Inhoudsopgave
Zoek in standaarden
Â
Overige materialen
Hoofdpijn M19 (augustus 2004)
BEGRIPPEN
Spanningshoofdpijn: drukkende, knellende, meestal tweezijdige hoofdpijn zonder misselijkheid of braken. Duur: minuten-dagen. Meestal geen licht- of geluidsovergevoeligheid; pijn is gering/matig; verergert niet bij inspanning.
Migraine: herhaalde aanvallen van matige tot heftige, meestal eenzijdige, bonzende hoofdpijn met misselijkheid en/of braken, soms een aura, verergert bij lichamelijke activiteit, overgevoeligheid voor licht en geluid. Aanvalsduur altijd 4-72 uur.
Migraine bij kinderen: zie ‘ Hoofdpijn’. Verschillen: vaker tweezijdig, duur is 30 minuten-48 uur.
Aura: stereotiepe, meestal visuele sensaties vóór migraine; binnen een uur begint hoofdpijnfase.
Middelengeïnduceerde hoofdpijn: chronische hoofdpijn, >3 dagen per week, meer dan helft van de tijd, bij gebruik van hoofdpijnmedicatie, specifieke migrainemiddelen of >5 eenheden coffeïne per dag.
Clusterhoofdpijn: aanvalsgewijze, hevig bonzende of stekende, eenzijdige hoofdpijn rondom het oog of temporaal, 15-180 minuten durend, met bewegingsdrang. Treedt op in clusters van enkele weken.
RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEK
De huisarts dient alert te zijn op alarmsymptomen:
| Alarmsymptomen | Differentiële diagnose |
| nieuwe hoofdpijn boven 50 jaar | hersentumor, arteriitis temporalis |
| eerste migraineaanval boven 40 jaar | hersentumor |
| hoofdpijn beneden de leeftijd van 6 jaar | hersentumor, hydrocephalus |
| ouderen met pijn temporaal | arteriitis temporalis |
| zwangerschap en onbekende hoofdpijn | pre-eclampsie |
| toename van hoofdpijn na een ongeval | sub/epiduraal hematoom |
| heftige hoofdpijn met een zeer hoge bloeddruk | maligne hypertensie |
| acuut ontstane, zeer heftige pijn | meningitis, CVA, subarachnoïdale bloeding |
| hoofdpijn met koorts (en gedaald bewustzijn) | meningitis |
| nekstijfheid/neurologische afwijkingen | meningitis, hersentumor |
| hoofdpijn met tekenen van drukverhoging | hersentumor |
| focale neurologische afwijkingen | hersentumor |
| ochtendbraken; braken niet gerelateerd aan hoofdpijn | hersentumor |
| persoonlijkheidsveranderingen/achteruitgang schoolprestaties | hersentumor |
| migraine aura steeds aan dezelfde kant | hersentumor |
De huisarts vraagt naar:
-
aard, ernst, tijdstip van de dag, lokalisatie, patroon en duur van de hoofdpijn;
-
al dan niet bekend zijn met de huidige vorm van hoofdpijn en familieanamnese;
-
begeleidende symptomen (misselijkheid, braken), aura of prodromale verschijnselen;
-
provocerende factoren (hormonale of andere factoren als alcohol of spanning);
-
(zelf)medicatie (analgetica) en coffeïnegebruik (cola, koffie, thee, ice-tea, chocolade);
-
gedrag tijdens een hoofdpijnaanval (bedrust of juist bewegingsdrang);
-
de lijdensdruk, de mate van belemmering in het dagelijks functioneren thuis of op het werk.
Lichamelijk en aanvullend onderzoek
Niet geïndiceerd bij klachten die passen bij spanningshoofdpijn, migraine of middelengeïnduceerde hoofdpijn. Soms zinvol ter geruststelling patiënt. Bij clusterhoofdpijn kunnen tijdens een aanval begeleidende symptomen zichtbaar zijn.
Evaluatie
-
Stel de diagnose spanningshoofdpijn, migraine, middelengeïnduceerde hoofdpijn of clusterhoofdpijn op basis van klachtenpatroon.
-
Meerdere vormen van hoofdpijn kunnen tezamen voorkomen.
-
Psychosociale problematiek kan een rol spelen.
-
Laat een hoofdpijndagboek bijhouden indien de diagnose nog niet vaststaat.
RICHTLIJNEN BELEID
Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling
Spanningshoofdpijn. Verhoogde gevoeligheid van de spieren van de schedel en de peesaanhechtingen. Beter evenwicht tussen belastbaarheid en belasting heeft een gunstig effect.
