U bent nu hier:
M55

Lumbosacraal radiculair syndroom   M55   (april 2005)




Lumbosacraal radiculair syndroom (LRS): radiculaire pijn in één been, al dan niet met andere prikkelingsverschijnselen en neurologische uitvalsverschijnselen van de aangedane lumbosacrale zenuwwortel(s). LRS gaat vaak gepaard met lagerugpijn, maar beenklachten staan op de voorgrond. Typerend voor radiculaire pijn is uitstraling in één been, tot in het onderbeen, scherp van karakter, gelokaliseerd in het verzorgingsgebied van betreffende zenuwwortel (‘dermatomaal patroon’). De oorzaak van LRS is irritatie van of compressie op de zenuwwortel, meestal door een discushernia.

RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEKNHG Standaard

AlarmsignalenNHG Standaard

  • begin van klachten na het 50e levensjaar, continue pijn onafhankelijk van houding of bewegen, nachtelijke pijn, pijn in beide benen, uitgebreide neurologische uitvalsverschijnselen, algehele malaise, maligniteit in de voorgeschiedenis, onverklaard gewichtsverlies, verhoogde BSE: maligniteit;
  • leeftijd boven de 60 jaar, vrouw, laag lichaamsgewicht, langdurig corticosteroïdgebruik, lengtevermindering, versterkte thoracale kyfose: osteoporotische wervelfractuur;
  • algehele malaise, polyradiculopathie, verhoogde BSE: radiculitis (diabetes, herpes zoster, ziekte van Lyme);
  • mictiestoornissen (incontinentie of retentie), rijbroekanesthesie, pijn en neurologische uitvalsverschijnselen in beide benen: cauda-equinasyndroom.

AnamneseNHG Standaard

  • lokalisatie en intensiteit van de uitstralende pijn;
  • krachtsverlies en sensibiliteitsstoornissen;
  • duur, wijze van ontstaan, beloop van de klachten;
  • invloed van hoesten, niezen en persen op de pijn in het been;
  • invloed van rust, bewegen en houding op de klachten;
  • beperkingen bij de dagelijkse activiteiten; ziekteverzuim; oorzaken in, of gevolgen voor de arbeidssituatie;
  • eerdere lagerugpijn- en LRS-episodes, hun beloop en behandeling;
  • zelfzorg en behandeling tot nu toe.

Lichamelijk onderzoekNHG Standaard

  • lokalisatie van de pijn: volgens dermatomaal patroon?
  • proef van Lasègue; indien positief: noteer hoek waarbij patiënt pijn aangeeft.

Onderzoek bij een dermatomaal pijnpatroon, positieve Lasègue of (anamnestisch) krachtsverlies of sensibiliteitsstoornissen bovendien:

  • de achillespees- en kniepeesreflex;
  • de sensibiliteit van laterale en mediale voetrand en tenen;
  • de kracht van de grote teen bij extensie, en lopen op tenen en hakken (rechts/linksverschillen);
  • de gekruiste proef van Lasègue.

Aanvullend onderzoekNHG Standaard

Beeldvormende diagnostiek en laboratoriumonderzoek zijn alleen aangewezen als op grond van alarmsignalen een ernstige oorzaak van het LRS wordt vermoed, maar zijn bij (vermoeden van) een discushernia niet zinvol.

EvaluatieNHG Standaard

Stel de diagnose LRS bij pijn in één been die volgens dermatomaal patroon tot onder de knie uitstraalt, in combinatie met een positieve proef van Lasègue, of neurologische prikkelings- of uitvalsverschijnselen (krachtsverlies, sensibiliteitsstoornissen of reflexveranderingen), herleidbaar tot één ruggenmergzenuwwortel.

Ga bij afwezigheid alarmsignalen uit van discushernia als oorzaak van het LRS.

