Spirometrie blijft apart declareerbaar buiten keten DBC
Dit schrijft Minister Klink aan de Eerste Kamer naar aanleiding van vragen over de invoering van keten DBC's in de eerste lijn.
Huisartsen moeten de mogelijkheid hebben om deze verrichting nog te declareren als ze niet deelnemen aan een ketenzorg DBC. Dit geldt ook voor de bekostiging van de POH somatiek omdat die ook zorg levert aan patiënten met geen chronische ziekte.
De Minister schrijft:
'Ook huisartsen moeten naar mijn mening terug kunnen vallen op de bestaande bekostiging, indien zij besluiten de zorg voor chronisch zieken niet via de keten-DBCs te willen declareren. De praktijkondersteuner (POH) moet dus inderdaad ook op een andere manier dan alleen via de keten-DBCs gecontracteerd kunnen worden. Dit te meer omdat de praktijkondersteuner ook zorg voor patiënten levert die niet chronisch ziek zijn.
Ook de vier huidige verrichtingen die zijn gerelateerd aan de chronische aandoeningen en die via de zogenaamde 13 codes van de module Modernisering en Innovatie (M&I) kunnen worden gedeclareerd, moeten nog kunnen worden gedeclareerd in de toekomst. Het gaat onder andere over de “longfunctiemeting” en “diabetes instellen op insuline” en diabetesbegeleiding. De wijzigingen die ik voornemens ben te treffen in de huisartsenbekostiging hebben daarom het uitgangspunt dat de zorg ook zonder keten DBCs moet kunnen worden gedeclareerd.
De POH kan daarom vanaf 2011 gewoon via de Module M&I worden gecontracteerd. Dit is mijns inziens juist een belangrijke vooruitgang. Immers, op dit moment is het volgens de bestaande beleidsregels slechts mogelijk om één praktijkondersteuner te contracteren op drie huisartsen. Bovendien kent de huidige bekostiging van een praktijkondersteuner een maximumtarief per verzekerde en een maximum consulttarief. De bekostiging van de praktijkondersteuner kent dus zijn beperkingen. In de nieuwe systematiek geldt een vrij tarief per verzekerde die via de M&I kan worden gecontracteerd. Verzekeraars en huisartsen kunnen zelf bepalen voor welk tarief de praktijkondersteuner dus wordt gecontracteerd. Er zijn ook geen beperkingen in de hoeveelheid praktijkondersteuners die kunnen worden gecontracteerd.
Vanaf 2011 wordt de praktijkondersteuner dus of via de ketens of via de M&I of via beide systematieken gecontracteerd. Het is aan de veldpartijen zelf dit nader in te vullen op basis van de individuele praktijksituatie.
Verder zullen vanaf 2011 een aantal 13 codes in de M&I worden omgezet naar de 14 codes. Dit zijn echter niet de verrichtingen die niet direct betrekking hebben op de chronische zorgverlening. De reden dat ik deze verrichtingen, zoals bijvoorbeeld ECG en audiometrie, wil omzetten van een 13 code in de M&I naar een 14 code, is vanwege het feit dat ik van mening ben dat deze verrichtingen geen juiste prikkel hebben volgens de huidige systematiek. Diagnostische verrichtingen worden idealiter niet via een verrichtingen tarief gehonoreerd. Via de 14 code kan op basis van een bedrag per verzekerde per jaar een afspraak worden gemaakt over deze diagnostische verrichtingen.
De vier verrichtingen die gerelateerd zijn aan de ingevoerde ketenzorg, kunnen gewoon via de 13 codes van de module M&I worden gedeclareerd. Die zal ik dus handhaven.'
Bron: Huisartsvandaag
