

Heeft mijn kind voedselovergevoeligheid
Versiedatum: oktober 2010
Bij een bepaalde vraag, klacht of ziekte kan de huisarts of praktijkmedewerker deze brief aan u meegeven. Deze informatie is niet bedoeld om een gesprek met de huisarts te vervangen.
Uw gezondheidssituatie kan anders zijn dan hier wordt beschreven.
Wat is voedselovergevoeligheid?
We spreken van voedselovergevoeligheid als u bepaalde voedingsmiddelen niet verdraagt die de meeste andere mensen wel verdragen. Als u deze voedingsmiddelen eet, krijgt u last van uw darmen, huid of luchtwegen. Door deze voedingsmiddelen weg te laten verdwijnen de klachten. Als u ze opnieuw inneemt komen de klachten terug.
Wat zijn de verschijnselen?
Elke keer dat een kind het voedingsmiddel binnen krijgt waarvoor het gevoelig is, krijgt het dezelfde klachten. Bijvoorbeeld:
-
Mond/keel/neus: jeuk, branderig gevoel, roodheid, zwelling, loopneus
-
Maag-darmkanaal: braken, buikpijn, buikkrampen (opeens heftig huilen), diarree
-
Huid: vlekjes, jeuk, roodheid, zwelling, eczeem
-
Luchtwegen: hoesten, zagende ademhaling, snurken, slijm, benauwdheid en piepend ademen
Als een kind een van deze klachten heeft, betekent dat niet meteen dat het overgevoelig is voor bepaalde voeding. Vaak hebben deze klachten een andere oorzaak.
Waardoor komt het?
Voedselovergevoeligheid kan verschillende oorzaken hebben
-
Voedselovergevoeligheid kan ontstaan door een allergie. Dit komt minder vaak voor dan de meeste mensen denken. Van de honderd mensen zijn er vier die echt allergisch zijn voor een bepaald voedingsmiddel. De kans op voedselallergie is iets groter in families met allergische aandoeningen zoals astma, hooikoorts of eczeem.
Bij een voedselallergie roepen bepaalde voedingsmiddelen een afweerreactie van het lichaam op. Meestal gaat het om een allergie voor een van de volgende voedingsmiddelen: koemelk, ei, vis, schaal- of schelpdieren, soja, sesamzaad, noten, pinda(-kaas) of tarwe.
Meestal krijgt een kind met voedselallergie verschillende klachten (bijvoorbeeld klachten van de huid én de darmen, of van de huid én de luchtwegen).
-
Sommige kinderen zijn overgevoelig voor een eiwit (gluten). Gluten zitten in granen en graanproducten zoals brood en pasta. Deze allergie heet coeliakie. Kinderen met coeliakie kunnen diarree hebben. Ze groeien minder goed en kunnen vermageren als ze gluten blijven eten. Soms hebben ze bloedarmoede. Er zijn ook kinderen met coeliakie die geen klachten hebben.
-
Sommige kinderen zijn overgevoelig voor melk doordat er in de darm te weinig lactase is. Dit is een stof die nodig is om melk te verteren. Het kind krijgt dan darmkrampen en diarree na het drinken van grote hoeveelheden melk. Bewerkte melk (zoals karnemelk, kaas en yoghurt) wordt meestal wel goed verdragen.
-
Sommige kinderen krijgen na het eten van bijvoorbeeld een appel of pruim, een branderig jeukend gevoel rond de mond. Soms met wat roodheid en zwelling. Dit kan voorkomen bij mensen met een allergie voor pollen (hooikoorts). De klachten verdwijnen vanzelf en worden niet erger. Vermijden van deze vruchten is niet nodig.
Hoe kunt u weten of uw kind allergisch is voor bepaalde voeding?
Als we willen weten of uw kind een voedselallergie heeft, dan bespreken we wat de beste aanpak is. Lichamelijk onderzoek of een bloedtest geven te weinig bewijs voor een voedselallergie. Het is beter om te kijken of u gedurende een of twee weken een voedingsdagboek bij kunt houden. Hierin schrijft u op wanneer uw kind welke voeding krijgt en wanneer het welke klachten heeft. Zo wordt vaak duidelijker of bepaalde klachten met de voeding samenhangen.
Onderzoek bij een vermoeden van koemelkallergie
Als we vermoeden dat uw kind een koemelkallergie heeft, dan kunnen we overwegen dit te onderzoeken. Soms moet u hiervoor naar het ziekenhuis.