RICHTLIJNEN BELEIDNHG Standaard

VoorlichtingNHG Standaard

  • Oorzaak van de klachten is prikkeling van een zenuwwortel in de rug, meestal doordat een tussenwervelschijf uitpuilt (‘hernia’).
  • Prikkeling en klachten verdwijnen meestal zonder specifieke maatregelen.
  • Blijf indien mogelijk in beweging en ga door met de dagelijkse activiteiten; neem enkele uren bedrust als dat verlichting geeft, maar bedrust draagt niet bij aan een sneller herstel.
  • Lagerugpijn kan na verdwijnen van de prikkelingsverschijnselen langer blijven bestaan.
  • Na 6 tot 8 weken valt bij onvoldoende verbetering verwijzing te overwegen om te laten beoordelen of een chirurgische ingreep aangewezen is.

Adviseer de patiënt direct contact op te nemen bij:

  • een doof gevoel in de schaamstreek en rond de anus;
  • ongewild urineverlies of juist niet kunnen plassen;
  • plotseling sterk toenemend verlies van spierkracht.

Niet-medicamenteuze behandelingNHG Standaard

Adviseer de patiënt zo veel te bewegen als de klachten toelaten, indien er behoefte bestaat aan bedrust de periode met bedrust zo kort mogelijk te houden, en daarna de activiteiten zo gauw mogelijk stapsgewijs uit te breiden.

Overweeg na enige weken verwijzing naar oefen- of fysiotherapeut indien patiënt intensievere activerende begeleiding nodig lijkt te hebben.

Adviseer patiënt bij een mogelijke oorzaak in of gevolg voor de arbeidssituatie contact op te nemen met de bedrijfsarts en neem zo nodig ook zelf contact op ter onderlinge afstemming van het beleid.

Medicamenteuze behandelingNHG Standaard

Schrijf zo nodig pijnstillers voor, volgens onderstaand stappenplan.

Stap 1paracetamol 500 mg 3-6 dd 1 of 3 dd 2.
Stap 2NSAID’s: ibuprofen 400 of 600 mg 3 dd 1, of diclofenac 25 of 50 mg 2-3 dd 1 of 75 mg 2 dd 1, of naproxen 250 of 500 mg 2 dd 1. Probeer bij onvoldoende effect van het NSAID van eerste keuze een ander NSAID.
Stap 3paracetamol of een NSAID in combinatie met codeïne 20 mg 3-5 dd 1-2 (laxans toevoegen), of tramadol 50, 100, 150 of 200 mg 2-4 dd 1 (max. 400 mg/dag).
Stap 4morfine 10 mg vanaf 4-6 dd 1-2, of met gereguleerde afgifte vanaf 30 mg 2 dd 1 (laxans toevoegen; bij voorkeur paracetamol of NSAID handhaven).

ControlesNHG Standaard

Bij ernstige pijn of evidente parese stelt de patiënt de huisarts de eerste dagen zo nodig dagelijks op de hoogte van het beloop, bij minder ernstige symptomen minder frequent; laat frequentie van controles afhangen van de ernst van de klachten, maar ten minste 1x per week. Vervolg beloop aan de hand van pijn, motorische uitval en proef van Lasègue. Leg bij de laatste controle de ernst van de nog aanwezige neurologische uitvalsverschijnselen vast met het oog op recidieven.

Consultatie/verwijzingNHG Standaard

Verwijs bij vermoeden van een ernstige oorzaak van het LRS naar een neuroloog.

Verwijs met spoed naar een neurochirurg bij:

  • cauda-equinasyndroom;
  • acuut ontstane ernstige parese of in de loop van enkele dagen progressieve parese.

Verwijs naar neuroloog (bij voorkeur), neurochirurg, of orthopedisch chirurg voor vaststelling operatie-indicatie:

  • bij onbeheersbare radiculaire pijn (als ook morfine de pijn onvoldoende verlicht);
  • als na 6 tot 8 weken ondanks conservatieve behandeling pijn en hinder onvoldoende zijn afgenomen.