U bent nu hier:

Ontregeling van de bloedsuiker

Versiedatum: april 2006

Deze patiëntenbrief is bedoeld als ondersteuning van het consult door de huisarts. De huisarts geeft de brief mee aan patiënten met de betreffende ziekte of aandoening. De tekst gaat ervan uit dat de patiënt al door de huisarts is gezien en dat de informatie uit de brief is besproken.

De adviezen in de brief gelden alleen voor mensen bij wie de diagnose is gesteld. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de huisarts. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven.

Ontregeling van het glucosegehalte

Bij de behandeling van diabetes streven we naar een normaal glucosegehalte van het bloed. Dat betekent tussen de 4 en 7 mmol/l als u nuchter bent Twee uur na het eten moet het glucosegehalte onder de 9 mmol/l zijn. Voeding, medicijnen, lichamelijke activiteit, spanningen en ziekte hebben invloed op het glucosegehalte van uw bloed. Een te hoog glucosegehalte noemen we hyperglykemie, een te laag glucosegehalte noemen we hypoglykemie. In deze brief bespreken we welke klachten op een te hoog of te laag glucosegehalte kunnen wijzen en en wat u daaraan kunt doen.

Wat zijn de klachten van hyperglykemie?

Een te hoog glucosegehalte van uw bloed kan klachten geven zoals dorst, veel plassen, moeheid, jeuk of infecties. Tekenen van een ernstig verhoogd glucosegehalte zijn toenemende zwakte, sufheid, bemoeilijkte ademhaling en uitdroging.

Oorzaken van hyperglykemie

Oorzaken van een te hoog glucosegehalte zijn:

  • het eten of drinken van te veel suiker of koolhydraten;
  • te weinig of niet op tijd nemen van uw medicijnen;
  • minder lichaamsbeweging dan normaal;
  • stress (zoals bij een examen, ongeval of operatie);
  • ziekten met koorts, braken of diarree;
  • het gebruik van medicijnen die het glucosegehalte verhogen.

Wat kunt u zelf aan hyperglykemie doen?

Bij tekenen van hyperglykemie moet u het volgende doen:

  • controleer of laat controleren of het glucosegehalte inderdaad verhoogd is;
  • blijf uw medicijnen nemen, ook als u maar weinig eet;
  • zorg dat u voldoende drinkt (anderhalve tot twee liter suikervrij vocht per dag) en normaal eet;
  • bij koorts, braken of diarree is het goed om naast water ook bouillon te drinken.

Contact met uw huisarts

Neem direct contact op met uw huisarts bij bovengenoemde tekenen van een ernstig verhoogd glucosegehalte van uw bloed. Maak een afspraak of overleg met uw huisarts:

  • als het glucosegehalte niet onder de 10 mmol/l zakt;
  • als u een ontsteking of infectie heeft;
  • bij ziekten met koorts, braken of diarree.

Hoe kunt u hyperglykemie voorkomen?

Probeer de voedingsadviezen op te volgen en op regelmatige tijden te eten. Gebruik de juiste hoeveelheid medicijnen, neem ze op tijd en op de juiste manier in. Zorg regelmatig voor lichaamsbeweging. Kom volgens afspraak op controle; dan kunnen uw voedingsadviezen en medicijnen zo nodig worden aangepast.

Wat zijn de klachten van hypoglykemie?

Een te laag glucosegehalte van uw bloed kan klachten geven als honger, zweten, hartkloppingen, gapen, duizeligheid, verwardheid, beven, rusteloosheid, tintelingen in handen, voeten of lippen, wazig of dubbelzien, hoofdpijn en een wisselend humeur. Het kan zijn dat u zich vreemd of lacherig gaat gedragen.

Tekenen van een ernstig verlaagd glucosegehalte zijn sufheid, bewustzijnsverlies en uiteindelijk coma. Deze verschijnselen komen vrijwel alleen voor bij diabetespatiënten die insuline spuiten.

Oorzaken van hypoglykemie

Oorzaken van een te laag glucosegehalte zijn:

  • niet genoeg of te laat eten;
  • meer lichamelijke inspanning dan normaal;
  • te veel tabletten of insuline (een ernstig verlaagd glucosegehalte wordt bijna altijd door insuline veroorzaakt en zelden door tabletten);
  • niet op de juiste tijd nemen van de medicijnen;
  • overmatig gebruik van alcohol;
  • het drinken van alcohol in combinatie met bloedsuikerverlagende tabletten.

Wat kunt u zelf aan hypoglykemie doen?

Als u merkt dat het glucosegehalte van uw bloed te laag is, doet u het volgende:

Neem een groot glas suikerhoudende frisdrank of een volle lepel suiker opgelost in water. Zo wordt de suiker snel in uw bloed opgenomen. Of neem een paar tabletjes druivensuiker (±4 tabletjes). Stel bij twijfel het innemen van suiker niet uit. U kunt beter een iets te hoge bloedsuiker hebben dan een veel te lage bloedsuiker.

Eet daarna extra koolhydraten, bijvoorbeeld in de vorm van een boterham.

Wat kunnen anderen doen?

Bij ernstige hypoglykemie bent u soms niet meer in staat om iets te drinken. Leg van te voren aan uw naaste familie en collega's uit dat ze in zo'n geval direct de huisarts moeten bellen. Daarna kan iemand een beetje honing of stroop op de binnenkant van uw wangen smeren. Zo kan alvast een beetje suiker in het bloed worden opgenomen.

Hoe kunt u hypoglykemie voorkomen?

U kunt hypoglykemie voorkomen door op regelmatige tijden te eten. Als u weet dat u zich lichamelijk meer dan normaal gaat inspannen, eet dan een half uur van te voren iets extra's, bijvoorbeeld een boterham.

Gebruik de juiste hoeveelheid medicijnen en neem ze op tijd. Zorg dat u altijd druivensuiker of suikerklontjes bij u heeft.

Stel uw naaste familie en collega's op de hoogte van uw diabetes. Dan kunnen zij zo nodig behulpzaam zijn bij tekenen van hypoglykemie. Ook is het verstandig een ketting, armbandje of kaartje bij u te dragen met vermelding van de diabetes.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.