Inhoudsopgave
Zoek in standaarden
Â
Overige materialen
Niet-traumatische knieproblemen bij kinderen en adolescenten M65 ((eerste herziening) juni 2009)
STANDSAFWIJKINGEN VAN DE KNIE
Fysiologische standsontwikkeling van de knieën
-
nul tot twee jaar: genua vara (O-benen);
-
twee tot zeven jaar: genua valga (X-benen);
-
vanaf zeven jaar: rechte beenstand.
RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEK
Anamnese
Besteed aandacht aan:
-
het verloop van de ontwikkeling van de stand van de knieën;
-
voorgeschiedenis: fractuur, osteomyelitis, rachitis, nierinsufficiëntie, verlamming, operaties, maligniteit, medicatie.
Lichamelijk onderzoek
Let op:
-
in stand en tijdens lopen: asymmetrie, ‘intoeing’, varus- of valgusstand van het been?
-
in rugligging met gestrekte en gesloten benen: raken mediale femurcondylen of malleoli elkaar?
Evaluatie
Stel vast of de stand van de knieën afwijkt van de fysiologische ontwikkeling.
RICHTLIJNEN BELEID
Voorlichting en advies
-
geef informatie over fysiologische standsontwikkeling van de knieën;
-
controleer bij een symmetrische standsafwijking of deze na een jaar persisteert;
-
instrueer de ouders contact op te nemen bij snelle progressie of klachten.
Verwijzing
Verwijs naar orthopedisch chirurg of kinderarts bij:
-
uitgesproken of persisterende genua vara na het tweede levensjaar;
-
uitgesproken of persisterende genua valga na het zevende levensjaar;
-
asymmetrisch genu valgum of varum;
-
snel progressieve standsafwijkingen;
-
bij vermoeden van onderliggende pathologie zoals rachitis of maligniteit.
PIJNKLACHTEN VAN DE KNIE
RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEK
Anamnese
Besteed aandacht aan:
-
lokalisatie, duur en beloop;
-
zwelling, slotverschijnselen (knie op slot of niet te strekken);
-
omstandigheden die de pijn verergeren of verminderen (lang zitten, knielen, traplopen, fietsen, sporten);
-
belemmeringen of belasting (in dagelijks leven, bij sporten);
-
zelfzorg;
-
voorgeschiedenis.
Lichamelijk en aanvullend onderzoek
Let in stand op:
-
volledige statiek;
-
stand van het been;
-
zwelling.
Let in rugligging op:
-
lokale zwelling: roodheid, fluctuatie, drukpijn;
-
ballottement van de patella (hydrops);
-
actieve en passieve flexie en extensie van de knie;
-
drukpijn bij palpatie.
Bij vermoeden van artritis, osteochondritis dissecans, osteomyelitis of tumor: röntgenfoto en/of laboratoriumonderzoek.
Evaluatie
Bij afwezigheid van slotverschijnselen en hydrops kunnen de volgende diagnosen worden gesteld:
-
ziekte van Osgood-Schlatter: (druk)pijnlijke zwelling ter hoogte van tuberositas tibiae;
-
patellofemorale pijnsyndroom: pijn op of rond de patella, erger bij lang zitten, hurken, knielen, traplopen, fietsen; minder bij rust of strekken van de knie;
-
jumper's knee: (druk)pijn op de patellapees, meestal ter hoogte van de onderrand van de patella en pijn bij springen;
-
referred pain: pijn veroorzaakt door aandoening buiten de knie.
RICHTLIJNEN BELEID
Voorlichting en advies
-
geef informatie over aard en gunstige beloop van de aandoening;
-
adviseer (sport)activiteiten die pijn uitlokken gedurende een maand te verminderen en als de klachten verminderen de (sport)activiteiten geleidelijk op te voeren;
-
ziekte van Osgood-Schlatter: zwelling kan, na verdwijnen pijnklachten, lang blijven bestaan;
-
patellofemorale pijnsyndroom: adviseer eventueel spierversterkende oefeningen voor musculus quadriceps (isometrisch uitvoeren).
Controles en verwijzing
-
controleer na vier tot zes weken, tenzij de klachten voldoende zijn verbeterd;
-
verleng de periode van activiteitenvermindering desgewenst met nog een tot twee maanden;
-
verwijs op korte termijn naar de tweede lijn bij vermoeden van artritis, osteochondritis dissecans, osteomyelitis of maligniteit en bij vermoeden van bacteriële artritis of osteomyelitis dezelfde dag.
