U bent nu hier:
M10

Problematisch alcoholgebruik   M10   (april 2005)




BEGRIPPENNHG Standaard

  • Problematisch alcoholgebruik: drinkpatroon dat leidt tot lichamelijke klachten, psychische of sociale problemen en verhindert dat bestaande problemen adequaat worden aangepakt.
  • Binge-drinken: drinken van zeer veel alcohol in korte tijd afgewisseld met dagen zonder alcoholgebruik.
  • Alcoholintoxicatie: na forse inname van alcohol (met andere middelen): hypothermie, braken, dehydratie, hypotensie, hypoglykemie, verwardheid, onrust, bewustzijnsdaling en ademdepressie.
  • Onthoudingsverschijnselen bij plotselinge vermindering of beëindiging van alcoholgebruik: slaapproblemen, prikkelbaarheid, angst, hoofdpijn, maag-darmproblemen, hypertensie en tremoren.

Groepen met een verhoogd risico op en door problematisch alcoholgebruik:

  • mannen met psychosociale problemen na ingrijpende levensgebeurtenissen;
  • positieve familieanamnese met problematisch alcoholgebruik;
  • ouderen, patiënten met een chronische (psychische) ziekte (interactie met medicijnen), zwangeren.

DIAGNOSTIEKNHG Standaard

Indirecte signalen van problematisch alcoholgebruik: psychische en sociale problemen; slaapstoornissen; frequent gebruik van tranquillizers en hypnotica; klachten als moeheid, tremoren, palpitaties, overmatig transpireren, maag-darmproblemen; regelmatig ongevallen en jicht.

AnamneseNHG Standaard

Ontstaan en versterken van vermoeden

Breng de klacht in verband met alcoholgebruik:

  • Bij mensen die dezelfde klachten hebben als u, kunnen deze klachten verband houden met alcoholgebruik. Hoe staat het met uw alcoholgebruik?
  • Heeft u zelf wel eens overwogen dat deze klachten kunnen samenhangen met alcoholgebruik?

Bevestigen van vermoeden in gesprek met patiënt

Met de vragen van de Five Shot Test krijgt de huisarts ook een indruk van de omvang van het alcoholprobleem:

  1. Hoe vaak drinkt u alcoholische dranken?
  2. Hoeveel alcoholische dranken gebruikt u op een typische dag waarop u alcohol drinkt?
  3. Ergert u zich wel eens aan mensen die opmerkingen maakten over uw drinkgewoonten?
  4. Voelt u zich wel eens schuldig over uw drinkgewoonten?
  5. Drinkt u wel eens ‘s ochtends alcohol om de kater te verdrijven?

Vraag naar de functie van het alcoholgebruik:

  • positieve effecten, zoals prettig en minder geremd voelen;
  • gevoelens en ideeën rondom alcoholgebruik;
  • problematiek zoals depressie of angststoornissen;
  • omstandigheden waaronder patiënt drinkt.

Lichamelijk onderzoekNHG Standaard

Bloeddrukmeting is wel zinvol, verder alleen op basis van klachten.

Aanvullend onderzoekNHG Standaard

Laboratoriumonderzoek (CDT (koolhydraatdeficiënt transferrine), γGT en MCV): niet aanbevolen.

EvaluatieNHG Standaard

Diagnose wordt gesteld bij lichamelijke, psychische en/of sociale problemen die een relatie hebben met problematisch alcoholgebruik. De geconsumeerde hoeveelheid alcohol is - behalve bij een intoxicatie - van ondergeschikt belang.

Motivatie van de patiënt tot gedragsverandering, uitkomsten van eerdere pogingen om problematisch alcoholgebruik aan te pakken en de ernst van opgetreden lichamelijke afwijkingen bepalen het beleid.

BELEIDNHG Standaard

VoorlichtingNHG Standaard

Informeer de patiënt over risico’s en het verband tussen zijn klachten en alcoholgebruik.

Grenzen voor veilig alcoholgebruik zijn individueel verschillend:

  • vrouwen maximaal 14 E per week;
  • mannen maximaal 21 E per week;
  • ouderen maximaal 1 E per dag.

