U bent nu hier:
M42

Bemoeilijkte mictie bij oudere mannen   M42   (november 2004)




BEGRIPPENNHG Standaard

Bemoeilijkte mictie: een verandering van de mictie, zich uitend in klachten als het moeilijk op gang komen, een zwakkere straal, moeilijk te bedwingen aandrang, minder goed uitplassen en toegenomen mictiefrequentie.

RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEKNHG Standaard

AnamneseNHG Standaard

Vraag naar:

  • moeilijk op gang komen van de mictie, een zwakkere straal, moeilijk te bedwingen aandrang, minder goed kunnen uitplassen, toegenomen mictiefrequentie overdag en ’s nachts;
  • snelheid van ontstaan of snelheid van verergering van de klachten;
  • verstoring van de nachtrust, sociale beperkingen overdag, incontinentie;
  • pijn bij het plassen, perineale pijn;
  • algemene malaise, eerdere urineweginfecties.

Let op:

  • relevante comorbiditeit: diabetes mellitus, neurologische ziektebeelden (o.a. CVA, ziekte van Parkinson, multipele sclerose), urethritis (soa) in het verleden;
  • eerder urologisch onderzoek, urologische behandeling of verblijfskatheter;
  • medicatie met invloed op de mictie: antipsychotica, (tricyclische) antidepressiva, anti-parkinsonmiddelen, (klassieke) antihistaminica, opiaten, lisdiuretica.

Lichamelijk onderzoekNHG Standaard

  • Controleer eventuele littekens in onderbuik, phimosis.
  • Percuteer de blaas bij vermoeden van reflexblaas, overloopblaas of acute urineretentie (zie evaluatie).
  • Verricht een rectaal toucher: let op vorm, consistentie, grootte en drukpijnlijkheid.

Aanvullend onderzoekNHG Standaard

  • Onderzoek de urine op tekenen van infectie (zie NHG-Standaard Urineweginfecties).
  • Bij algemene malaise, recidiverende urineweginfecties of bij aanwijzingen voor retentie: echo van de urinewegen (uitsluiten hydronefrose) en serumcreatininebepaling.

EvaluatieNHG Standaard

Er is sprake van bemoeilijkte mictie bij oudere mannen als er geen aanwijzingen zijn voor een specifieke oorzaak zoals:

  • prostatitis: bij snel ontstane klachten, perineale pijn, pijnlijke prostaat bij rectaal toucher;
  • urineweginfectie: als sediment, urinestick, uricult of kweek positief is;
  • urine-incontinentie: bij onwillekeurig verlies, ≥2 keer per maand;
  • reflexblaas: bij gedempte percussie of urineretentie en diabetes mellitus of een neurologische aandoening;
  • overloopblaas: bij continu verlies van weinig urine, zonder aandrang en met urineretentie;
  • urethrastrictuur: bij voorgeschiedenis met een lokaal trauma, urologische ingreep of urethritis;
  • acute urineretentie: bij onvermogen tot spontaan plassen binnen een tijdsbestek van enkele uren ondanks aandrang en meerdere pogingen, bij een (pijnlijk) gevulde blaas en gedempte percussie.

RICHTLIJNEN BELEIDNHG Standaard

Voorlichting en niet-medicamenteuze behandelingNHG Standaard

  • Klachten worden veroorzaakt door een met de leeftijd samenhangende blaasfunctieverandering en soms door een obstructie rond de urethra en in de prostaat.
  • Het gaat om een veel voorkomende goedaardige aandoening met wisselend beloop.
  • Het te volgen beleid is sterk afhankelijk van de wensen van de patiënt.
  • Gebruik van bepaalde medicamenten kan de klachten verergeren.
  • Adviseer de patiënt regelmatig naar het toilet te gaan.
  • Het is belangrijk dat de patiënt rustig de tijd neemt om te plassen.
  • Vraag de patiënt direct contact op te nemen bij klachten die wijzen op acute urineretentie.

