

Refractie-afwijkingen
Versiedatum: juli 2010
Bij een bepaalde vraag, klacht of ziekte kan de huisarts, jeugdarts of praktijkmedewerker deze brief aan u meegeven. Deze informatie is niet bedoeld om een gesprek met de huisarts te vervangen.
Uw gezondheidssituatie kan anders zijn dan hier wordt beschreven.
Wat is een refractieafwijking?
Een kind met een refractieafwijking kan door een of beide ogen niet scherp zien doordat de lens in het oog niet voldoende kan scherpstellen. Een refractieafwijking is altijd te verhelpen met een bril.
Wat zijn de verschijnselen?
Kinderen jonger dan zes jaar die slecht zien, zijn meestal verziend. Zij zien meestal prima in de verte, maar juist de dingen die dichtbij zijn zien ze niet scherp. Ze hebben problemen met lezen of zien afbeeldingen in een boekje niet goed. Kinderen die verziend zijn houden een boek ver van zich af om het een beetje te kunnen lezen.
Kinderen ouder dan zes jaar die slecht gaan zien, zijn meestal bijziend. Zij zien dingen die dichtbij zijn, meestal goed. Een boek lezen is bijvoorbeeld geen probleem. Maar dingen in de verte zien ze niet. U merkt bijvoorbeeld dat uw kind u niet goed herkent wanneer u ver weg staat. Het reageert niet als u zwaait op een afstand waarvan je zou verwachten dat uw kind u wel kan zien. Uw kind zal ook minder vlug opmerkingen maken over voorwerpen die ver weg zijn (“kijk een vogel”of “kijk een vliegtuig”). Soms knijpt een kind met de ogen om iets dat in de verte is, scherper te kunnen zien, bijvoorbeeld als het naar de televisie kijkt.
Heeft een kind al heel jong een refractieafwijking aan een oog, dan kan dat oog lui worden. Het kind leert dan met het goede oog te kijken en het zicht van het slechte oog ‘uit te schakelen’. Een kind met een refractieafwijking kan ook scheelzien. Doordat het slecht ziet, kan het de ogen niet goed richten.
Waardoor komt het?
Het oog is een bol met aan de voorkant een kleine opening (de pupil) die eruit ziet als een zwarte stip. Voor de pupil zit een doorzichtig glad vlies, het hoornvlies. Direct achter de pupil zit de ooglens. Het licht komt via de pupil het oog binnen en schijnt door de lens op de binnenkant van de oogbol. Die achterkant van de oogbol, het netvlies, is een soort scherm waar alles waar u naar kijkt op wordt afgebeeld. Een refractieafwijking ontstaat wanneer de achterkant van de oogbol te dicht bij de ooglens staat (verziend) of juist te ver af (bijziend). Met de ooglens kan uw kind nog wel een beetje scherpstellen maar vaak niet scherp genoeg. Dan helpt een bril. De brillenglazen maken dat uw kind weer scherp kan zien.
Adviezen
De ogen van uw kind worden in de eerste levensjaren een aantal keer gecontroleerd. Dit gebeurt tijdens de bezoeken aan het consultatiebureau. Het is belangrijk ervoor te zorgen dat u naar deze controles gaat. Meld het op het consultatiebureau:
-
als u iets aan de ogen van uw kind heeft opgemerkt
-
als u denkt dat uw kind slecht ziet of scheel kijkt
-
als een of meer mensen in uw familie een lui oog hebben
-
als een of meerdere van uw familieleden scheel kijken
-
als een of meerdere van uw familieleden een extra sterke bril dragen
Als wordt vermoed dat uw kind minder goed ziet, dan wordt het doorverwezen voor verder onderzoek. Zo komt u snel te weten of uw kind inderdaad minder scherp ziet en een bril moet dragen.
Behandeling
Kinderen tot zes jaar die slecht zien, gaan naar de oogarts of orthoptist.
Is uw kind tussen zes en tien jaar, dan wordt bekeken of het naar de oogarts of orthoptist gaat, of rechtstreeks voor een bril naar de opticien of optometrist.
Kinderen van 10 jaar en ouder gaan naar de opticien.
Als wordt vastgesteld dat uw kind verziend is, dan krijgt het meestal een bril met vergrotende glazen. De sterkte van de bril wordt aangegeven met een plus: + 1, + 2, enzovoort.
Is uw kind bijziend, dan krijgt het een bril met verkleinende glazen. De sterkte wordt aangegeven met een min: -1, -2, enzovoort.
Sommige kinderen hebben een zogenaamde cilindrische afwijking. Dat komt doordat het doorzichtige hoornvlies dat over de pupil heen ligt, niet gelijkmatig bol is. De brilglazen kunnen dan hierop worden aangepast.
Hoe gaat het verder?
Wanneer uw kind bij de oogarts of de orthoptist onder behandeling is, zal regelmatig gekeken worden of de bril nog wel voldoet. Bij het eerste oogonderzoek van uw kind hoort onder andere dat de ogen van uw kind gedruppeld worden. De oogdruppels zijn om de pupillen te verwijden zodat de oogarts of orthoptist de (binnenkant) van de ogen van uw kind goed kan zien en de refractieafwijking kan meten. Als u weer naar huis gaat, zult u merken dat uw kind een aantal uur last zal hebben van fel licht en iets minder goed zal zien. Dat komt omdat de pupillen nog een paar uur wijd blijven van de druppels. Kinderen die naar de opticien of optometrist gaan, krijgen een ogentest waarbij ze van een afstand kijken naar figuren of letters.
Heeft u nog vragen?
Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met de praktijk of de jeugdarts die uw kind behandeld heeft.
Meer informatie over dit en andere onderwerpen is te vinden op www.thuisarts.nl.


