

Voorbereiden
Versiedatum: juni 2007
Deze patiëntenbrief is bedoeld als ondersteuning van het consult door de huisarts. De huisarts geeft de brief mee aan patiënten met de betreffende ziekte of aandoening. De tekst gaat ervan uit dat de patiënt al door de huisarts is gezien en dat de informatie uit de brief is besproken.
De adviezen in de brief gelden alleen voor mensen bij wie de diagnose is gesteld. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de huisarts. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven.
Kies een stopdatum
Kies een gunstig tijdstip, wanneer u niet te veel aan uw hoofd heeft en toch voldoende afleiding heeft. Neem ongeveer twee weken tijd om u hierop voor te bereiden. Stop in één keer. Uit onderzoek blijkt dat dat beter lukt dan wanneer u stopt door langzaam te minderen. Zorg dat u alle rookwaar uit uw huis verwijdert voor de stopdag.
Bereid u voor op moeilijke momenten
Mijd de eerste tijd moeilijke situaties en een omgeving waarin gerookt wordt: thuis, op het werk of tijdens een avondje stappen. Als dat niet kan, wees dan extra waakzaam en zorg dat u een antwoord klaar heeft voor als men u een sigaret aanbiedt. Pas op met alcohol. Onder invloed van alcohol is het veel moeilijker om nee te zeggen tegen roken.
Maak een lijstje van alle mogelijke momenten waarbij u naar een sigaret verlangt. Vraag aan anderen of ze u helpen het lijstje compleet te maken. Probeer voor elk van die moeilijke momenten van te voren een goed alternatief te vinden.
Rookt u voor de gezelligheid? Bedenk dan wat u der volgende keer kunt doen in plaats van roken. Bijvoorbeeld muziek opzetten, een kop thee drinken, op zoethout kauwen, met iemand een gesprek beginnen, iemand opbellen of bij iemand op bezoek gaan.
Wat gaat u doen als u nerveus en gespannen bent? U kunt bijvoorbeeld diep ademhalen, een slokje water nemen, even rondlopen, een warme douche nemen, een eindje rennen of hard fietsen.
Wat kunt u doen als u boos of verdrietig bent? Probeer dan afleiding te zoeken, ga even wandelen of fietsen, schrijf uw gedachten op of praat erover, dat lucht vaak op.
Bedenk iets wat bij u past. Laat ook anderen hierin meedenken. Wanneer u voor elk van die moeilijke momenten uw eigen alternatief heeft bedacht, is de kans dat u het volhoudt groter.
Ontwenningsverschijnselen
Wanneer u stopt met roken, kunnen ontwenningsverschijnselen ontstaan. U kunt last hebben van humeurigheid, rusteloosheid, ongeduld, hoofdpijn, slapeloosheid en slecht kunnen concentreren. U kunt last hebben van koude rillingen en tintelingen in de handen en voeten. De stoelgang kan traag zijn en de eetlust kan toenemen. In de eerste drie dagen zijn deze verschijnselen het ergst. Voor de een duren ze langer dan voor de ander. Meestal gaan ze na drie tot vier weken vanzelf over.
Adviezen
Ontwenningsverschijnselen zijn vervelend, maar kunnen geen kwaad en gaan vanzelf over. Afleiding, ontspanning en lichaamsbeweging helpen deze periode te overbruggen. Neem tijdens uw werkzaamheden af en toe een pauze. Heeft u juist tijdens pauzes zin om te roken, doe dan ontspannings- en ademhalingsoefeningen. Drink een glas water, loop een blokje om of sla de pauze over. Als u geneigd bent meer te gaan eten, kies dan voor fruit of een bruine boterham en niet voor snoep. Bewegen en sporten zorgen voor afleiding en ontspanning. Lichaamsbeweging kan ook helpen eventuele gewichtstoename te beperken. Probeer elke dag een halfuur extra te bewegen. Ga bijvoorbeeld wandelen, fietsen of tuinieren. Beweging, vezelrijke voeding (fruit, bruinbrood) en het drinken van veel water helpen als u last heeft van een trage stoelgang.
Ondersteuning
Roken is verslavend. Omdat uw lichaam aan een bepaalde hoeveelheid nicotine gewend is, is het moeilijk om met roken te stoppen. Het stoppen is een kwestie van willen en doorzetten. U moet het natuurlijk zelf doen, maar hulp van buitenaf is meestal wel nodig. Naast de hulp die we op de praktijk kunnen geven, kunnen ook mensen in uw omgeving u ondersteunen. Daarom is het belangrijk dat u erover praat. Spreek met andere rokers af dat ze u geen sigaret meer aanbieden en niet in uw omgeving roken. Probeer huisgenoten, vrienden en collega’s bij het besluit te betrekken. Samen stoppen lukt beter. De thuiszorg of GGD organiseert cursussen stoppen met roken in groepsverband onder leiding van een deskundige (bijvoorbeeld de training ‘Pak je kans’).
Hulpmiddelen
De één lukt het gemakkelijker om zonder hulpmiddelen te stoppen dan de ander. Vooral als u veel rookt, is er kans dat u bij stoppen last krijgt van ontwenningsverschijnselen. Met ontwennings-verschijnselen is het vaak moeilijker om te stoppen.
U kunt overwegen hulpmiddelen te gebruiken. De kans dat het stoppen lukt is dan groter. Er bestaan nicotinevervangende middelen en medicijnen. Bedenk dat deze middelen het werk niet alleen doen. U moet zelf ook echt willen stoppen.
Nicotinevervangende middelen
Nicotine-vervangende middelen (pleisters, kauwgom, zuig- of smelttabletten) helpen ontwenningsverschijnselen te verminderen. Hiermee kunt u wennen aan een leven zonder roken, terwijl uw lichaam nog wel nicotine binnenkrijgt.
Medicijnen
Nortriptyline en bupropion zijn medicijnen die helpen bij stoppen met roken. Deze middelen helpen ook tegen depressiviteit. De behoefte aan roken kan hierdoor verminderen.
Wanneer contact opnemen?
We maken samen een afspraak in de periode nadat u gestopt bent. Bijvoorbeeld een week, een maand, drie maanden en een halfjaar na de stopdag. Dan bespreken we hoe het gaat en bekijken we of de aanpak moet worden aangepast. We kunnen ook afspreken vaker contact te hebben (bijvoorbeeld telefonisch), als u behoefte heeft aan ondersteuning. Met ondersteuning is de kans dat u slaagt veel groter.
Meer informatie
Meer informatie over stoppen met roken vindt u op de site van STIVORO op http://www.stivoro.nl/huisarts of bel de landelijke informatielijn: 0900-9390.
Heeft u nog vragen?
Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.


