U bent nu hier:
M33

Rhinosinusitis   M33   (november 2005)




RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEKNHG Standaard

AnamneseNHG Standaard

  • Klachten van neus (rinorroe, verstopte neus, (nachtelijk) hoesten, niezen).
  • Klachten van bijholten (aangezichtspijn, frontale hoofdpijn, tandpijn/pijn bij kauwen, bukpijn).
  • Duur, beloop en ernst van de klachten.
  • Algemene symptomen (koorts, ziek zijn, en bij jonge kinderen prikkelbaarheid, nachtelijke onrust).
  • Eerdere episoden van rhinosinusitis, neusbijholteoperaties, anatomische afwijkingen van keel/neus, astma.
  • Gestoorde afweer (slecht ingestelde diabetici, chronische corticosteroïdgebruikers, HIV-patiënten met verlaagd aantal T-cellen, patiënten die chemo- of radiotherapie ondergaan).
  • Zelfzorg, verwachting van de patiënt ten aanzien van het beleid.
  • Alarmsymptomen: eenzijdig oedeem/roodheid van oogleden, neurologische klachten, verminderd bewustzijn, slecht drinken bij zuigelingen.

Lichamelijk onderzoekNHG Standaard

Noodzakelijk bij:

  • ernstig ziek zijn;
  • alarmsymptomen;
  • koorts >3 dagen bij jonge kinderen of >5 dagen bij volwassenen, opnieuw koorts na een aantal koortsvrije dagen;
  • klachten die in een periode van 2 weken niet zijn afgenomen;
  • meer dan 3 klachtenepisoden per jaar;
  • kwetsbare patiënten: gestoorde afweer, jonger dan 3 maanden, ouderen met koorts.

Inhoud lichamelijk onderzoek:

  • beoordeling mate van ziek zijn en inspectie oogleden op oedeem of roodheid;
  • bij kinderen (<12 jaar), langdurige of recidiverende klachten, gestoorde afweer, ouderen met koorts: keel-, neus- en oorinspectie;
  • bij hoesten: auscultatie longen;
  • bij ernstig zieke patiënten: onderzoek visusstoornissen, meningeale prikkeling en neurologische uitvalsverschijnselen.

EvaluatieNHG Standaard

Rhinosinusitis: zowel klachten van de neus als van de bijholten. Bij jonge kinderen: aanhoudende klachten van de neus en algemene symptomen als prikkelbaarheid en nachtelijke onrust.

Maak voor het beleid onderscheid tussen:

  • patiënten met een normaal beloop van de klachten;
  • patiënten met een (verhoogd risico op een) afwijkend beloop van de klachten: ernstig ziek zijn, alarmsymptomen, opnieuw koorts na een aantal koortsvrije dagen, klachten die in een periode van 2 weken niet zijn afgenomen, >3 klachtenepisoden per jaar, gestoorde afweer.

Maak bij de differentiële diagnose onderscheid met:

  • otitis media acuta, vergroot adenoïd, ondersteluchtweginfectie;
  • spierspanningshoofdpijn, migraine, hoofdpijn bij griep;
  • allergische of hyperreactieve rhinitis;
  • vreemd voorwerp in de neus, choana-atresie;
  • dentogene oorzaak.

RICHTLIJNEN BELEIDNHG Standaard

VoorlichtingNHG Standaard

De pijn ontstaat door een obstructie van de openingen tussen neus- en bijholten. Het betreft doorgaans een spontaan genezende aandoening. Doel van behandeling is symptoomverlichting. Antibiotica hebben geen invloed op het natuurlijk beloop en veroorzaken vaak bijwerkingen.

Niet-medicamenteuze behandelingNHG Standaard

  • Stomen of neusdruppels/spray met (fysiologisch) zout.

Medicamenteuze behandelingNHG Standaard

Pijnstilling en lokale decongestiva. Paracetamol. Xylometazoline-neusdruppels of -spray (0,1% volwassenen en kinderen ³6 jaar, 0,05% kinderen ³2 jaar en 0,025% kinderen <2 jaar) gedurende maximaal 1 week.

Antimicrobiële therapie. Bij patiënten met een normaal beloop van de klachten is antimicrobiële therapie niet geïndiceerd.

Overweeg antimicrobiële therapie bij patiënten met een (verhoogd risico op een) afwijkend beloop van de klachten (zie Evaluatie).

Gelijkwaardige middelen van eerste keus zijn:

  • doxycycline (1 dd 100 mg, 1e dag 200 mg; niet bij kinderen <9 jaar, zwangeren, borstvoeding) gedurende 1 week;
  • *amoxicilline (3 dd 500 mg; kinderen tot 10 jaar 30 mg/kg lichaamsgewicht per dag in 3 doses) gedurende 1 week.

Kies bij allergie/intolerantie uit:

  • erytromycine (3 dd 500 mg; kinderen <12 jaar 50 mg/kg lichaamsgewicht in 4 doses) gedurende 1 week;
  • azitromycine (1 dd 500 mg; kinderen 10-15 kg 1 dd 10 mg/kg lichaamsgewicht; 16-25 kg 1 dd 200 mg; 26-35 kg 1 dd 300 mg en 36-45 kg 1 dd 400 mg ) gedurende 3 dagen.

Corticosteroïden. Bij patiënten met (een verhoogd risico op een) afwijkend beloop met langdurige of recidiverende klachten kan op proef een corticosteroïdneusspray worden voorgeschreven. Werking treedt in na 3-10 dagen. Gelijkwaardige middelen zijn:

  • budesonide 200 mcg (1 dd 1 verstuiving per neusgat);
  • fluticason 50 mcg (1 dd 2 verstuivingen per neusgat);
  • mometason 0.5 mg/g (1 dd 1-2 verstuivingen per neusgat).

ControlesNHG Standaard

  • Bij koorts langer dan 5 dagen (koorts langer dan 3 dagen bij jonge kinderen).
  • Bij koorts die niet daalt binnen 48 uur na starten antimicrobiële therapie.
  • Bij het ontstaan van alarmsymptomen.

Bij patiënten met een (verhoogd risico op een) afwijkend beloop:

  • indien na 1 week of na afloop van de antibioticakuur geen verbetering optreedt.

VerwijzenNHG Standaard

Bij alarmsymptomen dezelfde dag verwijzen of overleggen. Overweeg een verwijzing bij patiënten met een (verhoogd risico op een) afwijkend beloop die bij herhaling niet of onvoldoende reageren op de ingezette behandeling.