Inhoudsopgave
Zoek in standaarden
Â
Overige materialen
Virushepatitis en andere leveraandoeningen M22 (oktober 2007)
RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEK
Anamnese
-
Duur en beloop van eventuele klachten.
-
Risicogroep of (seksueel) risicocontact (tabel 1 en 2).
-
Doorgemaakte hepatitis A, B of C in het verleden, vaccinatie tegen hepatitis A of B.
-
Gebruik van alcohol of drugs; medicatie, kruiden, vitamine A.
Wees bedacht op virushepatitis bij icterus of algemene malaise bij patiënt uit risicogroep (tabel 1), met risicocontact (tabel 2), doorgemaakte hepatitis B of C in het verleden.
Tabel 1 Risicogroepen voor virushepatitis
| HAV | HBV | HCV | |
| (Gezins)contacten met besmette personen | Ja | Ja | Nee |
| Kinderen in kinderopvangcentra en groep 1 en 2 | Ja | Nee | Nee |
| Reizigers naar endemische gebieden | Ja, vooral kinderen | Jaa | Neea,b |
| Personen afkomstig uit hoogendemische gebieden | Nee | Jaa | Jaa |
| Personen met een positieve familieanamnese voor chronische hepatitis, hepatocellulair carcinoom | Nee | Ja | Ja |
| Personen met een beroepsrisico | Jac | Jad | Jad |
| Mensen met wisselende seksuele contacten | Ja (oro-anaal contacte) | Jae | Neef |
| (Ex-)druggebruikers (intraveneus) | Nee | Ja | Ja |
| Niet-steriele ingrepen | Nee | Jab | Jab |
| Verstandelijk gehandicapten | Ja | Ja | Nee |
-
Landenoverzicht HBV: www.rivm.nl/
Tabel 2 Risicocontacten voor virushepatitis
| HAV | HBV | HCV | |
| Besmet voedsel en drinkwater, ontlasting en urine | Ja | Nee | Nee |
| Ejaculaat en vaginaal vocht | Nee | Ja | Nee |
| Bloed; alle lichaamsvloeistoffen met bloedbijmenging | Nee | Ja | Ja |
| Prik-, snij-, spat- en bijtaccidenten | Nee | Ja | Ja |
| Niet-steriel uitgevoerde tatoeage, piercing, acupunctuur | Nee | Ja | Ja |
| Geboorte kind van een moeder die virusdrager is | Nee | Ja | Ja |
Lichamelijk onderzoek
-
Inspecteer sclerae; percuteer en palpeer lever-, galblaas- en miltregio.
-
Bij vermoeden van cirrose: spider naevi, erythema palmare, gynaecomastie, flapping tremor, testisatrofie, ascites, splenomegalie en veneuze collateralen in de buikwand.
-
Kijk op indicatie naar tekenen van leverfalen: icterus, ascites en encefalopathie.
Aanvullend onderzoek
-
Bij verdenking op virushepatitis: ALAT én
-
bij verdenking op hepatitis A: IgM-anti-HAV (bij kind eerste keus, indien negatief serologie op hepatitis B en C);
-
bij verdenking op hepatitis B: HBsAg; indien negatief en recente icterus: IgM-anti-HBc;
-
bij verdenking op hepatitis C: anti-HCV; indien negatief, bij recent ontstane klachten: HCV-RNA (via specialist).
-
-
Bij verhoging ALAT/ASAT (1,5 tot 5 maal boven referentiewaarde) bij patiënt zonder klachten:
-
herhaal deze bepalingen na een maand. Indien nog verhoogd: serologie op hepatitis B en C.
