

Kalendermethode en motivatiemethode
Versiedatum: april 2011
Deze patiëntenbrief is bedoeld als ondersteuning van het consult door de huisarts. De huisarts geeft de brief mee aan patiënten met de betreffende ziekte of aandoening. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de huisarts. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven.
Bedplassen
De zindelijkheid van een kind ontwikkelt zich meestal tussen het tweede en vijfde levensjaar. Het kind wordt zich bewust van de aandrang om te plassen. Het leert de bekkenbodemspieren beheersen, wat noodzakelijk is om de plas op te houden.
Toch zijn er veel kinderen van vijf jaar en ouder die nog in bed plassen. Dat gebeurt niet met opzet. Deze kinderen moeten nog leren ook 's nachts de plas op te houden. U kunt hen daarbij helpen.
Deze brief beschrijft twee methoden die u apart of tegelijk kunt toepassen. Hierbij is het belangrijk te kiezen voor één aanpak en daar zeker 8 weken mee door te gaan.
Kalendermethode
De kalendermethode gaat als volgt:
-
Gebruik een gewone dagkalender, of ontwerp samen met uw kind een leuke kalender.
-
Neem een vast moment om met uw kind te noteren of het 's nachts droog was.
-
Teken voor een droge nacht een zonnetje of gebruik een leuke sticker.
-
Bewaar de kalender en het potlood op een vaste plaats.
De kalendermethode kan het kind helpen zindelijk te worden. Op de kalender wordt duidelijk of het bedplassen afneemt. Deze methode kunt u combineren met het geven van een beloning voor een droge nacht, de motivatiemethode.
Motivatiemethode
Deze methode kunt u gebruiken bij wat oudere kinderen (tot twaalf jaar). Hierbij stimuleert u het kind door het een beloning te geven op het moment dat het een stap heeft gemaakt:
In het begin geeft u een beloning voor de juiste inzet, dus voor elke poging om het bed droog te houden. Later geeft u alleen een beloning voor goed resultaat, dus als het echt gelukt is het bed droog te houden. Als dat een tijdje goed gaat, spreekt u af dat het pas na twee (of meer) droge nachten weer een beloning krijgt. Zo kunt u het aantal droge nachten geleidelijk opvoeren.
Belonen werkt positief en stimulerend. Straffen werkt beslist niet.
Geef liever geen snoep, geld of cadeaus.
Voorbeelden van beloningen:
-
complimenten, juichen, klappen, extra aandacht, extra knuffelen of op schoot zitten;
-
ontbijt op bed;
-
samen een spelletje doen;
-
ouder maakt een tekeningetje voor het kind;
-
laten kiezen wat er die dag gegeten wordt;
-
toetje kiezen (pannenkoeken eten);
-
samen cake bakken, of juist alleen;
-
extra buiten spelen, bijvoorbeeld na het eten;
-
extra lang in bad;
-
extra voorlezen;
-
wat langer opblijven;
-
naar de speeltuin of dierentuin;
-
samen naar de markt;
-
alleen met papa of mama uit.
Of kleine materiële attenties zoals:
-
een kleine verrassing die u leuk heeft ingepakt;
-
een aanvulling op een verzameling;
-
een klein speeltje.
Tips voor het belonen:
Spreek van te voren duidelijk af wanneer uw kind een beloning krijgt (bijvoorbeeld als het bed helemaal droog is). Spreek van te voren duidelijk af welke beloning het dan krijgt. Kies een kleine beloning die uw kind leuk vindt, maar overdrijf niet. Houd u aan uw afspraak: Eerst geeft u de beloning voor een kleine stap, daarna elke keer dat het bed droog is. Als dat een paar keer gelukt is, spreekt u af om pas na meerdere nachten een beloning te geven. Geef de beloning liefst direct na een droge nacht, zodat duidelijk is waarvoor uw kind beloond wordt. Het moment van wel of niet belonen moet voor uw kind herkenbaar zijn.
Blijf uw kind vooral ook op allerlei andere momenten knuffelen en waarderen. Een droog bed is niet het enige wat gewaardeerd hoeft te worden
Wees niet teleurgesteld als uw kind nog (of toch weer) in bed plast. Uw kind doet zijn/haar best om zindelijk te worden, dus blijf het aanmoedigen.
Meer informatie
Meer informatie over bedplassen vindt u op www.kenniscentrumbedplassen.com
Heeft u nog vragen?
Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.
Deze brief is tot stand gekomen in samenwerking met:


