U bent nu hier:
M67

Niet-traumatische knieproblemen bij volwassenen   M67   (mei 2008)




RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEKNHG Standaard

AnamneseNHG Standaard

Vraag naar:

  • pijn (lokalisatie, verloop), zwelling, slotverschijnselen;
  • ochtendstijfheid en startpijn;
  • omstandigheden die de pijn verergeren of verminderen (rust, bewegen, traplopen, sporten);
  • belemmeringen in het dagelijks leven;
  • relatie met beroepswerkzaamheden;
  • knieklachten of knietrauma in het verleden.

Lichamelijk onderzoekNHG Standaard

  • Inspecteer in stand van voren:
    • standafwijking (varus, valgus);
    • atrofie van de m. quadriceps;
    • zwelling (lokaal, diffuus, ventraal, dorsaal);
    • verbreding van het gewricht.
  • Onderzoek in rugligging:
    • lokale zwelling: roodheid, temperatuur, fluctuatie, drukpijn;
    • ballottement van de patella;
    • drukpijn over de gewrichtsspleet;
    • crepitaties bij bewegingsonderzoek;
    • actieve en passieve flexie en extensie;
    • rotaties heup.

Aanvullend onderzoekNHG Standaard

Alleen bij twijfel over de diagnose of een afwijkend beloop kan beeldvormend onderzoek aangewezen zijn. Voor de diagnose gonartrose is een röntgenfoto niet noodzakelijk.

EvaluatieNHG Standaard

  • Intra-articulair: ballottement, slotverschijnselen, bewegingsbeperking, crepitaties;
    • gonartrose: oudere leeftijd, kortdurende (< 30 minuten) start- en ochtendstijfheid, gewrichtsverbreding, varus- of valgusstand, crepitaties;
    • meniscusletsel: zie NHG-Standaard Traumatische knieproblemen.
  • Extra-articulair: geen slotverschijnselen, geen ballottement;
    • bursitis prepatellaris: fluctuerende prepatellaire zwelling;
    • tractus iliotibialis frictiesyndroom: pijn ter hoogte van de laterale femurcondyl tijdens sporten;
    • bakercyste: fluctuerende zwelling in de knieholte.

RICHTLIJNEN BELEIDNHG Standaard

VoorlichtingNHG Standaard

  • Geef informatie over aard en beloop van de aandoening.
  • Bursitis prepatellaris: druk en wrijving enkele dagen vermijden, kniebeschermers bij recidieven.
  • Tractus iliotibialis frictiesyndroom: sportactiviteiten verminderen, bij verbetering weer opvoeren.
  • Bakercyste: onschuldige zwelling, behandeling afhankelijk van klachten.
  • Gonartrose: adviseer een actieve levensstijl (ten minste een half uur per dag matig intensief bewegen) en zo nodig gewichtsreductie.

Niet-medicamenteuze behandelingNHG Standaard

  • Bursitis prepatellaris: aspireer wanneer cosmetisch of functioneel storend (injecteer na aspiratie eventueel intrabursaal 20 tot 40 mg methylprednisolon, al dan niet in combinatie met lokaal anestheticum).
  • Gonartrose: overweeg begeleiding door fysiotherapeut en diëtiste, eventueel lopen met een stok.

Medicamenteuze behandelingNHG Standaard

  • Bursitis prepatellaris: bij toenemende roodheid, malaise en koorts flucloxacilline 500 mg 4 dd gedurende 7 dagen.
  • Tractus iliotibialis frictiesyndroom: eventueel injectie met lokaal anestheticum en corticosteroïd (20 tot 40 mg methylprednisolon) ter plaatse van de pijn.
  • Gonartrose:
    • pijnbestrijding:
      • eerste keus: paracetamol voor een periode van twee weken;
      • tweede keus: oraal NSAID;
      • eventueel: NSAID’s op de huid (kortdurend effectief), opioïden (bijwerkingen);
    • bij exacerbatie of onvoldoende effect van medicatie:
      • overweeg één of meer intra-articulaire injecties met 20 tot 40 mg triamcinolonacetonide.

CONTROLE EN VERWIJZINGNHG Standaard

  • Bursitis prepatellaris: bij persisteren of frequente recidieven, verwijs naar chirurg.
  • Tractus iliotibialis frictiesyndroom: bij persisteren, verwijs naar sportarts of sportfysiotherapeut.
  • Bakercyste: bij persisterende klachten, verwijs naar orthopedisch chirurg,
  • Gonartrose: voer een actief beleid en evalueer regelmatig effect van adviezen. Bij ernstige klachten ondanks conservatieve therapie: verwijs naar orthopedisch chirurg of (bij persisterende hydrops) reumatoloog.