Inhoudsopgave
Zoek in standaarden
Â
Overige materialen
Het SOA-consult M82 (december 2004)
Voor algemene achtergrondinformatie over de verschillende soa, zie tabel 1.
RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEK
Anamnese
Algemeen:
-
begin, aard en beloop van klachten;
-
tijd tussen eventueel onveilig seksueel contact en het begin van klachten.
Klachten bij plassen en bij vaginale klachten:
-
pijnlijk, branderig, geïrriteerd gevoel bij het plassen of frequente mictie;
-
afscheiding (purulent of helder, kleur, geur);
-
jeuk of irritatie;
-
bij een vrouw: contactbloedingen of intermenstrueel bloedverlies.
Blaasjes of een of meer anogenitale zweertjes:
-
prodromale verschijnselen (pijn, jeuk); pijnlijke afwijkingen of juist niet, pijn bij de anus;
-
algemene verschijnselen (temperatuurverhoging, gezwollen lymfklieren);
-
eerder gelijke klachten;
-
verminderde afweer.
Mogelijke wratjes:
-
last van de plekjes, jeuk of branderigheid;
-
toename in aantal of grootte;
-
cosmetische of emotionele bezwaren.
Seksuele anamnese en partner(s)
Stel bij alle patiënten met klachten, vragen of ongerustheid over soa en een grotere kans op een soa vragen over de aard van de seksuele contacten en de partner(s):
-
verhoogd risico op soa bij patiënt of partner: homo/biseksueel, drugsgebruiker, prostitué(e) of prostituant;
-
afkomst patiënt en partner (etniciteit, afkomstig uit of gereisd naar een HIV- of hepatitis-B-endemisch gebied);
-
seksueel gedrag: vaginaal, anaal en/of orogenitaal seksueel contact;
-
seksueel contact met wisselende partners of een nieuwe partner, (on)beschermd, juist condoomgebruik;
-
partner klachten of verschijnselen, soa bij de partner (welke?);
-
seksuele contacten na het ontstaan van de klachten;
-
eerder een soa gehad.
Lichamelijk onderzoek
Verricht lichamelijk onderzoek bij patiënten met klachten of met een groot soa-risico. Zoek bij een patiënt met een partner met een soa gericht naar aanwijzingen voor die soa. Onderzoek bij anaal seksueel contact de anogenitale regio en bij oraal contact de mond.
Bij klachten die kunnen passen bij een urethritis:
-
Is er afscheiding (purulent of helder)?
-
Laat bij ontbreken van afscheiding de urethra leegstrijken: afscheiding?
-
Is er roodheid rond de urethra?
-
Is er een ulcus aan glans of preputium?
Bij vaginale klachten:
-
Verricht speculumonderzoek. Let daarbij op fluor, vesikels, erosies, ulcera of condylomata en aspect van cervix en vaginawand.
Bij pijn of jeuk of bij een verandering die de patiënt zelf heeft ontdekt:
-
Inspecteer het anogenitale gebied op de aanwezigheid van vesikels, erosies, crustae of een ulcus (pijnlijk of niet), condylomata acuminata, luizen of neten en krabeffecten.
-
Palpeer inguïnale lymfklieren: vergroot, pijnlijk?
Aanvullend onderzoek
Voor onderzoeken voor het aantonen van specifieke verwekkers van soa, zie tabel 2.
Bij klachten passend bij een urethritis:
-
zonder afscheiding: sediment eerstestraalurine;
-
bij afscheiding of leukocyturie (urethritis): onderzoek naar Chlamydia en gonorroe;
-
bij aanhoudende klachten zonder Chlamydia of gonorroe: kweek op Trichomonas vaginalis.
Bij een genitaal ulcus: zie voor onderscheid tussen herpes genitalis en syfilis tabel 1.
Gericht aanvullend onderzoek op basis van risico-inschatting:
-
partner met chlamydia-infectie, gonorroe, syfilis, hepatitis B of HIV: onderzoek die soa;
-
heteroseksuele jongeren: Chlamydia en gonorroe;
-
wisselende heteroseksuele contacten en grote ongerustheid: tevens syfilis, hepatitis B, HIV-infectie;
-
homo- of biseksuele contacten, een homo- of biseksuele partner, patiënt of partner werkzaam in prostitutie of prostituant: Chlamydia, gonorroe, syfilis, hepatitis B en HIV-infectie;
-
partner is intraveneuze drugsgebruiker: hepatitis B of HIV-infectie;
-
patiënt en/of partner afkomstig uit HIV-endemische gebieden: Chlamydia, gonorroe, syfilis, hepatitis B en HIV-infectie;
-
patiënt en/of partner afkomstig uit hepatitis-B-virus-endemische gebieden: hepatitis B.
