

Obsessieve-compulsieve stoornis
Versiedatum: februari 2012
Bij een bepaalde vraag, klacht of ziekte kan de huisarts of praktijkmedewerker deze brief aan u meegeven. Deze informatie is niet bedoeld om een gesprek met de huisarts te vervangen.
Uw gezondheidssituatie kan anders zijn dan hier wordt beschreven.
Angst
Iedereen is wel eens angstig. Angst is een normale reactie bij dreigend gevaar. Angst leidt tot voorzichtigheid of vluchten, en kan dus nuttig zijn als je jezelf moet beschermen. Soms is iemand bang terwijl daar weinig aanleiding voor is. Als de angst erg groot is of onnodig lang aanhoudt, kunt u daar in uw dagelijks leven veel last van hebben. U bent als het ware bang voor uw eigen angst en bang voor de situaties waarin uw angst naar boven komt. We spreken dan van een angststoornis. Een angststoornis komt bij 8% van de mannen voor en bij 13% van de vrouwen. Er zijn verschillende soorten angststoornissen. Eén daarvan is de obsessieve- compulsieve stoornis.
Wat is een obsessieve-compulsieve stoornis?
Iemand met een obsessieve compulsieve stoornis heeft steeds terugkerende gedachten die hij of zij eigenlijk niet wil hebben. We noemen dat dwanggedachten of obsessies. Bij die dwanggedachten horen vaak dwanghandelingen. U moet van uzelf bepaalde handelingen steeds weer doen. Dwanghandelingen noemen we compulsies. De dwanghandelingen moeten volgens vaste regels worden uitgevoerd. Iemand met een obsessieve- compulsieve stoornis is bang dat er bepaalde ernstige dingen kunnen gebeuren als hij of zij die dwanghandelingen niet steeds volhoudt. Voor iemand met een obsessieve- compulsieve stoornis lijken de dwanghandelingen gevoelens van angst of somberheid te verminderen. Iemand met een obsessieve- compulsieve stoornis weet meestal wel dat de dwanghandelingen overdreven zijn, maar hij of zij blijft het toch doen omdat hij of zij de angst en de paniek dan minder voelt.
U kunt veel last hebben van de dwanghandeling. Ze kunnen uw dagelijks leven erg in de weg zitten en kunnen ook veel tijd kosten.
Wat zijn de verschijnselen?
Voorbeelden van dwanghandelingen zijn:
-
Steeds weer controleren of een fotolijstje precies op de goede plek staat;
-
Steeds controleren of een kraan goed dicht zit;
-
Eindeloos handen wassen, steeds maar weer;
-
Op een trap steeds bepaalde treden overslaan;
-
Een bepaalde handeling steeds een vast aantal keer doen, bijvoorbeeld drie keer in uw handen klappen voor u de voordeur opendoet.
-
Alle oude kranten bewaren en netjes op stapeltjes zetten op een vaste plek die nooit mag veranderen.
-
Dingen op een tafel steeds heel netjes en precies naast elkaar leggen;
-
In uw hoofd steeds rijtjes tellen;
-
Voortdurend bidden;
Al dat soort dwanghandelingen worden gedaan om dingen of gedachten te voorkomen zoals:
-
Het onverwacht overlijden van een dierbaar familielid;
-
Het maken van een fout met ernstige gevolgen;
-
Een woede uitbarsting;
-
Besmetting met een ernstige ziekte;
-
Heftige seksuele gedachten;
-
De boosheid van God.
Mensen met een obsessieve- compulsieve stoornis functioneren vaak minder goed op het werk of op school. Voor gezinsleden van iemand met een obsessieve- compulsieve stoornis kan het moeilijk zijn om er mee om te gaan. Soms kunnen gezinsleden zelfs gedwongen worden om mee te doen aan de dwanghandelingen. Bijvoorbeeld alles extreem netjes op moeten ruimen en recht leggen.
Hoe ontstaat het?