Medicamenteuze behandelingNHG Standaard

  • Invloed van medicatie op klachten is beperkt.
  • Indicatie is beperkt tot patiënten met hinderlijke klachten die onvoldoende baat hebben bij het opvolgen van de adviezen en niet geopereerd willen of kunnen worden.
  • Kies voor alfuzosine 10 mg 1 dd na avondmaaltijd of tamsulosine 0,4 mg 1 dd na het ontbijt.
  • Kies bij lichte of matige leverfunctiestoornissen voor alfuzosine 2,5 mg 1-2 dd na de maaltijd.
  • Let op orthostatische hypotensie (vooral na eerste toediening).
  • Als na 6 weken geen verbetering is bereikt: stoppen. Bij verbetering: na 3-6 maanden stoppen om te beoordelen of de klachten weer toenemen.

Operatieve behandelingNHG Standaard

  • Indicaties voor invasieve behandeling zoals TURP: zie verwijzing.
  • Globale voor- en nadelen variëren per invasieve behandelmethode: 60-75% verbetert, 1-25% incontinentie, 1-10% erectiele disfunctie, en 4-61% ejaculatieproblemen.

ControlesNHG Standaard

Bij verandering of toename van klachten vindt controle plaats en heroverweging van de diagnose. De huisarts gaat na of er sprake is van:

  • algemene malaise, nieuwe comorbiditeit of nieuwe medicijnen;
  • urineweginfectie.

Blaaspercussie, rectaal toucher, echografie of serumcreatinine gebeurt op indicatie.

Bij het instellen van medicamenteuze behandeling is (eventueel telefonische) controle geboden:

  • na 6 weken: ter beoordeling van effect;
  • na 3-6 maanden: ter beoordeling van effect van stoppen.

VerwijzingNHG Standaard

Verwijs bij twijfel over de diagnose en/of vermoeden van reflexblaas, overloopblaas of urethrastrictuur.

Verwijs voor mogelijk invasieve behandeling bij:

  • verzoek om invasieve behandeling wegens ervaren hinder;
  • recidiverende urineweginfecties of recidiverende acute urineretentie;
  • nierfunctiestoornis of hydronefrose.

VERMOEDEN VAN PROSTAATCARCINOOMNHG Standaard

Bemoeilijkte mictie is geen risicofactor voor prostaatcarcinoom.

Indien bij het rectaal toucher bij mictieklachten vermoeden ontstaat van prostaatcarcinoom (zonder aanwijzingen voor metastasen) gelden de volgende richtlijnen:

  • Verwijs na voorlichting van patiënt desgewenst naar uroloog voor zekere diagnostiek, nadere voorlichting of behandeling. Het beleid is mede afhankelijk van levensverwachting en comorbiditeit.
  • Bespreek bij patiënten met een levensverwachting van minder dan 10 jr (>72 jr en <72 jr met een levensverwachting die negatief wordt beïnvloed door ernstige comorbiditeit) dat een prostaatcarcinoom langzaam groeit en de kwaliteit van het leven waarschijnlijk niet verbetert door medische interventie, terwijl mogelijk wel bijwerkingen optreden.
  • Bespreek bij patiënten met levensverwachting >10 jaar (<72 jr zonder ernstige comorbiditeit) dat zij mogelijk gunstige effecten kunnen verwachten van interventies.

Bij vermoeden van metastasen (algemene malaise, afvallen, botpijnen rug/heup): verwijs naar een uroloog.

Screenen op prostaatcarcinoom bij een patiënt zonder klachten wordt niet aangeraden. Indien een patiënt dit na informatie toch wenst, verricht de huisarts een rectaal toucher en een PSA-bepaling:

  • PSA>4 ng/ml of een afwijkend rectaal toucher doet prostaatcarcinoom vermoeden (zie boven).
  • PSA 4-10 ng/ml bij normaal rectaal toucher kan diverse oorzaken hebben; onderzoek eventueel in overleg met de patiënt na enige tijd herhalen.