-
Evaluatie
Tabel 3 Interpretatie van hepatitisserologie (zie ook kaartje serumbepalingen)
| IgM-anti-HAV pos. | hep. A aangetoond | IgM-anti-HAV neg | hep. A uitgesloten |
| HBsAg pos. | hep. B aangetoond | HBsAg neg./IgM-anti-HBc neg. | hep. B uitgesloten |
| HBsAg neg./IgM-anti-HBc pos. | hep. B recent genezen | ||
| anti-HCV pos. | hep. C aangetoond | anti-HCV neg./HCV-RNA neg | hep. C uitgesloten |
| anti-HCV neg./HCV-RNA pos. | hep. C recent ontstaan |
-
Bij icterus met normale ALAT én negatieve serologie:
-
overweeg hemolytische anemie of syndroom van Gilbert.
-
-
Bij negatieve serologie en ALAT en > 1,5-5 maal bovengrens referentiewaarde:
-
overweeg leverschade door geneesmiddelen of alcohol;
-
overweeg niet-alcoholische steatosis hepatis/steatohepatitis en verricht echoscopie van de lever. Is er steatosis hepatis, stel dan het cardiovasculair risicoprofiel vast en handel volgens de NHG-standaard Cardiovasculair risicomanagement.
-
RICHTLIJNEN BELEID
Voorlichting
-
Virushepatitis is besmettelijk; soms langdurige moeheid.
-
Hepatitis A heeft vrijwel altijd een goedaardig beloop, bij hepatitis B treedt soms en bij hepatitis C vaak blijvende leverschade op.
-
Neem in de acute fase geen medicamenten die door de lever worden afgebroken.
-
In elk geval geen alcohol bij hepatitis C.
Maatregelen ter preventie van besmetting
-
Patiënt met hepatitis A: strikte hygiëne en thuisblijven tot 1 week na ontstaan icterus. Directe omgeving van patiënt met hepatitis A: strikte hygiëne tot 1 week na ontstaan icterus; bij voorkeur actieve immunisatie.
-
Patiënt met hepatitis B: geen onveilig seksueel contact. Omgeving van patiënt met hepatitis B: voorkom contact met bloed/lichaamsvloeistoffen van patiënt, adviseer vaccinatie aan partner(s).
-
(Omgeving van) patiënt met hepatitis C: voorkom contact met bloed van patiënt.
Bij aanwijzingen dat de hepatitis als soa is opgelopen: zie tevens de NHG-Standaard Het soa-consult.
CONTROLE EN VERWIJZING
-
Bij acute hepatitis A: vervolg klinisch beloop.
-
Bij acute hepatitis B:
-
verwijs direct of bepaal HBsAg na 6 maanden. Indien positief stel diagnose chronische hepatitis B en bepaal HBeAg en ALAT;
-
bij patiënt zonder klachten of symptomen en positief HBsAg: vrijwel altijd chronische hepatitis B, bepaal direct HBeAg en ALAT;
-
is het HBeAg negatief en het ALAT normaal, controleer jaarlijks gedurende 3 jaar HBsAg en ALAT. Is bij een negatief HBeAg het ALAT 3 jaar normaal: stel diagnose chronische inactieve hepatitis B en stop de controle.
-
-
Bij niet-alcoholische steatosis hepatis/steatohepatitis: er is onvoldoende evidence om richtlijnen te formuleren over het verdere beleid. Stel in elk geval het cardiovasculair risicoprofiel vast en schat het cardiovasculair risico.
Verwijzing
-
Bij (zwangeren met) chronische actieve hepatitis B:
-
verwijs indien HBeAg positief en/of ALAT verhoogd;
-
verwijs indien HBeAg negatief en ALAT verhoogd.
-
-
Bij hepatitis C.
-
Bij acuut leverfalen, cirrose, acute leverschade door geneesmiddelen.
-
Patiënten met bij herhaling licht verhoogde transaminasewaarden zonder duidelijke diagnose als meer duidelijkheid is gewenst.
RICHTLIJNEN PREVENTIE
-
Voor preventie van verticale transmissie en preventie en beleid bij contact met mogelijk besmet bloed: zie tekst standaard.
-
Vaccinatie hepatitis A en B: zie tekst standaard.
