U bent nu hier:

Sociale fobie

Versiedatum: januari 2007

Deze patiëntenbrief is bedoeld als ondersteuning van het consult door de huisarts. De huisarts geeft de brief mee aan patiënten met de betreffende ziekte of aandoening. De tekst gaat ervan uit dat de patiënt al door de huisarts is gezien en dat de informatie uit de brief is besproken.

De adviezen in de brief gelden alleen voor mensen bij wie de diagnose is gesteld. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de huisarts. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven.

Angst

Iedereen is wel eens angstig. Angst is een normale reactie bij dreigend gevaar. Het leidt tot voorzichtigheid of tot vluchten, en kan dus nuttig zijnals je jezelf moet beschermen. Soms is iemand bang terwijl daar weinig aanleiding voor is. Als de angst erg groot is of onnodig lang aanhoudt, kunt u daar in uw dagelijks leven veel last van hebben. We spreken dan van een angststoornis. Er zijn verschillende soorten angststoornissen. Eén daarvan is de sociale fobie.

Wat is een sociale fobie?

Wanneer u alsmaar erg bang bent voor de reactie of de kritiek van anderen, spreken we van een sociale fobie. U bent bijvoorbeeld bang dat u zich belachelijk maakt als u gaat trillen, blozen of transpireren. Alleen al de gedachte dat u naar een etentje of feestje zou moeten, kan soms al grote angst oproepen. Sommige mensen raken in paniek als ze een toespraak voor een groep mensen moeten houden. De angst kan reden zijn om weg te blijven op het feestje of om de voordracht niet te houden. Soms zet u door maar voelt u daarbij een vreselijke angst. Bij sommigen is de angst er alleen in bepaalde situaties. Iemand kan bijvoorbeeld podiumvrees hebben, maar dineren met veel mensen geen probleem vinden. Anderen zijn bang in allerlei sociale situaties. Zo kan zelfs telefoneren al een probleem vormen.

Wat zijn de verschijnselen?

Iemand met een sociale fobie voelt zich in genoemde situaties heel erg ongemakkelijk. Op momenten dat u erg angstig bent kunt u de volgende klachten krijgen:

  • hartkloppingen, transpireren, duizeligheid, beven en blozen;
  • hyperventilatie, benauwdheid, een vervelend gevoel in de borst;
  • misselijkheid of diarree;
  • tintelingen of een doof gevoel in handen en/of voeten;
  • het gevoel niet meer te weten wie of waar u bent;
  • het gevoel dat u de controle over uzelf verliest, gek wordt of doodgaat.

Een aanval van angst (paniek) kan minuten tot uren duren. Meestal gaan de klachten snel over als de situatie waarvoor u zo bang bent, is verdwenen. Iemand met een sociale fobie zal situaties die aanleiding tot paniek geven, meestal proberen te vermijden.

Hoe ontstaat het?

Waarom sommige mensen een angststoornis krijgen, is niet duidelijk. In sommige families komen angststoornissen vaker voor. Erfelijkheid lijkt een rol te spelen. Je zou kunnen zeggen dat de een meer kwetsbaar is dan de ander. Er wordt gedacht dat bepaalde stoffen (neurotransmitters) invloed hebben op iemands gevoeligheid voor angst of paniek. Neurotransmitters zitten bij iedereen in het bloed en in het zenuwstelsel. De manier waarop iemand met angst omgaat lijkt voor een deel ook aangeleerd. Opvoeding en ervaringen uit het verleden spelen daarbij een rol.

Mensen met een sociale fobie weten dat er geen echt gevaar dreigt. Maar ze zijn bang om af te gaan of een foutje te maken. Ze vinden van zichzelf dat ze een perfecte indruk moeten maken. Daardoor worden ze nerveus en gespannen. De angst die ontstaat kan verschijnselen zoals hartkloppingen en benauwdheid veroorzaken. Dit geeft hen het gevoel dat ze de situatie niet aankunnen. Mensen met een sociale fobie zijn bang dat anderen dit zullen merken. Dit versterkt de angst, waardoor ze in paniek kunnen raken.