Evaluatie
Voor de diagnose van specifieke soa zie tabel 2.
Urethritis bij een man: bij een pijnlijk, branderig of geïrriteerd gevoel in de urethra met afscheiding of bij een positief eerstestraalurineonderzoek (>10 leukocyten per gezichtsveld). Specificeer de diagnose na aanvullend onderzoek of concludeer tot een niet-specifieke urethritis.
RICHTLIJNEN BELEID
Voorlichting
Counseling: wel of niet testen? Geef informatie over klachten en complicaties. Schat het risico op soa in. De patiënt komt dan tot een keuze om zich te laten testen en waarop.
De uitslag. Bespreek de gevoelens die het horen van de uitslag oproept. Neem de behandeling door en bespreek of controle nodig is. Geef informatie over de vastgestelde soa (zie ook tabel 1).
Preventie. Bespreek het risico van een soa, zo nodig ook bij een verzoek om anticonceptie of morning-afterbehandeling, bij vrouwen met vage buikklachten, en na seksueel geweld.
Is de patiënt gemotiveerd om veilig te vrijen? Welke barrières ervaart de patiënt? Vermijd onbeschermd seksueel contact (oraal, vaginaal en anaal) en bloedcontact en pas condoomgebruik tijdig toe.
Ter preventie van hepatitis B is vaccinatie effectief.
Partnerwaarschuwing en contactopsporing:
-
Chlamydia, gonorroe of acute hepatitis B: seksuele partner(s) tot een halfjaar terug;
-
primaire syfilis: seksuele partners tot 3 maanden terug; secundaire syfilis: 6 maanden;
-
dragerschap van het hepatitis-B-virus: alle seksuele partners en gezinsleden;
-
HIV-positief: alle seksuele partners uit het verleden, of vanaf het moment van een negatieve test;
-
herpes genitalis of condylomata acuminata: geen contactopsporing;
Geef eventueel schriftelijk materiaal (waarschuwingsstrook) mee of schakel de GGD in.
HIV. Bespreek het gelopen risico en de voordelen als een HIV-besmetting bekend is: besmetting van anderen voorkomen, behandeling. Bied begeleiding aan bij de verwerking. Geef advies hoe het te vertellen aan familie of vrienden, en hoe in contact te komen met lotgenoten.
Postexpositieprofylaxe. Behandeling om een infectie met hepatitis-B-virus of HIV te voorkomen bij onbeschermd contact met een partner met (zeer waarschijnlijk) hepatitis-B-virus of HIV; ook te overwegen na verkrachting. Verwijs met spoed (uiterlijk binnen 72 uur) naar GGD-arts infectieziekten.
Aangiftebeleid. Voor hepatitis B bestaat meldingsplicht.
Behandeling, controle en verwijzing, zie
tabel 2
Tabel 1 Achtergrondinformatie over de verschillende soa
| Soa | Besmettingskans | Incubatietijd | Asymptomatische infectie? | Klinisch beeld en klachten | Complicaties | Natuurlijk beloop |
| Chlamydia-infectie | 50-70% | 1-3 wkn | vaak | vrouw: fluor/PID man: urethritis | PID met EUG en fertiliteitsproblemen; arthritis; bij neonaat: conjunc- | na 1 jaar 50% niet meer aan te tonen |
| Gonorroe | 50-80% | 2-5 dgn | soms | vrouw: fluor/PID man: urethritis | tivitis, pneumonie | 95% na 6 maanden klachtenvrij |
| Syfilis | 30-60% (in relatie) | 10-90 dgn | mogelijk | 1e stadium: pijnloze zweer met lymfadenopathie. 2e stadium: algemene klachten en huidafwijkingen | 3e stadium na 2-30 jaar: orgaanlues | jaren symptoomloos, daarna ontwikkeling 3e stadium mogelijk |
| Trichomoniasis | 70-100% bij vrouwelijke partner van besmette man | 1-4 wkn | meestal | vrouw: fluor man: urethritis | geen | langdurig kolonisatie zonder klachten mogelijk |
