| Onderwerp |
Toelichting |
Bron |
Bron precies |
| Wat is de prevalentie van voedselallergie bij kinderen en volwassenen in de eerstelijn in Nederland gebaseerd op dubbelblinde placebogecontroleerde voedselprovocaties. |
De huidige gegevens zijn gebaseerd op rapportage, onderzoeken die alleen gebruik maken van sensibilisatietesten en/of open provocatietesten en onderzoek in buitenlandse populaties. Momenteel loopt er een groot Europees onderzoek (Europrevall). |
M47 Voedselovergevoeligheid |
Noot 13-14 |
| Aan welke symptomen kan men een voedselovergevoeligheid het best herkennen? |
De symptomen van voedselovergevoeligheid zijn aspecifiek en kunnen bij coeliakie zelfs afwezig zijn. |
M47 Voedselovergevoeligheid |
Noot 23,24, 31-33, 47 |
| Wat is de beste manier om patiënten met een voedselallergie te volgen (natuurlijk beloop)? |
Wat zijn aanwijzingen voor het ontstaan van tolerantie of een risico op anafylaxie bij een voedselallergie? |
M47 Voedselovergevoeligheid |
Noot 39 |
| Wat is de beste manier om patiënten met coeliakie te volgen (natuurlijk beloop)? |
Er is nog weinig onderzoek verricht naar wat de beste manier is om patiënten met coeliakie te volgen. |
M47 Voedselovergevoeligheid |
Noot 48,51 |
| Wat is de rol van orale immunotherapie bij voedselallergie? |
De resultaten van recente kleine RCT’s zijn veelbelovend. |
M47 Voedselovergevoeligheid |
Noot 38 |
| Is er een mogelijkheid om voedselovergevoeligheid te voorkomen? |
Er is onvoldoende bewijs voor een preventief effect van borstvoeding, hypoallergene kunstvoeding en late introductie van vaste voeding. |
M47 Voedselovergevoeligheid |
Noot 40-44 |
| Wat is de definitie van een goed herstel bij anafylaxie? Hoe lang moet de observatieduur na een goed herstel zijn? |
Bij maximaal 1/3 van de anafylactische reacties is sprake van een bifasisch verloop. |
M47 Voedselovergevoeligheid |
Noot 52 |