Inhoudsopgave
Zoek in standaarden
Â
Overige materialen
Influenza en influenzavaccinatie M35 (april 2008)
BEGRIPPEN
Influenza is een acute (lage)luchtweginfectie veroorzaakt door het influenzavirus.
Influenza-achtige ziektebeelden kunnen door verschillende virussen worden veroorzaakt en zijn klinisch meestal niet te onderscheiden van influenza.
Influenza-uitbraak in een verzorgingshuis is aanwezig bij een tweede geval binnen 48 uur.
Postexpositieprofylaxe betekent profylactische behandeling met antivirale middelen, na – waarschijnlijke – blootstelling aan virologisch bevestigde influenza (maar vóórdat zich ziekteverschijnselen hebben geopenbaard).
RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEK
Anamnese
Vraag naar verschijnselen van influenza (zie onder Evaluatie).
Vraag naar factoren die lichamelijk onderzoek nodig kunnen maken (zoals belangrijke comorbiditeit, benauwdheid en temperatuurstijging na een koortsvrij interval).
Lichamelijk onderzoek
Alleen bij twijfel over de diagnose of bij aanwijzingen voor complicaties.
Aanvullend onderzoek
Het vermoeden van influenza in een verzorgingshuis moet virologisch worden bevestigd. Overleg zo nodig met de GGD.
Evaluatie
Stel de diagnose influenza bij:
-
een acuut begin,
-
minimaal één van de volgende algemene symptomen: koorts, malaise, hoofdpijn en spierpijn,
-
minimaal één van de volgende respiratoire symptomen: hoest, keelpijn, kortademigheid en neusverkoudheid.
RICHTLIJNEN BELEID
Voorlichting
-
Influenza is in het algemeen onschuldig en duurt 3-5 dagen; volledig herstel kan 2-3 weken duren.
-
Adviseer ruim drinken; bedrust is niet strikt noodzakelijk; inspanning kan beter worden vermeden.
Adviseer opnieuw contact op te nemen bij:
-
benauwdheid;
-
opgeven van bloederig sputum;
-
koorts die langer dan 5 dagen duurt, zonder verbetering;
-
temperatuurstijging na een koortsvrij interval van één of enkele dagen;
-
verwardheid, sufheid of apathie bij oudere patiënten.
Behandeling
-
Medicamenteuze behandeling is niet noodzakelijk.
-
Geef eventueel symptomatische therapie: paracetamol, noscapine of codeïne, en/of neusdruppels.
-
Geef uitsluitend bij een secundaire bacteriële luchtweginfectie antibiotica. Preventief gebruik van antibiotica wordt niet geadviseerd, ook niet bij chronische longaandoeningen.
Geef uitsluitend in de volgende gevallen antivirale middelen:
-
therapeutisch aan patiënten met een zeer hoog risico op complicaties;
-
als postexpositieprofylaxe:
-
tijdens een virologisch bevestigde influenza-uitbraak in een verzorgingshuis;
-
aan patiënten met een zeer hoog risico op complicaties van influenza (ook aan gevaccineerden).
-
| Middel | Dosering | ||
| leeftijd | behandeling | profylaxe | |
| Oseltamivir(capsule of suspensie)* | > 13 jaar | 2 dd 75 mg gedurende 5 dagen | 1 dd 75 mg tot 7 dagen na het laatste onbeschermde contact |
| Zanamivir(inhalatiepoeder) | > 13 jaar | 2 dd 2 inhalaties van 5 mg gedurende 5 dagen | 1 dd 2 inhalaties van 5 mg tot 7 dagen na het laatste onbeschermde contact |
INFLUENZAVACCINATIE
Indicaties
De huisarts biedt vaccinatie aan aan patiënten:
-
met pulmonale aandoeningen: astma (indien er sprake is van onderhoudsmedicatie; dit geldt ook voor kinderen), COPD, longcarcinoom, antracosilicose, longfibrose, mucoviscidose, ernstige kyfoscoliose, status na longresectie, ademhalingsstoornissen;
-
met cardiale aandoeningen: doorgemaakt hartinfarct, angina pectoris, ritmestoornissen, klepgebreken, hartfalen;
-
met diabetes mellitus, ook zonder medicamenteuze behandeling;
-
met chronische nierinsufficiëntie: dialyse, niertransplantatie;
-
na een recente beenmergtransplantatie;
-
met een HIV-infectie;
-
met een verstandelijke handicap in een intramurale voorziening;
-
met een verminderde weerstand tegen infecties: levercirrose, (functionele) asplenie, auto-immuunziekten, chemotherapie, immuunsuppressieve medicatie;
-
van 60 jaar en ouder.
Voor de volgende werkers in de zorg is vaccinatie wenselijk:
-
personeel in verpleeghuizen, verzorgingshuizen en ziekenhuizen;
-
gezondheidszorgpersoneel met veelvuldige en intensieve contacten met patiënten, waaronder personeel in huisartsenpraktijken.
-
Selecteer op leeftijd en ICPC-code in het HIS.
-
Beoordeel of de diagnose astma bij kinderen nog actueel is.
-
Heroverweeg de indicatie bij terminale patiënten.
-
Beoordeel of patiënten die eerder vaccinatie weigerden, alsnog gemotiveerd moeten worden om zich te laten vaccineren.
Bijwerkingen van vaccinatie: lokale roodheid, zwelling en pijn.
Contra-indicatie voor vaccinatie: allergie voor kippeneiwit, (reconvalescentie van) acute ziekte.
Voorlichting
Vaccinatie vermindert de morbiditeit met 30-70% en reduceert het aantal complicaties met 20-50%.
Vaccinatie biedt geen bescherming tegen influenza-achtige ziektebeelden die niet door het influenzavirus worden veroorzaakt.
Oproepen
Schriftelijke oproep met voorlichtingsmateriaal.
Uitvoering
Jaarlijks vaccineren tussen medio oktober en medio november. Kinderen jonger dan 6 jaar tweemaal vaccineren met een interval van 4 weken, tenzij zij eerder werden gevaccineerd.