| Herpes genitalis | 10% (in relatie) | 2-12 dgn | meestal | primo-infectie: prodromen. Vrouw: pijn, jeuk, dysurie, fluor, lymfadenopathie. Man: urethritis. Daarna blaasjes met helder vocht | herpes neonatorum, aseptische meningitis, radiculopathie | besmetting blijft levenslang, meestal afnemend aantal recidieven met milder beloop |
| Condylomata acuminata | 60-80% | 1-8 mnd | vaak | bloemkoolachtige wratten, rozerood tot grijswit | grote invasieve tumoren bij immuun gecompromitteerde patiënten | self-limiting |
| Hepatitis B | <1% bij eenmalig contact, bij partners van dragers 16-40% | 2-3 mnd | vaak | hepatitis | dragerschap, levercirrose en levercelcarcinoom | genezing in 3 maanden, soms drager |
| HIV-infectie/aids | 0,1-2% bij eenmalig contact | jaren | ? | primo-infectie met aspecifieke klachten, daarna asymptomatisch | opportunistische infecties, huidafwijkingen en cerebrale afwijkingen | progressief |
| Schaamluis | ? | ? | ? | jeuk, papels, blauwe maculae; luizen en neten | geen | ? |
Tabel 2 Diagnostiek, behandeling, controlebeleid en verwijsindicaties van de soa
| Soa | Diagnostiek | Behandeling | Controle | Verwijzen |
| Chlamydia-infectie | - man: PCR eerstestraalurine - vrouw met klachten: PCR cervix en urethra - vrouw voor uitsluiten diagnose: PCR urine of vaginale wat | 1e keus: azitromycine 1 g 2e keus: 7 dagen doxycycline 2 dd 100 mg zwangeren: - 7 dagen amoxicilline 3 dd 500 mg - bij penicillineallergie 7 dagen erytromycine 4 dd 500 mg | bij aanhoudende klachten en bij zwangeren | - |
| Gonorroe | - man: PCR eerstestraalurine - vrouw: PCR cervix en urethra - zwangeren, PID: kweek | 1e keus: 1 gram cefotaxim intramusculair 2e keus: eenmalig ciprofloxacine 500 mg of 1 g cefuroximaxetil zwangeren: eenmalig amoxicilline 3 g | bij aanhoudende klachten en bij zwangeren | - |
| Syfilis | serologie: TPHA en FTA-ABS-test | 1e keus: 2,4 miljoen E benzathinebenzylpenicilline intramusculair zwangeren: 3 injecties, op dag 1, 8 en 15 2e keus: 2-4 weken doxycycline 200 mg | VDRL | dermatoloog, tenzij het een vroege syfilis betreft en de huisarts voldoende kennis en ervaring heeft |
| Trichomoniasis | kweek, of bij vrouw: microscopisch onderzoek fluor | 2 g metronidazol | bij aanhoudende klachten | - |
| Herpes genitalis | klinische beeld of PCR of kweek; maak onderscheid tussen een eerste infectie en recidief | valaciclovir 2 dd 500 mg of famciclovir 3 dd 250 mg bij een primo-infectie of 2 dd 250 mg bij een recidief zwangeren: aciclovir 5 dd 200 mg profylaxe bij frequente recidieven: 6-12 mnd 1 dd 500 mg valaciclovir, 2 dd 250 mg famciclovir of 2 dd 400 mg aciclovir | bij aanhoudende klachten | zwangere met primo-infectie na 34e week |
| Condylomata acuminata | rozerode tot grijswitte wratten met een gelobd, bloemkoolachtig oppervlak en een doorsnede van 1 tot 5 mm | podofyllotoxinecrème 0,15% of -vloeistof 0,5% of imiquimod-crème 5% of cryotherapie of elektrocoagulatie | bij aanhoudende klachten | dermatoloog of gynaecoloog bij persisteren of indien lokalisatie dit nodig maakt |
| Hepatitis B | serologie HBsAg | via maagdarmleverarts of internist | HbeAg en transaminasen | HbeAg positief of verhoogde transaminasen: maagdarmlever-arts of internist; GGD voor PEP |
| HIV-infectie/aids | HIV-antistoffen | via gespecialiseerde internist | in het algemeen via internist | gespecialiseerde internist; GGD voor PEP |
| Schaamluis | bij aanwezigheid van luizen en/of neten | permetrinecrème of bioalletrine/piperonylbutoxide-spray | bij aanhoudende klachten | - |
