Lacune Urinesteenlijden
|
Onderwerp |
Toelichting |
Bron |
Bron precies |
|
Hoe vaak vindt spontane steenlozing na een aanval van urinesteenlijden plaats. |
Over spontane steenlozing in de huisartspraktijk is weinig bekend. Alle onderzoeken zijn retrospectief. Hoe is dit voor eerste stenen en voor recidiefstenen? |
M63 Urinesteenlijden |
noot 12 |
|
Wat zijn de pathofysiologische gevolgen van stuwing in de urinewegen, die weken tot maanden heeft bestaan? |
Hierover bestaat onvoldoende inzicht. |
M63 Urinesteenlijden |
noot 26 |
|
Kan een hoge consumptie van dierlijk vet steenvorming in de hogere urinewegen stimuleren? |
Op bevolkingsniveau zijn er aanwijzingen dat de toename van de welvaart (mogelijk door toegenomen consumptie van dierlijk vet) heeft geleid tot een toename van stenen in de hogere urinewegen. |
M63 Urinesteenlijden |
noot 23 |
|
Wat zijn voorspellers voor het krijgen van recidieven niersteenlijden? |
Er is behoefte aan recente eerstelijns gegevens over het voorkomen van metabole afwijkingen bij patiënten met (evt. recidief) urinesteenlijden. |
M63 Urinesteenlijden |
noot 28 |
|
Hoe groot is de kans op dilatatie als een week na het begin van de klachten de steen niet geloosd is? |
Het beloop van urinesteenlijden in de eerste lijn is onvoldoende bekend. |
M63 Urinesteenlijden |
noot 20 |
|
Wat is de plaats van alfablokkers bij urinesteenlijden in de eerste lijn? |
De effecten van alfablokkers zijn alleen onderzocht in de tweede lijn. Wat is in de eerstelijns populatie het effect op de kans op lozing, de tijd tot lozing en de pijn? |
M63 Urinesteenlijden |
noot 25 |
Terug naar NHG-Standaard M63 Urinesteenlijden
