Inhoudsopgave
Zoek in standaarden
Â
Overige materialen
Slaapproblemen en slaapmiddelen M23 (oktober 2005)
BEGRIPPEN
Slapeloosheid: slaaptekort en slecht slapen, gepaard gaande met functioneringsklachten overdag. Slapeloosheid is een 24-uursprobleem. Meer slaperigheid overdag betekent een grotere kans op een specifieke slaapstoornis.
RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEK
Anamnese
-
Vraag naar duur en frequentie klachten, klachten overdag, slaappatroon, ondernomen acties en verwachtingen.
-
Vraag bij onduidelijkheid over de oorzaak van de slaapproblemen of langer durende slaapklachten (>3 weken) naar:
-
slaapgewoonten;
-
opvattingen over de slapeloosheid en omgaan met de klachten (vermijdingsgedrag);
-
psychosociale problematiek;
-
psychiatrische verschijnselen, zoals depressieve klachten;
-
lichamelijke klachten;
-
verstoring van het dag-nachtritme;
-
intoxicaties, bijwerkingen van genots- en geneesmiddelen: alcohol, coffeïne, (soft)drugs.
-
-
Vraag bij chronisch slaapmiddelengebruik naar:
-
vrees voor onttrekkingsverschijnselen;
-
motivatie om te stoppen.
-
-
Vraag bij vermoeden specifieke slaapstoornissen (tevens heteroanamnese) naar:
-
rusteloze benen;
-
trappende bewegingen;
-
perioden van ademstilstand tijdens de slaap, snurken, onbegrepen moeheid, gedragsveranderingen, onbedwingbare slaapaanvallen, aanvallen van slap worden en neervallen gedurende enkele seconden tot minuten;
-
late inslaaptijden (tussen de 2 en 6 uur ’s nachts), moeite met opstaan, goed doorslapen.
-
Lichamelijk onderzoek
-
Is niet nodig behalve bij lichamelijke klachten. Let bij rusteloze benen op varices.
Evaluatie
Onderscheid de volgende situaties:
-
Vermeende insomnie: klachten over slaap zonder klachten overdag.
-
Kortdurende slapeloosheid: slaapklachten <3 weken bestaand, ten minste 2 nachten per week; oorzaak meestal bekend.
-
Langer durende slapeloosheid: slaapklachten >3 weken bestaand, ten minste 2 nachten per week; vaak meerdere oorzaken; primaire oorzaak meestal op achtergrond geraakt; conditionering speelt altijd mee.
-
Chronisch slaapmiddelengebruik: >3 maanden, al of niet met slaapmedicatievrije tussenpozen van <2 weken.
-
Specifieke slaapstoornis: restless-legs-syndroom (RLS), periodic leg movement disorder (PLMD), slaapapneusyndroom, narcolepsie of het vertraagde-slaapfasesyndroom (DSPS).
RICHTLIJNEN BELEID
Voorlichting en niet-medicamenteuze adviezen
-
Besteed aandacht aan attitude patiënt ten opzichte van de slaap.
-
Bij vermeende insomnie is voorlichting voldoende.
-
Geef informatie over slaapfysiologie:
-
Spreiding in individuele slaapduur is 5-10 uur; inslaaptijd gemiddeld 15 minuten, aantal onderbrekingen slaap 2-3 keer.
-
Ouderen slapen oppervlakkiger en korter.
-
In loop van nacht wordt slaap ondieper en is kortdurend wakker worden normaal.
-
-
Geef slaapadviezen zoals:
-
Vermijd in de uren voor het slapen gaan koffie, alcohol, copieuze maaltijden, forse inspanning; lichamelijke inspanning overdag of vroeg in de avond is wel aan te raden.
-
Zorg voor een goed bed en een plezierige atmosfeer in de slaapkamer.
-
Gebruik de slaapkamer alleen om te slapen of te vrijen.
-
Ga pas naar bed als je slaperig bent.
-
Sta op als je na een kwartier nog niet slaapt, en ga pas weer naar bed als je slaperig bent.
-
Sta elke dag op dezelfde tijd op, ook als je denkt maar kort geslapen te hebben.
-
Doe geen dutjes overdag.
-
Bedenk: niet slapen is geen ramp.
-
-
Adviseer zo nodig spierontspanningsoefeningen, cognitieve gedragstherapie of een slaapcursus.
Medicamenteuze behandeling
-
Hypnotica zijn slechts incidenteel nodig: bij acute psychosociale problemen, bij passagère verstoring van het dag-nachtritme, zoals bij een jet lag, en bij chronische somatische aandoeningen met aanhoudende klachten ondanks specifieke behandeling.
-
Combineer voorschrijven hypnotica altijd met slaapadviezen.
-
Geef maximaal 10 tabletten met uitleg, vermijd dagelijks gebruik, herhaalrecepten NIET via assistente, cave interacties met alcohol of andere psychofarmaca.
-
Schrijf alleen een kortwerkend slaapmiddel voor: 10-20 mg temazepam (ouderen 10 mg), of 10 mg zolpidem (ouderen 5 mg).
-
Geef slechts een langwerkend benzodiazepine als sedatie of anxiolyse overdag ook wenselijk is: 2-10 mg diazepam (ouderen 2 mg).
Chronisch slaapmiddelengebruik
-
Voorkom chronisch gebruik door spaarzaam voorschrijven; meeste chronische gebruikers slapen beter of in elk geval niet slechter na staken.
-
Strategie stoppen + begeleiding:
-
Signaleer chronisch gebruik.
-
Peil motivatie tot stoppen;
-
Probeer een stopbrief met praktische aanwijzingen (http://nhg.artsennet.nl);
-
Helpt dit niet en patiënt is wel gemotiveerd, probeer dan gereguleerde dosisreductie. Zet het kortwerkende slaapmiddel om in diazepam. Verminder telkens na 1 week de dosis diazepam met 25% (via tablet van 2 mg). Ontwenningsverschijnselen treden vooral op aan het einde van de reductieperiode.
-
-
Bij een psychiatrische aandoening kan chronisch gebruik van benzodiazepinen nodig zijn.
Specifieke slaapstoornis
-
Restless legs: voorlichting, bij ernstige klachten verwijzen of eventueel proefbehandeling dopamineagonist of kortdurend clonazepam (in overleg neuroloog).
-
Periodic leg movement disorder: voorlichting, verwijs bij ernstige klachten.
-
Slaapapneusyndroom: verwijs voor diagnostiek, en behandeling; relatieve contra-indicatie voor slaapmiddel.
-
Narcolepsie en ernstige vorm vertraagde-slaapfasesyndroom: verwijs voor diagnostiek en behandeling.
