U bent nu hier:
M63

Urinesteenlijden   M63   (april 2007)




BEGRIPPENNHG Standaard

  • Acute fase: fase van de aanval tot de pijn beheersbaar wordt of de patiënt de steen loost.
  • Postacute fase: fase waarin de diagnose urinesteenlijden wordt getoetst en het beleid op langere termijn wordt bepaald.

RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEK – ACUTE FASENHG Standaard

AnamneseNHG Standaard

  • Pijn: aard, acuut begin, bewegingsdrang, lokalisatie en uitstraling.
  • Misselijkheid en braken.
  • Bloed in de urine.
  • Mictieklachten en koorts als uiting van een mogelijke infectie.
  • Eerdere urinesteenaanval.
  • Familiair voorkomen van urinestenen.

Lichamelijk onderzoekNHG Standaard

  • Observeer de patiënt, let op bewegingsdrang. Neem de lichaamstemperatuur op en meet de bloeddruk bij twijfel aan shock.
  • Verricht buikonderzoek:
    • druk- of slagpijn in de nierloge past bij urinesteenlijden;
    • let op peritoneale prikkeling, om andere aandoeningen uit te sluiten.

Aanvullend onderzoekNHG Standaard

  • Urineonderzoek op erytrocyturie (dipstick) en urineweginfectie (zie NHG-Standaard Urineweginfecties).

EvaluatieNHG Standaard

  • Acute enkelzijdige pijn in de flank met bewegingsdrang en hematurie: urinesteenaanval.
  • Urineweginfectie zonder koorts: behandel volgens NHG-Standaard Urineweginfecties.
  • Koorts of peritoneale prikkeling: past niet bij ongecompliceerd urinesteenlijden.

RICHTLIJNEN BELEID – ACUTE FASENHG Standaard

Voorlichting en niet-medicamenteuze therapieNHG Standaard

  • Tijdens aanvallen: niet te veel drinken.
  • Bij koorts of symptomen van urineweginfectie: opnieuw contact opnemen.
  • Instrueer de patiënt het steentje op te vangen (urine zeven).
  • Controle op spreekuur na vijf tot zeven dagen (postacute fase).

Medicamenteuze therapieNHG Standaard

Pijnstilling:

  • eerste keus: diclofenac 100 mg rectaal of 75 mg intramusculair (maximaal 200 mg diclofenac per 24 uur rectaal of 150 mg intramusculair);
  • bij onvoldoende effect: morfine 10 mg subcutaan of intramusculair;
  • schrijf diclofenac zetpillen (100 mg) voor, zodat de patiënt een recidief kan bestrijden.

VERWIJZING – ACUTE FASENHG Standaard

Verwijs naar de uroloog:

  • bij koorts of peritoneale prikkeling;
  • bij niet te beheersen pijn;
  • kinderen jonger dan 12 jaar en zwangeren.

RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEK – POSTACUTE FASENHG Standaard

AnamneseNHG Standaard

  • Verloop van de pijn.
  • Spontane lozing van de steen.
  • Koorts.
  • Mictieklachten.

Lichamelijk onderzoekNHG Standaard

  • Herhaal het lichamelijk onderzoek uit de acute fase, afhankelijk van klachten.

Aanvullend onderzoekNHG Standaard

  • Herhaal het urineonderzoek op erytrocyturie en urineweginfectie.
  • Analyse van de samenstelling van de steen indien uitgeplast en opgevangen.
  • Bij persisterende klachten of persisterende hematurie circa een week na begin van de klachten: op korte termijn echografie (vraagstelling: steen zichtbaar, dilatatie?). Buikoverzichtsfoto indien er echografisch geen steen zichtbaar is en er geen dilatatie is.
  • Als echoscopisch geen dilatatie aantoonbaar is en klachten of erytrocyturie persisteren: na vier weken een blanco CT-scan van het abdomen in eigen beheer of verwijzen.

EvaluatieNHG Standaard

  • De postacute fase eindigt als de patiënt klachtenvrij is en geen erytrocyturie meer heeft.
  • Dilatatie van de urinewegen bij echografisch onderzoek circa een week na het begin van de klachten is reden tot overleg of verwijzing. Wacht anders spontane lozing af.
  • Als vier weken later op de CT-scan een kleine, distale uretersteen vastgesteld wordt zonder dilatatie, wacht dan nogmaals vier weken spontane lozing af.

RICHTLIJNEN BELEID – POSTACUTE FASENHG Standaard

Voorlichting en niet-medicamenteuze therapieNHG Standaard

  • Veel drinken (2 liter per dag) kan helpen steengroei of recidieven te voorkomen.
  • Adviseer normale hoeveelheden calcium in het dieet.

Medicamenteuze therapieNHG Standaard

  • Overweeg het gebruik van tamsulosine: eenmaal daags 's ochtends 1 tablet van 0,4 mg. Dit doet de kans op spontane lozing, met name van distale ureterstenen, toenemen en de pijn verminderen. Leg uit dat het om off label-gebruik gaat.
  • Mogelijke bijwerkingen: orthostatische hypotensie, duizeligheid.

VERWIJZING – POSTACUTE FASENHG Standaard

  • Overleg met of verwijs naar de uroloog bij:
  • koorts of onbehandelbare pijn;
  • dilatatie bij echografie of op de CT-scan;
  • persisteren van klachten (beheersbare pijn) of erytrocyturie na:
    • vier weken, tenzij dan op de CT-scan een kleine, distale uretersteen wordt gezien;
    • acht weken, als een kleine distale uretersteen nog steeds niet is geloosd;
  • vermoeden van een onderliggende aandoening bij een atypisch beloop (infectie, dubbelzijdig steenlijden).

Verwijs patiënten voor metabool onderzoek naar uroloog of internist bij recidiverende stenen of stenen met een weinig voorkomende samenstelling (struviet, cystine, urinezuur).