Het onderzoek gaat als volgt:
‘Eliminatie’: Gedurende 4 weken moet u koemelk uit de voeding weglaten:
-
geeft u uitsluitend borstvoeding, dan mag u zelf gedurende deze weken geen koemelk (-producten), eten of drinken.
-
geeft u flesvoeding, vervang dan het poeder door een ‘sterk gehydrolyseerde’ flesvoeding. Hierin is het koemelkeiwit op een speciale manier bewerkt.
-
Zorg dat u zeker weet dat de flesvoeding sterk gehydrolyseerd is (dus niet half of partieel gehydrolyseerd).
-
Als op de verpakking ‘hypo-allergeen’ staat, betekent dit niet altijd dat het sterk gehydrolyseerd is. Let dus goed op!
-
-
Noteer of de klachten veranderen.
Na 4 weken komt u met uw kind terug op het spreekuur. Dan wordt uw kind onderzocht op allergische verschijnselen. Heeft uw kind vier weken geen koemelk gekregen, maar blijven de klachten toch, dan heeft het geen koemelkallergie. U kunt dan gewoon weer koemelk(-producten) gebruiken en gewone (koemelk)flesvoeding geven.
Zijn de klachten in die vier weken wel verdwenen, dan kan uw kind koemelkallergie hebben. Om het zeker te weten bekijken we wat er gebeurt als uw kind weer koemelk krijgt. We noemen dit de koemelk-‘provocatie’.
-
Geeft u uitsluitend borstvoeding, dan gaat u thuis een week lang volgens een afgesproken schema een toenemende hoeveelheid melk drinken.
-
Geeft u flesvoeding, dan wordt op de huisartspraktijk een klein beetje van de gewone koemelkflesvoeding gegeven.
-
Gaat dit goed, dan kunt u thuis bij elke fles een zelfde kleine hoeveelheid gewone koemelkvoeding aan de sterk gehydrolyseerde flesvoeding toevoegen
-
De dagen daarop mengt u elke dag iets meer van de gewone koemelkvoeding bij de sterk gehydrolyseerde voeding. Totdat uw kind weer de gewone flesvoeding kan drinken.
-
Elke week dat u weer een beetje meer koemelkvoeding in de fles doet, bellen we even hoe het gaat.
-
Schrijf in het dagboek op wanneer u welke voeding geeft, en wanneer uw kind welke klachten heeft. Kom na een week weer op het spreekuur. Dan bekijken we het dagboek en bespreken we hoe het gaat.
-
De uitslag is ‘negatief’ als de klachten van voorheen niet terugkeren.
Dit betekent dat uw kind geen koemelkallergie heeft.
-
De uitslag is ‘positief’ als dezelfde klachten als voorheen, weer terugkeren. Meestal gebeurt dit binnen minuten tot uren, bij eczeem en diarree soms pas na enkele dagen. Dit betekent dat een koemelkallergie waarschijnlijk is.
-
Reageert uw kind heftig en met veel klachten, bel dan meteen met de praktijk of de huisartsenpost.
Omdat koemelkallergie meestal voor de leeftijd van 1 jaar vanzelf verdwijnt, maken we een afspraak om na een aantal maanden de normale koemelkvoeding opnieuw te proberen.
Onderzoek bij vermoeden van een andere voedselallergie
Soms vermoeden we een voedselallergie, bijvoorbeeld voor ei, vis, soja, noten, pinda’s, schelpdieren, sesamzaad of tarwe. Om zeker te weten of uw kind een voedselallergie heeft, moet uw kind in het ziekenhuis worden onderzocht. Een voedselallergie kan soms ernstige klachten geven. Ga niet zelf uitproberen of uw kind op bepaalde voedingsmiddelen reageert. Het zou jammer zijn als u uw kind jarenlang bepaalde voedingsmiddelen niet laat eten, als de allergie niet bewezen is.
Hoe gaat het verder?
Als u weet voor welk voedingsmiddel uw kind allergisch is, dan moet u dit uit de voeding weglaten. De klachten zullen dan wegblijven.
Koemelk- en ei-allergie gaan meestal voor de leeftijd van 1 jaar vanzelf over. Een allergie voor andere voedingsmiddelen is vaak blijvend.
Heeft u nog vragen?
Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u met de praktijk contact opnemen.
Meer informatie over dit en andere onderwerpen is te vinden op www.thuisarts.nl.