Waarom sommige mensen een angststoornis hebben, is niet duidelijk. In sommige families komen angststoornissen vaker voor. Erfelijkheid lijkt een rol te spelen. Je zou kunnen zeggen dat de een meer kwetsbaar is dan de ander.
Er wordt gedacht dat bepaalde stoffen (neurotransmitters) invloed hebben op iemands gevoeligheid voor angst en paniek. Neurotransmitters zitten bij iedereen in het bloed en in het zenuwstelsel.
De manier waarop iemand met angstgevoelens en lichamelijke klachten omgaat, lijkt voor een deel ook aangeleerd. Opvoeding en ervaringen uit het verleden spelen hierbij een rol.
Angst veroorzaakt lichamelijke verschijnselen die de angst voor een ernstige ziekte weer kunnen versterken. Wanneer de angst en de klachten elkaar versterken, kunt u in paniek raken.
Sommige mensen hebben meer kans op een angststoornis. Bijvoorbeeld:
-
mensen die alleen wonen
-
mensen zonder werk
-
mensen met weinig inkomen
-
mensen met een lagere opleiding
-
mensen die depressief zijn (geweest)
-
mensen met een verslavingsprobleem
-
mensen die een hele heftige gebeurtenis hebben meegemaakt (psychotrauma)
Het is niet altijd duidelijk of de angststoornis de oorzaak of het gevolg is van de bovenstaande punten. U kunt bijvoorbeeld een angststoornis krijgen doordat u alleen woont. Maar u kunt ook alleen gaan wonen omdat u een angststoornis heeft.
Adviezen
Voor iemand met een obsessieve- compulsieve stoornis is het vaak belangrijk om contact te hebben met een psycholoog of psychiater. U kunt ook zelf wat doen om uw klachten aan te pakken.
Begin bijvoorbeeld met het bijhouden van een ‘dagboekje’: Schrijf op wat er gebeurt op momenten dat u zich angstig voelt. Welke gedachten spelen er dan door uw hoofd? Waar bent u bang voor? Wat voelt u? Hoe reageert u hierop? En wat doet u dan?
Kijk eens kritisch of uw gedachten wel kloppen en of er echt reden is voor paniek. Bedenk vervolgens welke positieve, geruststellende gedachten u voortaan tegenover uw angstige gedachten kunt zetten.
Schrijf deze positieve gedachten op zodat u ze op moeilijke momenten kunt nalezen. Zoek steun bij mensen die u vertrouwt. Leg aan hen uit waar u last van heeft. De meeste mensen hebben hier begrip voor. Laat hun eventueel deze brief lezen.
Hoe gaat het verder?
Als u een dagboekje heeft bijgehouden, kan het helpen dit samen te bespreken. Dan wordt vaak duidelijk hoe uw angsten ontstaan. Misschien is er ook een manier te vinden om de cirkel van aanleiding, angst voor de angst, dwanghandelingen te doorbreken.
Meestal is het bij een obsessieve-compulsieve stoornis nodig dat een psycholoog of psychiater u verder helpt. Door praten en oefenen kunt u leren uw gedachten en reacties op angst te veranderen. We noemen dat cognitieve gedragstherapie.
Als u na regelmatig praten en oefenen toch veel klachten houdt, dan kan een behandeling met medicijnen (antidepressiva) soms wel helpen.
Uiteindelijk kunt u bereiken dat u nog maar weinig last heeft van uw dwanggedachten en dwanghandelingen. Een terugval is wel mogelijk. Als u merkt dat de klachten terugkomen, denk dan niet dat het vanzelf wel weer overgaat. Wacht niet te lang en maak een afspraak voor op het spreekuur, of neem contact op met de psycholoog of psychiater die u geholpen heeft.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u ook terecht bij de Angst, Dwang en Fobie stichting, tel. 0900-2008711 of kijk op www.psychowijzer.nl.
Heeft u nog vragen?
Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.
Meer informatie over dit en andere onderwerpen is te vinden op www.thuisarts.nl.