Stadia van gedragsverandering

  1. Voor-bewustwording. Patiënt is zich niet bewust van het problematisch karakter van zijn alcoholgebruik en niet gemotiveerd. Beleid huisarts: twijfel wekken of laten rusten.
  2. Bewustwording. Patiënt kent voor- en nadelen van zijn alcoholgebruik, is ambivalent over gedragsverandering. Beleid: bespreek redenen om het gedrag al dan niet te veranderen; verantwoordelijkheid blijft bij patiënt.
  3. Voorbereiding: Patiënt kiest voor gedragsverandering: - Minderen per direct of geleidelijk. Maak afspraken wanneer en hoeveel nog wel gedronken kan worden. - Stoppen. Bij alcoholafhankelijkheid, orgaanschade of na mislukte pogingen om alcoholgebruik te minderen.
  4. Actie. Patiënt verandert zijn alcoholgebruik: hij mindert of stopt. Adviseer een alcoholdagboek bij te houden (noteer hoeveelheden, tijdstippen en omstandigheden).
  5. Volhouden nieuw gedrag. Houd (telefonisch) contact met de patiënt, bespreek en oefen risicosituaties (terugvalpreventie).
  6. Terugval. Patiënt hervat oude alcoholgebruik. Bespreek terugval en oorzaken zonder veroordeling. Formuleer doelstellingen opnieuw en begin weer vanaf stadium 1 of 2.
  • Pak bij patiënten met achterliggende angststoornis of depressie primair het alcoholgebruik aan.
  • Betrek partner en eventueel andere gezinsleden in de begeleiding.
  • Gebruik NHG-patiëntenbrieven of voorlichtingsmateriaal van het Trimbos-instituut.

Bij welke alcoholinname de wettelijke grenswaarde voor verkeersdeelname (0,5‰) wordt overschreden, is sterk individueel bepaald. Wijs op interacties met medicatie en risico’s van alcoholgebruik in het verkeer. Patiënten met de diagnose alcoholmisbruik of -afhankelijkheid komen niet (meer) in aanmerking voor een rijbewijs.

Medicamenteuze therapieNHG Standaard

Lichte verschijnselen: slaapproblemen en prikkelbaarheid duren hooguit enkele dagen: geen medicatie nodig.

Ernstige verschijnselen: overactiviteit, angst, verhoogde prikkelbaarheid of tremoren: chloordiazepoxide (start 100 mg in 4 giften, hoogste dosis vóór de nacht). Bij ouderen of leverschade: oxazepam (4 dd 25 mg), vermijd overmatige sedatie. Bouw medicatie binnen een week af. Controleer dagelijks en overweeg verwijzing naar CAD.

  • Bij vermindering of beëindiging van alcoholgebruik en insufficiënt dieet 1-2 maal daags 100 mg thiamine (vitamine B1). Bouw af in een maand bij gezond voedingspatroon.
  • Bij neuropathie, geheugenproblemen of ernstige maag-darmklachten: eerste dagen thiamine 100 mg i.m.

Disulfiram, acamprosaat en naltrexon worden niet aanbevolen in de huisartsenpraktijk, tenzij de huisarts speciale belangstelling heeft of na overleg met een instelling voor verslavingszorg.

Verwijzing/consultatieNHG Standaard

  • CAD of Anonieme Alcoholisten (AA): keuze van huisarts en patiënt, bij mislukken van begeleiding of (ernstige) afhankelijkheid;
  • (poli)klinische detoxificatie: bij slechte lichamelijke conditie, eerder ernstige onthoudingsverschijnselen (insulten of delier), verslaving aan alcohol en andere middelen of suïciderisico;
  • bij relationele aspecten, depressie of angststoornissen: naar maatschappelijk werk, psycholoog of GGZ-instelling;
  • opname bij acute intoxicatie, onthoudingsdelier (al dan niet met insulten) en bij jongeren die ook andere psychotrope middelen gebruiken (vooral bij onvoldoende toezicht).