U bent nu hier:
M46

Incontinentie voor urine   M46   (September 2006)




RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEKNHG Standaard

AnamneseNHG Standaard

Type incontinentie?

  • Urineverlies tijdens hoesten, niezen, springen, tillen, rennen?
  • Urineverlies gepaard met sterke aandranggevoelens?
  • Continu verlies van urine, zonder aandrang?

Schat de omvang van het urineverlies en informeer naar gevolgen voor het dagelijks leven.

Aanwijzingen onderliggende aandoening?

  • Mictiefrequentie toegenomen; bemoeilijkte of pijnlijke mictie; hematurie?

Bijdragende factoren?

  • Medicijngebruik, alcohol- en cafeïnehoudende dranken, totale vochtinname.
  • Cognitieve, visuele of motorische beperkingen.
  • Pariteit, chronisch hoesten, operaties in het kleine bekken of neurologische aandoeningen.

Lichamelijk onderzoekNHG Standaard

  • Abdomen (mannen en vrouwen): let vooral op operatielittekens, tumoren en urineretentie.
  • Vaginaal en (bij mannen) rectaal toucher: beoordeel bekkenbodemspieren (rusttonus en bij stress- of gemengde incontinentie wijze van aan- en ontspannen), prolaps en tumoren (vrouwen), prostaat.

Aanvullend onderzoekNHG Standaard

  • Mictiedagboek (3 dagen), tenzij evidente (geïsoleerde) stressincontinentie en geen twijfel ernst.
  • Urineonderzoek (erytrocyten en tekenen urineweginfectie).

EvaluatieNHG Standaard

  • Urine-incontinentie: iedere vorm van onwillekeurig verlies van urine;
  • Stressincontinentie: urineverlies uitsluitend tijdens drukverhogende momenten;
  • Urge-incontinentie: urineverlies uitsluitend gerelateerd aan sterke aandrang;
  • Gemengde incontinentie: urineverlies tijdens drukverhogende momenten én gerelateerd aan sterke aandrang;
  • Incontinentie met op voorgrond niet-urologische factoren (cognitieve, visuele of motorische beperkingen);
  • Overige vormen van incontinentie: reflexincontinentie, overloopincontinentie of fistelvorming, en incontinentie in combinatie met bemoeilijkte mictie bij mannen (zie NHG-Standaard Bemoeilijkte mictie).

RICHTLIJNEN BELEID ALGEMEENNHG Standaard

Voorlichting en niet-medicamenteuze behandelingNHG Standaard

  • Bespreek schaamtegevoelens.
  • Leg bij matige tot ernstige obesitas uit dat gewichtsreductie mogelijk effectief is.
  • Heroverweeg gebruik antipsychotica, antidepressiva en diuretica.
  • Streef naar 1,5 liter vocht per dag en beperk gebruik van alcohol.
  • Behandel, indien van toepassing, motorische of visuele beperkingen.
  • Indien niet-urologische factoren op de voorgrond staan: verwijs naar een gespecialiseerde fysiotherapeut en zoek naar praktische oplossingen (aangepaste kleding en toiletgang, hulpmiddelen zoals toiletverhogers).
  • Bij alle typen incontinentie komt opvangmateriaal in aanmerking; bescherm de omliggende huid.

RICHTLIJNEN BELEID STRESSINCONTINENTIENHG Standaard

Voorlichting en niet-medicamenteuze therapieNHG Standaard

Leg uit dat de afsluiting van de blaas niet optimaal functioneert en dat bekkenbodemspieren hierbij een voorname rol spelen. Door oefeningen kunnen deze spieren worden versterkt en beter gecoördineerd.

Bekkenbodemoefeningen

  • Instrueer tijdens het toucher en geef schriftelijke instructies mee; herhaal instructies na 2 en 6 weken.

Span de bekkenbodemspieren 2 tot 3x per dag in 3 series van 10 maximaal aan gedurende 6 tot 8 seconden, en daarbovenop nog eens 3 tot 4x gedurende 1 à 2 seconden. Doe hierbij of de plas wordt opgehouden of een wind wordt ingehouden, terwijl buik-, bil-, en bovenbeenspieren ontspannen blijven.

  • Adviseer bij terugval oefeningen te hervatten; stop als verbetering (mictiedagboek) na 3 maanden uitblijft.
  • Verwijs patiënten die er niet in slagen de juiste spieren aan te spannen naar gespecialiseerde fysiotherapeut.

Hulpmiddelen

  • Overweeg (ook bij vrouwen zonder prolaps) gebruik van een pessarium.
  • Bij incontinentie onder bepaalde omstandigheden (zoals sporten): een grote tampon.

RICHTLIJNEN BELEID URGE-INCONTINENTIENHG Standaard

Voorlichting en niet-medicamenteuze behandelingNHG Standaard

Leg uit dat de prikkelbaarheid van de blaas is toegenomen (‘overactieve blaas’); dit wordt onderhouden door frequent te plassen. Blaastraining helpt vaak. Soms helpt het om minder cafeïnehoudende dranken te gebruiken.

Blaastraining

  • Geef schriftelijke instructies mee.

Stel bij aandrang de plas progressief 5 tot 15 minuten uit en teken dit aan in een dagboek. Stel geleidelijk langer uit. Vaak helpt het om zittend op het toilet de plas op te houden totdat de aandrang verdwenen is.

  • Beoordeel na 2 en 6 weken het effect (mictiedagboek); stop als verbetering na 3 maanden uitblijft.
  • Verwijs patiënten met hypertone bekkenbodemspieren naar een gespecialiseerde fysiotherapeut.

Medicamenteuze behandelingNHG Standaard

  • Start bij onvoldoende effect van blaastraining eventueel behandeling met een anticholinergicum (darifenacine, oxybutinine, solifenacine of tolterodine).
  • Beoordeel effect na 4 weken; blijf regelmatig balans tussen effectiviteit en bijwerkingen evalueren.

RICHTLIJNEN BELEID GEMENGDE INCONTINENTIENHG Standaard

Begin met behandeling van het type incontinentie waarvan de patiënt de meeste hinder ondervindt. Voeg eventueel na 6 weken behandeling van het andere type incontinentie toe.

VerwijzenNHG Standaard

Verwijs wanneer conservatieve therapie onvoldoende resultaat oplevert – vrouwen bij voorkeur naar een samenwerkingsverband tussen uroloog en gynaecoloog. Verwijs eveneens:

  • wanneer er onduidelijkheid over het type incontinentie bestaat;
  • mannen jonger dan 65 jaar met incontinentie, anders dan na een prostaatoperatie;
  • vrouwen met prolaps tot in of voorbij de introïtus van de vagina of vrouwen die kiezen voor operatie;
  • vrouwen en mannen met reflexincontinentie of overloopincontinentie van nog onbekende origine;
  • vrouwen en mannen met (vermoeden van) tumoren in de onderbuik.