Migraine. ‘Aanleg’ en ‘verwijding en vernauwing van bloedvaten met bonzende hoofdpijn als gevolg’. Doel van behandeling is hanteerbaar maken van migraine. ‘Flink zijn’ werkt averechts. Vermijd provocerende factoren (beperkt effect). Ontspanningstechnieken en cognitieve therapie kunnen effectief zijn.
Migraine bij kinderen. Geruststellen. Vaak van korte duur. Herstel slaapritme. Rust tijdens aanval.
Middelengeïnduceerde hoofdpijn. Oorzaak is een overmatig gebruik van hoofdpijnmedicatie of coffeïne. Gewenning kan optreden. Advies: in één keer stoppen met de gebruikte middelen.
Clusterhoofdpijn. Ontstaanswijze niet bekend. Vermijd tijdens een clusterperiode provocerende factoren.
Medicamenteuze behandeling
Spanningshoofdpijn. Aanvalsbehandeling met kortdurend paracetamol (eerste keus) of NSAID.
Migraine
Aanvalsbehandeling
-
Stap 1: metoclopramide of domperidon oraal of rectaal met tegelijk 1000 mg paracetamol of 1200 mg carbasalaatcalcium, of een combinatiepreparaat (900 mg acetylsalicylzuur/10 mg metoclopramide).
-
Stap 2 (bij onvoldoende effect van stap 1): metoclopramide of domperidon en een NSAID, bijvoorbeeld 600 mg ibuprofen of 500 mg naproxen of 50-100 mg diclofenac.
-
Stap 3 (bij onvoldoende effect van stap 1 en 2): een triptaan. Bij misselijkheid of braken of wanneer orale medicatie onvoldoende werkt een triptaan per neusspray, zetpil of injectie.
Preventieve behandeling bij 2 of meer aanvallen per maand: bètablokker 100 mg metoprolol 1-2dd of 80 mg propranolol 1-2dd, minimaal 6 maanden; eventueel additioneel aanvalsmedicatie.
Preventieve behandeling bij migraine rond menstruatie
-
Drie dagen voor menstruatie tot aan het einde van menstruatie 100 mg metoprolol 1-2 dgs of 80 mg propranolol 1-2 dgs, of een NSAID, of estradiol (oraal: 2-4 mg per dag gedurende de hele menstruatie, of transdermaal: 3 oestrogeenpleisters van 50-100 microgram: 1 pleister op dag 3 vóór, 1 pleister op dag 1 vóór en 1 pleister op dag 2 van de menstruatie).
-
Migraine door ‘de pil’: andere ‘pil’ proberen. Migraine tijdens stopweek: overweeg door te laten slikken.
Migraine bij kinderen. Paracetamol volstaat meestal bij sporadische migraineaanvallen.
Clusterhoofdpijn. Aanvalsbehandeling met 100% O 2, 7-10 liter per kapje gedurende 15 minuten, of 6 mg sumatriptan subcutaan, of 20 mg per neusspray (maximaal 2dd).
Controles
-
Evalueer bij spanningshoofdpijn het effect van medicatie na 2 tot 6 weken.
-
Controleer bij een aanvalsbehandeling van migraine na 2-3 aanvallen op effect; controleer bij preventieve behandeling na 2 weken op bijwerkingen, en na 3 maanden op effect.
-
Ondersteun bij chronische hoofdpijn met vervolgcontacten.
-
Pas op voor middelengeïnduceerde hoofdpijn bij routinematig telefonisch herhalen van analgetica, ergotamine of triptanen.
-
Bied na het stoppen van medicatie bij middelengeïnduceerde hoofdpijn frequente (telefonische) consulten aan.
Consultatie en verwijzing
-
Bij alarmsymptomen.
-
Bij twijfel aan de diagnose.
-
Als migraine plotseling van karakter verandert of aanvalsfrequentie toeneemt.
-
Bij falen van stap 3 van de medicamenteuze behandeling van migraine.
-
Om een andere preventieve behandeling van migraine in te stellen als metoprolol of propranolol onvoldoende werkt.
-
Om kinderen met migraine in te stellen op triptanen of preventieve behandeling.
-
Indien de behandeling van middelengeïnduceerde hoofdpijn niet lukt of haalbaar is.
-
Bij vermoeden van clusterhoofdpijn of ter instelling van een preventieve behandeling van clusterhoofdpijn.
