Lacune Varices
| Onderwerp | Toelichting | Bron | Bron precies |
| Wat is de relatie tussen obesitas, obstipatie en roken. | De aanbevelingen lijken ingegeven te zijn door de indruk dat varices bij obese personen, rokers en obstipatie meer voorkomen. Uit epidemiologisch onderzoek blijkt dat deze verbanden niet sterk en in wisselende mate aanwezig zijn. | M30 Varices | noot 21 |
| Wat zijn de testeigenschappen van doppleronderzoek gericht op het opsporen van reflux of retrograde flow in varices. | Exacte gegevens over sensitiviteit en specificiteit van de methode voor het opsporen van insufficiente crosses van de vena saphena magna of parva en insufficiente venae perforantes bleken niet voorhanden. | M30 Varices | noot 37 |
| Wat is de termijn dat voorzichtigheid geboden is met sclero-compressie therapie van varices na een diepe veneuze trombose. | In verband met re-kanalisatie van getromboseerde diepe venen wordt een periode van 1 jaar van terughoudenheid met scleroseren van varices die samen gaan van veneuze insufficientie, betracht. Dit is de termijn van de re-kanalisatie. | M30 Varices | noot 16 |
| Wat is het effect van bewegen (lopen) op het beloop van varices. Draagt het dragen van platte schoenen daartoe bij. | Het is aannemelijk, echter niet bewezen. | M30 Varices | noot 20 |
| Over welke lengte dient een verwijd vat verwijderd moeten worden bij chirurgische therapie, vooral ter vermijding van recidief varices. | Over de lengte van het te verwijderen deel wordt verschillend gedacht. | M30 Varices | noot 19 |
| Wat is het effect van pilgebruik op het ontstaan of progressie van varices. | De risicos op trombose tijdens het gebruik van sub50 pillen bij varices zijn te gering om als contra-indicatie aan te merken. Het effect van pilgebruik op varices zelf is onbekend. | M30 Varices | noot 22 |
| Wat is de effectiviteit van rutosiden op beloop/progressie van varices. | Vooralsnog moet worden geconcludeerd dat de werking van rutosiden niet deugdelijk is onderbouwd. | M30 Varices | noot 24 |
| Hebben extracten uit kastanjes van de paardekastanjeboom dezelfde effecten op oedemen ten gevolge van chronische veneuze insufficientie als elastische kousen. | Hierover zijn berichten verschenen, niet bevestigd. | M30 Varices | noot 25 |
| Wat is de beste therapeutische benadering van thromboflebitis. | Onderzoeksartikelen naar de beste therapie werden niet aangetroffen. Beweert wordt dat compressie de genezing versnelt, echter bewijsmateriaal hiervoor is onvindbaar. | M30 Varices | noot 35 |
| Wat zijn de therapeutische consequenties van het met de doppler bepalen van het vaat-traject dat niet goed functioneert. | De consequenties daarvan zijn onduidelijk. In hoeverre het inschatten van de hoeveelheid terugstromend veneus bloed therapeutische consequenties heeft is eveneens onduidelijk. | M30 Varices | noot 40 |
| Wat is de meest effectieve duur van compressie met steunkousen na sclero-compressie therapie. | Over de duur van deze compressie wordt verschillend gedacht. | M30 Varices | noot 46 |
| Wat is de waarde van anamnese bij de diagnostiek van varices. | In de literatuur is hier weinig aandacht voor. | M30 Varices | noot 12 |
| Is bij een thromboflebitis in de buurt van een crosse van de vena saphena magna een crossectomie geindiceerd om uitbreiding van de thrombus naar het diepe systeem te voorkomen. | Enkele gevallen daarvan zijn beschreven, uit navraag bij vaatchirurgen blijkt dat dit zeker geen gemeengoed is. | M30 Varices | noot 34 |
| Kunnen (primaire) varices als zodanig leiden tot een verhoogde kans op diepe veneuze trombose. | Dit wordt betwijfeld. Wel zouden ze het diepe systeem extra kunnen belasten door reflux en rondpompen van bloed . | M30 Varices | noot 8 |
| Hoe zijn de presentatievormen van diepe veneuze trombose. | Over de symptomatologie bestaat enige verwarring. Klassiek gelden roodheid en warmte van het been, koudheid en bleekheid kunnen ook voorkomen, juist bij ernstige trombose waarbij secundair vaatspasmen optreden waardoor arteriele belemmering optreedt. | M30 Varices | noot 6 |
| Wat zijn goede epidemiologische cijfers omtrent het voorkomen en beloop van varices in de bevolking. | Betrouwbare cijfers zijn, met uitzondering van de Framingham-studie, uitsluitend gedaan in geselecteerde populaties. | M30 Varices | noot 1 |
| Wat is de oorzaak van primaire varices | De oorzaak van primaire varices is onbekend. Verschillende factoren zouden bij het ontstaan een rol spelen. | M30 Varices | tekst |
| Wat is het effect van leefregels op het ontstaan of de progressie van varices. | Leefregels zouden soms een oplossing kunnen bieden | M30 Varices | tekst |
| Wat is de rol van steunkousen bij de progressie of ontstaan van spataderen tijdens en vlak na de zwangerschap. | Dit wordt aangenomen (steunkousen zouden verergering van varices voorkomen) maar is niet bewezen. | M30 Varices | noot 15 |
| Kan het dragen van steunkousen de progressie van varices vertragen. Wat is de werking van steunkousen | Op basis van fysiologische overwegingen is dit aannemelijk, maar niet bewezen. De werking van steunkousen is niet geheel begrepen en er bestaan verschillende theorieen. | M30 Varices | noot 26 |
| Hoe kan het ontstaan van primaire varices worden voorkomen. | Dit is onbekend. | M30 Varices | tekst |
| Bestaan criteria om een ernstig beloop/progressie van varices te voorspellen? | Hierover is in de literatuur geen overeenstemming. Mogelijk hangt dit samen met het feit dat de literatuur over varices geheel van specialistische origine is. | M30 Varices | noot 10 |
Terug naar NHG-Standaard M30 Varices
