Inhoudsopgave
Zoek in standaarden
Â
Overige materialen
Het rode oog M57 (februari 2006)
RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEK
Anamnese
Informeer naar:
-
alarmsymptomen: pijn, daling gezichtsvermogen, lichtschuwheid;
-
oogtrauma + toedracht (corpus alienum, UV-straling, etsing, fysisch geweld).
Diep de anamnese verder uit indien er géén voorafgaand trauma is. Daarbij kunnen, afhankelijk van de gepresenteerde klachten, de volgende vragen relevant zijn:
-
duur en beloop van de klachten (intermitterend/persisterend);
-
afscheiding uit het oog;
-
(’s morgens) dichtgeplakt zitten van de ogen;
-
recent contact met personen met een rood oog;
-
recente bovensteluchtweginfectie;
-
corpus-alienum-gevoel of gevoel van branderigheid;
-
eerdere episode van conjunctivitis;
-
jeuk en klachten die passen bij een atopisch syndroom;
-
chronische ziekten;
-
medicijngebruik en gebruik van cosmetica;
-
contactlenzen en het onderhoud ervan;
-
oogheelkundige voorgeschiedenis; recente laserbehandeling of oogoperatie.
Lichamelijk onderzoek
Inspecteer bij een rood oog in ieder geval:
-
de oogleden;
-
aanwezigheid secreet;
-
lokalisatie en aard roodheid;
-
cornea
Bij een corpus-alienum-gevoel en bij een rood oog zonder duidelijke oorzaak: inspectie achter het onderste en (na omklappen) het bovenste ooglid.
Vervolgonderzoek
Aanvullend onderzoek is geïndiceerd bij alarmsymptomen (pijn, daling gezichtsvermogen, lichtschuwheid), bij een oogtrauma (uitgezonderd keratoconjunctivitis fotoelectrica of een corpus alienum), bij ciliaire roodheid en bij aanwijzingen voor afwijkingen van de cornea.
Het vervolgonderzoek bestaat uit:
-
visusbepaling;
-
inspectie vorm en grootte pupillen (links-rechtsverschil); pupilreacties;
-
consensuele lichtreactie;
-
onderzoek cornea en voorste oogkamer;
-
onderzoek cornea-epitheel na kleuring met fluoresceïne.
Op indicatie tevens:
-
bij stomp oogletsel: beoordeel de oogbewegingen en de oogstand;
-
ter differentiatie tussen cornea- en dieper gelegen aandoeningen: beoordeel effect oppervlakteanestheticum op oogpijn en fotofobie;
-
bij onduidelijkheid over aard/oppervlakkigheid van de roodheid: ga verschuifbaarheid roodheid na met een nat wattenstokje.
Evaluatie
Diagnostisch algoritme voor een rood oog dat niet veroorzaakt is door keratoconjunctivitis fotoelectrica, een corpus alienum of een ander trauma
Zijn één of meer alarmsignalen aanwezig:
-
pijn
-
lichtschuwheid
-
visusdaling
Zo ja, is er sprake van diffuse roodheid?
-
Zo nee: → episcleritis
-
Zo ja, zijn er afwijkingen bij onderzoek van:
-
-
visus
-
pupilreacties
-
inspectie cornea + VOK (zo mogelijk met spleetlamp)
-
-
Zo nee: → waarschijnlijk infectieuze conjuctivitis
-
Zo ja: → ridocyclitis/(herpes)keratitis/Scleritis/Acuut glaucoom
-
Zo nee:
-
bij diffuse roodheid; ogen ‘s ochtends dichtgeplakt; geen jeuk; geen eerdere episodes → bacteriële conjunctivitis
-
bij diffuse roodheid; epidemisch; geen jeuk → virale conjunctivitis
-
bij diffuse roodheid; uitgesproken jeuk; atopische klachten → allergische (atopische) conjunctivitis
-
bij diffuse roodheid; periorbitaal eczeem; jeuk → contactallergische conjuntivitis
-
bij diffuse roodheid; droog gevoel/aspect; positief effect kunsttranen → Keratoconjuntivitis sicca
-
bij diffuse roodheid; ooglidranden rood, gezwollen, jeukend → blefaroconjunctivitis (vesikels: herpes)
-
bij eenzijdige segmentale scherpbegrensde lakrode roodheid → Subconjunctivale bloeding
RICHTLIJNEN BELEID
Algemeen: contactlenzen uitlaten bij klachten en tijdens behandeling.
Diagnose Bacteriële conjunctivitis
Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling: geneest doorgaans vanzelf; besmettelijke aandoening, hygiënische maatregelen
medicamenteuze behandeling: bij veel hinder, klachten >3 dagen, preëxistente cornea- afwijking: chlooramfenicol-oogzalf 1% 2-4 dd tot 48 uur na herstel
Controle, consultatie, verwijzing: controleer na 2-3 dagen bij onvoldoende verbetering en bij alarmsymptomen; verwijs bij duur >2 weken
Diagnose Virale conjunctivitis
Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling: geneest doorgaans vanzelf; besmettelijke aandoening, hygiënische maatregelen
medicamenteuze behandeling: n.v.t.