Adviezen

U kunt zelf veel doen om uw klachten te verminderen. Begin bijvoorbeeld met het bijhouden van een ‘dagboekje’: Schrijf op wat er gebeurt op momenten dat u zich angstig voelt. Welke gedachten spelen er dan door uw hoofd? Waar bent u bang voor? Wat voelt u? Hoe reageert u hierop? En wat doet u dan?

Kijk eens kritisch of uw angstgedachten wel kloppen en of er echt reden is voor paniek. Bedenk vervolgens welke positieve, geruststellende gedachten u tegenover uw angstige gedachten kunt zetten. Zo voorkomt u dat uw angst de overhand krijgt. Vaak lukt het dan beter de angstige momenten te doorstaan en rustig te blijven tot u zich beter voelt. Schrijf deze positieve gedachten op zodat u ze op moeilijke momenten kunt nalezen.

Noteer ook wat u voortaan in angstige momenten kunt doen. Bijvoorbeeld rustig ademen om te ontspannen. Zoek steun bij mensen die u vertrouwt. Leg aan hen uit waar u last van heeft. De meeste mensen hebben hier begrip voor. Laat hun eventueel deze brief lezen.

Ga gelegenheden die u angst aanjagen niet uit de weg. Op de korte termijn lijkt dat misschien even te helpen. Maar u leert daardoor niet met de angst om te gaan en deze te doorstaan. Uiteindelijk wordt de angst daardoor alleen maar erger.

Medicijnen

Medicijnen tegen depressie (antidepressiva) helpen de angst te verminderen. De voorkeur gaat uit naar antidepressiva zoals fluvoxamine of paroxetine. Antidepressiva beginnen na ongeveer zes weken goed te werken. In de eerste weken kunnen bijwerkingen optreden zoals toename van de angst, een droge mond, maagdarmklachten, slaperigheid of slapeloosheid, transpireren en minder zin in vrijen. De bijwerkingen verschillen per middel en verdwijnen meestal na verloop van tijd. Antidepressiva werken niet verslavend.

Tot de antidepressiva goed werken, kunt u bij hevige angst eventueel kalmeringsmiddelen (benzodiazepines) gebruiken zoals diazepam of oxazepam. Deze middelen werken versuffend en verslavend. Gebruik ze daarom hooguit één tot twee weken.

In bepaalde situaties zoals bij podiumvrees, kunt u voor het optreden eventueel een medicijn (bètablokker) nemen om de hartslag te vertragen en het zweten of trillen te verminderen, zodat u zich lichamelijk wat rustiger voelt.

Hoe gaat het verder?

Als u een dagboekje heeft bijgehouden, kan het helpen dit op het spreekuur te bespreken. Dan wordt vaak duidelijk hoe uw angsten ontstaan en hoe u uw angstgedachten kunt verminderen of doorbreken. Soms is het nodig dat een psycholoog u verder helpt. Door praten en oefenen kunt u leren uw gedachten en reacties op angst te veranderen. Behandeling met medicijnen (antidepressiva) blijkt vaak ook goed te helpen. Afhankelijk van de ernst van de klachten kunt u kiezen tussen voor gespreks- en oefentherapie of behandeling met medicijnen (antidepressiva), of voor een combinatie van beide. Als u antidepressiva gaat gebruiken, bekijken we na zes weken of het gekozen middel goed werkt. Als het helpt, is het de bedoeling hier zes tot twaalf maanden mee door te gaan. Als u de dosering van uw medicijnen wilt veranderen of wilt stoppen, neem dan contact op om te overleggen. Antidepressiva moeten geleidelijk worden afgebouwd. Het gaat erom dat u langzamerhand leert omgaan met uw angsten. Uiteindelijk kunt u bereiken dat u er nog maar weinig last van heeft. Een terugval is wel mogelijk. Denk dan niet dat het vanzelf wel weer overgaat. Wacht niet te lang en neem weer contact op met de praktijk of met de psycholoog die u geholpen heeft.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u ook terecht bijde Angst, Dwang en Fobie stichting, tel. 0900-2008711 of via de website www.psychowijzer.nl).

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.