U bent nu hier:

Stoppen met roken: adviezen en hulpmiddelen

Versiedatum: april 2011

Deze patiëntenbrief is bedoeld als ondersteuning van het consult door de huisarts. De huisarts geeft de brief mee aan patiënten met de betreffende ziekte of aandoening. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de huisarts. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven.

Verslaving

Roken is verslavend. U raakt gewend aan een bepaalde hoeveelheid nicotine (lichamelijke verslaving) en aan de gewoonte te roken (geestelijke verslaving). Bij allerlei dagelijkse bezigheden bent u gewend te roken. Bijvoorbeeld ‘s ochtends bij de koffie, in de pauze, na het eten of met vrienden. Daardoor krijgt u steeds weer zin om te roken. Verslaving is de belangrijkste reden waarom mensen blijven roken. Rookt u minstens tien sigaretten per dag, of rookt u uw eerste sigaret binnen een halfuur nadat u wakker wordt, dan is de kans groot dat u verslaafd bent.

Ontwenningsverschijnselen

Wanneer u stopt met roken, krijgt uw lichaam plotseling geen nicotine meer. Daardoor kunnen ontwenningsverschijnselen ontstaan zoals humeurigheid, rusteloosheid, ongeduld, hoofdpijn, slapeloosheid of slecht kunnen concentreren. U kunt last krijgen van koude rillingen en tintelingen in de handen en voeten. Verder kan de eetlust toenemen en de stoelgang traag zijn.

Ontwenningsverschijnselen zijn vervelend, maar kunnen geen kwaad. In de eerste drie dagen zijn de ontwenningsverschijnselen het ergst. Na gemiddeld drie tot vier weken gaan deze verschijnselen vanzelf over. De behoefte om te roken zal nog vaak terugkeren, ook als u langere tijd gestopt bent. Maar naarmate u langer gestopt bent, neemt die behoefte af.

Adviezen

Ontwenningsverschijnselen zijn vervelend, maar kunnen geen kwaad en gaan vanzelf over. Afleiding en ontspanning kunnen helpen de ontwenningsperiode te overbruggen:

  • Neem tijdens uw werkzaamheden af en toe een pauze. Neem dan een stuk fruit in plaats van een sigaret en loop een blokje om.
  • Als u snakt naar een sigaret, probeer dan rustig te ademen en te ontspannen.
  • Bedenk nog eens dat de lichamelijke (ontwennings-)verschijnselen die u voelt geen kwaad kunnen en vanzelf overgaan.
  • Denk aan iets prettigs, laat uw schouders ontspannen hangen, adem vijf tellen diep en langzaam in door de neus en adem vijf tellen langzaam uit door de mond. Wacht even en herhaal dit drie tot vijf keer.
  • Zoek afleiding. Drink bijvoorbeeld een glas water, loop even naar buiten (niet naar de rookplek) , doe wat oefeningen: ren de trap op en af, doe tien kniebuigingen of lees een bladzijde uit een leuk verhaal hardop voor.
  • Houdt u het bijna niet meer uit zonder sigaret, ga dan snel een eind fietsen, rennen of wandelen.
  • Misschien bedenkt u zelf wel de beste trucs om het roken te vermijden. Dat is natuurlijk prima. Als u maar niet meer gaat roken.

Lichaamsbeweging is belangrijk als afleiding en voor de ontspanning. Sport kan helpen eventuele gewichtstoename te beperken. Zorg dat u tenminste vijf dagen per week een halfuur intensief beweegt. Fiets bijvoorbeeld elke dag naar uw werk of neem een hond die u dagelijks uit gaat laten. Beweging, vezelrijke voeding (fruit, bruinbrood) en voldoende drinken (minstens 1½ liter per dag) helpen de stoelgang te bevorderen.

Hulpmiddelen

Sommige mensen lukt het gemakkelijker om te stoppen als ze daar hulpmiddelen bij gebruiken. Vooral als u veel rookt, is er kans dat u bij stoppen last krijgt van ontwenningsverschijnselen. Dan is het vaak moeilijker om te stoppen. Hulpmiddelen kunnen helpen deze periode te overbruggen. De kans dat het stoppen lukt is dan groter. Er bestaan nicotinevervangende middelen en medicijnen. Bedenk dat deze middelen het werk niet alleen doen. U moet zelf ook echt willen stoppen.

