de huisarts en de soa poli in toenemende mate wordt gevonden voor vragen over en testen van soa en hiv. Ook blijft de huisarts het belangrijkste aanspreekpunt in de soa-zorg. Voor meer informatie: Sexually transmitted infections including HIV in the Netherlands 2009 (pdf).
Sekshag