Controle, consultatie, verwijzing: controleer na 2-3 dagen bij onvoldoende verbetering en bij alarmsymptomen; verwijs bij duur >2 weken
Diagnose Herpes-simplex-conjunctivitis
Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling: recidiverend karakter
medicamenteuze behandeling: aciclovir-oogzalf 5 dd tot 3 dagen na herstel
Controle, consultatie, verwijzing: controleer om de 3 dagen: corneabeoordeling met fluoresceïne; verwijs bij keratitis
Diagnose Allergische (atopische) conjunctivitis
Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling: overgevoeligheid; dooft na verloop van jaren uit; z.n. koud kompres
medicamenteuze behandeling: antihistaminicum-oogdruppels: - azelastine 2-4 dd 1dr - levocabastine 2-4 dd 1 dr - olopatadine 2 dd 1dr z.n. maximaal 3 dagen toevoegen: prednisolon 0,5% 3-4 dd 1 dr*
Controle, consultatie, verwijzing: bij frequente recidieven: onderhoudsbehandeling antihistaminicum-oogdrup- pels, z.n. combineren met oraal antihistaminicum; verwijs bij therapie- resistente klachten
Diagnose Conjunctivitis door contactallergie
Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling: proberen waarvoor overgevoeligheid bestaat + vermijden
medicamenteuze behandeling: nafazoline- of fenylefrine- oogdruppels 0,125-0,25% 3-4 dd 1 dr; indien hevig: maximaal 3 dagen prednisolon 0,5% 3-4 dd 1 dr*; z.n. op oogleden kort hydrocortisoncrème
Controle, consultatie, verwijzing: verwijs bij onduidelijkheid waarvoor patiënt overgevoelig is
Diagnose Keratoconjunctivitis sicca
Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling: traanklierdisfunctie, doorgaans door veroudering; chronisch
medicamenteuze behandeling: Carbomeer-ooggel 3-4 dd of hypromellose-oogdruppels 0,3% 3-4 dd 1 dr, z.n. conserveermiddelvrij
Controle, consultatie, verwijzing: verwijs bij therapie- resistente klachten
Diagnose Blefaritis/blefaroconjunctivitis
Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling: vaak bacterie betrokken die groeit op vet/talg; 2 dd oogleden ontvetten met babyshampoo
medicamenteuze behandeling: bij onvoldoende effect: fusidinezuur-ooggel 2 dd 1 dr inmasseren (ooglidrand)
Controle, consultatie, verwijzing: verwijs bij therapie- resistente klachten
Diagnose Subconjunctivale bloeding
Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling: onschadelijk; verdwijnt spontaan in 2-3 weken
medicamenteuze behandeling: n.v.t.
Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling: geneest spontaan in enkele weken; eventueel koud kompres ter verlichting klachten
medicamenteuze behandeling: z.n. maximaal 3 dagen: prednisolon 0,5% 3-4 dd 1 dr*
Controle, consultatie, verwijzing: verwijs bij recidieven naar internist voor onderzoek op systemische aandoening
Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling: geneest in 1-3 dagen; niet wrijven; oogverband alleen op indicatie
medicamenteuze behandeling: Chlooramfenicol-oogzalf 1% 2-4 dd tot sluiting defect
Controle, consultatie, verwijzing: na 3 dagen, z.n. eerder; verwijs indien na drie dagen niet genezen
Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling: verwijderen, eventuele roestring m.b.v. frees
medicamenteuze behandeling: Chlooramfenicol-oogzalf 1% éénmalig na verwijdering corpus alienum
Controle, consultatie, verwijzing: verwijs bij: mislukte verwijdering en centraal gelegen roestring
Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling: z.n. koud kompres
medicamenteuze behandeling: n.v.t.
Controle, consultatie, verwijzing: controleer na 1 dag bij aanhoudende klachten; verwijs bij alarmsymptomen
Diagnose Keratoconjunctivitis fotoelectrica
Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling: geneest in enkele dagen; niet wrijven
medicamenteuze behandeling: z.n. oxybuprocaïne-oogdrup- pels 0,4% éénmalig (eventueel restant minim meegeven) + z.n. orale pijnstilling
Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling: direct spoelen met kraanwater 10-20 minuten
medicamenteuze behandeling: milde etsing: chlooramfenicol-oogzalf 1% 2-4 dd
Controle, consultatie, verwijzing: controleer na 1 dag bij milde etsing; verwijs bij etsing door zuur/kalk/loog
Spoedverwijsindicaties
-
Aanwijzingen voor acuut glaucoom.
-
Chemisch oogtrauma (vooral wanneer dit gepaard gaat met troebeling van de cornea, chemose met blaarvorming).
-
Oogletsel dat gepaard gaat met ooglidruptuur, visusdaling, hyphaema, pupilverandering en/of verstoorde pupilreacties, gestoorde oogbewegingen, lichtflitsen, dubbelzien en bij aanwijzingen voor een orbitafractuur of een ‘high velocity’ trauma.
-
Aanwijzingen voor keratitis, met uitzondering van keratoconjunctivitis fotoelectrica.
-
Aanwijzingen voor iridocyclitis, ciliaire roodheid.
-
Pasgeborenen bij wie voor de tiende levensdag een hevig pussende conjunctivitis onstaat.