Nicotinevervangende middelen

Nicotinevervangende middelen hebben de minste bijwerkingen. Hiermee kunt u wennen aan een leven zonder roken, terwijl uw lichaam toch nog nicotine binnenkrijgt. Zo kunt u eerst de gewoonte van het roken afleren. Daarna vermindert u pas de hoeveelheid nicotine.

Nicotine-kauwgom of -pleisters worden het meest gebruikt. Er bestaan ook zuigtabletten en oplostabletten voor onder de tong.

De kauwgom werkt snel, maar kort. U gebruikt de kauwgom op het moment dat u zin heeft in een sigaret. De kauwgom -kauwt u langzaam tot de smaak sterk is (na 10 tot 15 seconden). Dan stopt u met kauwen tot de smaak verdwenen is (duurt ongeveer een minuut). In die tijd klemt u de kauwgom tussen uw kiezen en uw wangslijmvlies. Het slijmvlies neemt de nicotine op. Daarna gaat u weer door met kauwen. Dit herhaalt u gedurende een halfuur. In het kwartier voor het gebruik van de kauwgum en tijdens het kauwen mag u niets eten of drinken.

De nicotinepleister werkt langzaam en geleidelijk. De pleister plakt u ‘s ochtends op uw bovenarm, buik, rug of heup. U verwijdert de pleister voor het slapengaan. De huid dient droog en bij voorkeur onbehaard te zijn. Kies steeds een andere plakplaats. Plak pas na vijf dagen weer op dezelfde plaats. De nicotine wordt door de huid opgenomen.

Nicotinevervangende middelen kunt u gebruiken vanaf de dag dat u gestopt bent. Wanneer u deze middelen wilt starten, is het goed om dat op de praktijk te bespreken. Als u bijvoorbeeld kort geleden hartklachten of een beroerte heeft gehad, raden we het soms af. Nicotinevervangende middelen kunt u zonder recept kopen.

Medicijnen

Sommige medicijnen helpen bij het stoppen met roken. De bekendste zijn nortriptyline, bupropion en varenicline

Nortriptyline en bupropion verminderen de rookbehoefte en de ontwenningsverschijnselen. Deze middelen werken ook tegen depressiviteit. Slecht slapen en een droge mond zijn mogelijke bijwerkingen. Twee weken voordat u helemaal gaat stoppen met roken begint u de tabletten in te nemen. Gebruik de medicijnen daarna nog ongeveer vijf tot tien weken.

Varenicline vermindert de gevoeligheid van uw hersenen voor nicotine. Het heeft als bijwerking misselijkheid, slapeloosheid en abnormale dromen. Soms duizeligheid en slaperigheid. Twee weken voor dat u gaat stoppen begint u de tabletten in te nemen en de dosis geleidelijk op te bouwen. Gebruik varenicline tot 12 weken nadat u met roken gestopt bent. Niet geschikt voor mensen met schizofrenie, ernstige depressie of stemmingswisselingen.

De tabletten zijn alleen op recept verkrijgbaar. Hulpmiddelen en medicijnen bij stoppen met roken zijn het meest werkzaam als u daarbij deskundige begeleiding krijgt. Bijvoorbeeld door een huisarts, praktijkondersteuner of psycholoog die daarin getraind is. Alleen dán krijgt u deze middelen ook vergoed.

Andere vormen van ondersteuning

Samen stoppen lukt vaak beter. Stoppen met roken kan in groepsverband. De thuiszorg of GGD organiseert cursussen stoppen met roken in groepsverband onder leiding van een deskundige (bijvoorbeeld de training ‘Pak je kans’).

Wanneer contact opnemen?

Het is goed om nog een paar keer op de praktijk te komen in de periode nadat u gestopt bent. Bijvoorbeeld een week, een maand, drie maanden en een halfjaar na de stopdag. We bespreken dan hoe het gaat en bekijken of de aanpak moet worden aangepast. Maak hiervoor alvast een afspraak. Als u behoefte heeft aan meer ondersteuning, kunnen we afspreken een aantal keer telefonisch contact te hebben. Als we contact houden is de kans dat het stoppen lukt veel groter.

Meer informatie

Meer informatie over stoppen met roken vindt u op de site van STIVORO op http://www.stivoro.nl/huisarts of bel de landelijke informatielijn: 0900-9390.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.