U bent nu hier:
M04

Enkeldistorsie   M04   (januari 2000)




RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEKNHG Standaard

  • Ga eerst na of een röntgenfoto geïndiceerd is.
  • Bij veel pijn en zwelling: beoordeel opnieuw na 4-7 dagen.

AnamneseNHG Standaard

Vraag naar:

  • tijdstip en aard van het trauma (verzwikking, val, geweld van buitenaf);
  • belastbaarheid direct na het trauma (staan, lopen);
  • pijn: ernst, lokalisatie, verloop na het trauma;
  • eerder klachten of trauma van de enkel.

Lichamelijk onderzoekNHG Standaard

Vergelijk steeds de linker- en de rechterzijde.

  • Inspecteer:
    • stand van de voet ten opzichte van het onderbeen;
    • zwelling: plaats en omvang;
    • hematoomverkleuring;
    • belastbaarheid van de voet: patiënt enkele stappen laten lopen.
  • Palpeer en beoordeel de drukpijnlijkheid van:
    • de achterzijde van de onderste zes cm van de laterale en mediale malleolus;
    • de basis van het os metatarsale V en het os naviculare;
    • de voorzijde van de laterale malleolus (de insertie van het ligamentum fibulotalare anterius).
  • Voer de voorste schuifladetest uit.

Aanvullend onderzoekNHG Standaard

Vraag röntgenfoto aan bij:

  • standsafwijking voet;
  • onvermogen enkele stappen te lopen direct na trauma en tijdens consult; -
  • pijn bij palpatie van
    • de achterzijde van de onderste zes cm van de laterale of mediale malleolus;
    • de basis van het os metatarsale V;
    • het os naviculare.

EvaluatieNHG Standaard

  • Stel de diagnose distorsie (in eerste consult of na herbeoordeling) bij:
    • goede belastbaarheid (lopen), geringe zwelling en pijn;
    • geen hematoomverkleuring;
    • negatieve voorste schuifladetest.
  • Stel de diagnose ruptuur (uitsluitend na herbeoordeling na 4-7 dagen) bij:
    • pijn bij palpatie van de voorzijde van de laterale malleolus, én
    • hematoomverkleuring of positieve voorste schuifladetest.

RICHTLIJNEN BELEIDNHG Standaard

Voorlichting, adviezen, niet-medicamenteuze behandeling en controleNHG Standaard

Leg bij distorsie het volgende uit:

  • De enkelband is uitgerekt, het hervatten van de normale bezigheden is binnen 1-2 weken mogelijk.
  • Specifieke behandeling is niet nodig.
  • Controle is alleen bij klachten nodig.

 Geef bij een ruptuur de volgende voorlichting:

  • De enkelband is (deels) gescheurd, tapebandage ondersteunt het herstel.
  • Adviseer desgewenst pijnstillers (paracetamol).
  • Adviseer sporters ter secundaire preventie een enkelbrace.
  • Leg bij tapebandage uit:
    • Het principe: voorkomen van inversie, maar afwikkelen van de voet blijft mogelijk;
    • De duur: 6 weken; controleren en verwisselen is iedere 2 weken nodig.

Geef de volgende instructies: eerst onbelast bewegen (plantair- en dorsaalflexie voet), daarna belast oefenen (lopen met normale afwikkeling voet), bij toename pijn stoppen en volgende dag opnieuw beginnen.

Verwijzing en consultatieNHG Standaard

  • Bij een fractuur: verwijs naar (orthopedisch) chirurg.
  • Bij forse beperkingen na adequate behandeling en ondanks preventieve maatregelen: overweeg verwijzing naar fysiotherapeut voor oefentherapie.
  • Bij onvoldoende effect van oefentherapie: overweeg verwijzing naar of consultatie van orthopedisch chirurg.

Uitvoering en interpretatie voorste schuifladetestNHG Standaard

Voer de test als volgt uit.

  • Positie van de patiënt:
    • in rugligging met bovenbeen op onderzoeksbank en onderbeen afhangend of
    • zittend met afhangend been.
  • Omvat de hiel en ondersteun de voetzool met de onderarm; breng de voet vanuit nulstand (voet in 90° ten opzichte van onderbeen) in 10 tot 15° plantairflexie.
  • Omvat met de andere hand de voorzijde van het onderbeen ca. 10 cm boven de enkel.
  • Vraag patiënt te ontspannen.
  • Beweeg de voet naar ventraal bij gefixeerd onderbeen.

Interpretatie: positief als de voet ten opzichte van het onderbeen circa 1 cm of meer naar ventraal beweegt in vergelijking met de gezonde zijde.