U bent nu hier:

Lacune Osteoporose

 

Onderwerp

Toelichting

Bron

Bron precies

Wat is de klinische relevantie van multidisciplinaire, multifactoriële risicofactorscreening en interventieprogramma’s ter preventie van vallen bij ouderen.

Een meta-analyse naar de effectiviteit van interventies ter preventie van vallen bij ouderen leidde tot de conclusie dat multidisciplinaire, multifactoriële risicofactorscreening en interventieprogramma’s effectief zijn, zowel in de gezonde bevolking als bij ouderen die gevallen zijn. Hierbij geven de auteurs aan dat men zich moet realiseren dat de effecten klein zijn en de klinische relevantie (vermindering aantal heupfracturen) onduidelijk is.

M69 Osteoporose

noot 31

Wat is de effectiviteit van het stoppen met roken en het verminderen van alcoholgebruik bij osteoporose.

Overmatig alcoholgebruik en roken worden veelvuldig gezien als zwakke risicofactoren voor osteoporose. Of stoppen met roken en het verminderen van alcoholgebruik daadwerkelijk leidt tot een vermindering van het aantal fracturen is niet bewezen.

M69 Osteoporose

noot 13, 15

Wat is de effectiviteit van lichaamsbeweging bij osteoporose.

Diverse observationele onderzoeken naar het belang van mobiliteit zijn consistent in hun bevindingen. Zij laten steeds een belangrijk verschil in fractuurkans zien tussen mensen met een slechte mobiliteit en geringe activiteit en mensen die gemiddeld ter been zijn. Onduidelijk is welke mate lichaamsbeweging noodzakelijk is om geen verhoogde fractuurkans te hebben: 1 uur per dag huishouden of tuinieren; meer dan 4 uur per dag 'ter been zijn' of frequent, intensief gewichtsdragend sporten.

M69 Osteoporose

noot 30

Hoelang moet het gebruik van alendronaat worden voortgezet?

Er zijn nog maar weinig gegevens over het langdurig gebruik van bisfosfonaten. In twee onderzoeken zijn de effectiviteit en de veiligheid van langdurig gebruik van bisfosfonaten onderzocht. De aantallen proefpersonen in deze twee onderzoeken zijn te echter te gering om de effectiviteit en veiligheid met zekerheid te kunnen vaststellen.

M69 Osteoporose

noot 43

Wat is de voorspellende waarde van botmetingen met ultrageluid.

Momenteel is botdichtheidsmeting met behulp van ultrageluid in ontwikkeling. De methode is nog weinig gangbaar. Routinematige toepassing in de klinische praktijk is nog onvoldoende gevalideerd.

M69 Osteoporose

noot 18

Wat is het risico op osteoporose bij allochtone vrouwen.

Het risico op fracturen ten gevolge van een vitamine-D-deficiëntie bij allochtone vrouwen in Nederland is onbekend. Het is aannemelijk dat bij deze vrouwen de kans op een vitamine-D-deficiëntie groter is doordat zij een donkere huid hebben en/of door een verminderde zonexpositie.

M69 Osteoporose

noot 5, 13, 24

Wat is het effect van vitamine D suppletie bij allochtone vrouwen.

Bekend is dat veel allochtone vrouwen die een groot deel van het lichaam bedekt hebben, een verlaagde vitamine-D-spiegel hebben. Er is echter geen onderzoek is naar het effect van vitamine-D-suppletie bij allochtone vrouwen.

M69 Osteoporose

noot 24

Wat is het effect van preventieve behandeling met bisfosfonaten of tijdelijke hormonale substitutietherapie bij vrouwen met een periode van (secundaire) amenorroe of een vroege menopauze.

Een periode van (secundaire) amenorroe of een climacterium praecox gaat gepaard met botverlies. De effectiviteit van behandeling met bisfosfonaten of tijdelijke hormonale substitutietherapie op de reductie van het aantal wervel- en heupfracturen op latere leeftijd is onbekend.

M69 Osteoporose

noot 46

Wat zijn betrouwbare en directe gegevens over het voorkomen van osteoporose in de Nederlandse bevolking.

Deze cijfers zijn niet beschikbaar.

M69 Osteoporose

noot 4/5

Wat is de effectiviteit en klinische relevantie kracht- en balanstraining ter preventie van vallen bij ouderen.

Een meta-analyse naar de effectiviteit van interventies ter preventie van vallen bij ouderen leidde tot de conclusie dat kracht- en balanstraining effectief is. Onduidelijk is echter of balanstraining het effectiefst is.

M69 Osteoporose

noot 31

Wat is de effectiviteit/klinische relevantie aanpassingen in de woning ter preventie van vallen bij ouderen.

Van aanpassingen in de woning wordt de effectiviteit controversieel gevonden. Hoewel de programma’s in principe effectief lijken blijken bij nadere analyse van de resultaten ook valincidenten buitenshuis meegenomen te zijn: mogelijk dat de effectiviteit niet alleen het resultaat is van aanpassingen in het huis.

M69 Osteoporose

noot 31

Wat is de effectiviteit van vitamine D suppletie al dan niet in combinatie met calciumsuppletie op het fractuurrisico bij ouderen met een vitamine D deficiëntie afhankelijk van de mate van calciumintake.

Er zijn verschillende grote onderzoeken verschenen naar de effecten van vitamine D suppletie op de incidentie van fracturen bij ouderen. Door verschillen in populaties (verschillende calciumintake, vitamine D spiegels) is het echter lastig de resultaten te interpreteren. Er zijn aanwijzingen dat een verlaagde vitamine-D-spiegel in combinatie met een verlaagd calcium het risico op fracturen verhoogt. Ook zijn er aanwijzingen dat er een relatie bestaat tussen een verlaagde vitamine-D-spiegel bij ouderen en de kans op vallen [Bischoff-Ferrari 2004]. Tevens is aangetoond dat vitamine-D gecombineerd met calciumsubstitutie bij verpleeghuispatiënten de fractuurkans verkleint.

M69 Osteoporose

noot 35

Wat zijn de langtermijn gevolgen van een symptoomloze osteoporotische wervelfractuur.

Of de symptoomloze wervelfracturen op termijn tot klachten zullen leiden, valt niet goed te voorspellen.

M69 Osteoporose

tekst, noot 12

Wat is het risico op osteoporose bij vrouwen met een periode van (secundaire) amenorroe of een vroege menopauze.

Een periode van (secundaire) amenorroe of een climacterium praecox gaat gepaard met botverlies. In een longitudinaal onderzoek in Rotterdam was het relatieve risico op nieuwe röntgenologisch aangetoonde wervelfracturen bij vrouwen jonger dan 46 jaar met een natuurlijk menopauze verhoogd in vergelijking met vrouwen van 50 jaar of ouder met een natuurlijke menopauze (RR 2,1 na correctie voor de botdichtheid; 95%-BI 1,2-3,7). Het is echter nog niet helemaal duidelijk hoe het aldus ontstane botverlies zich op lange termijn verhoudt tot dat bij andere vrouwen uit de populatie. Zo is er tot nu toe geen verband gevonden tussen een vroege menopauze en het risico op heupfracturen.

M69 Osteoporose

noot 46


Terug naar NHG-Standaard M69 Osteoporose

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd