U bent nu hier:

Delier bij ouderen

Versiedatum: oktober 2003

Deze patiëntenbrief is bedoeld als ondersteuning van het consult door de huisarts. De huisarts geeft de brief mee aan patiënten met de betreffende ziekte of aandoening. De tekst gaat ervan uit dat de patiënt al door de huisarts is gezien en dat de informatie uit de brief is besproken.

De adviezen in de brief gelden alleen voor mensen bij wie de diagnose is gesteld. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de huisarts. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven.

Wat is een delier?

Een delier is een plotseling optredende ernstige verwardheid. De mate van verwardheid is het ene moment erger dan het andere. Vaak is de verwardheid maar tijdelijk. Het komt vooral voor bij ouderen. Iemand met een delier heeft steun en begrip nodig van zijn of haar omgeving. Deze brief is bedoeld voor de mensen in de directe omgeving van een oudere met een delier. Overal waar u 'hij' leest, zou natuurlijk ook 'zij' kunnen staan.

Wat zijn de verschijnselen?

Iemand met een delier gedraagt zich anders dan u gewend bent. Hij is verward en praat vaak onsamenhangend. Een gesprek is daarom moeilijk te voeren. Iemand met een delier verliest de greep op de werkelijkheid. Hij heeft geen vat meer op zichzelf of de omgeving. Het delier kan zich op verschillende manieren uiten:

  • onrustig (hyperactief): hierbij is de persoon opgewonden. Hij is niet helder en reageert niet normaal op zijn omgeving. Hij heeft gedachten die niet kloppen (wanen). Hij ziet, hoort of ruikt dingen die er niet zijn (hallucinaties) en kan hierdoor in paniek raken. Hij wordt achterdochtig, schrikachtig, kwaad of agressief. Hij is vaak zeer lastig voor de omgeving.
  • apathisch (hypoactief): hierbij is de persoon stil, trekt zich terug, en reageert niet of niet normaal op zijn omgeving. Door wanen en hallucinaties kan iemand zo angstig worden dat hij niets meer durft te zeggen of te doen.
  • gemengd: hierbij komen beide uitingsvormen voor. Iemand is bijvoorbeeld overdag heel rustig en teruggetrokken, maar raakt in paniek zodra het donker wordt en is dan moeilijk te kalmeren.

Hoe ontstaat het?

Allerlei situaties kunnen die aanleiding zijn voor een delier:

  • Ziekten maken iemand extra kwetsbaar voor het krijgen van een delier: bijvoorbeeld een blaasontsteking, een longontsteking, suikerziekte (diabetes mellitus) die niet goed onder controle is, een ziekte van de schildklier, een hartinfarct, het niet goed leeg kunnen plassen van de blaas (urineretentie), verstopping (obstipatie), ondervoeding of een gebrek aan slaap.
  • Een operatie, zelfs een kleine, kan zo ingrijpend zijn dat een ouder iemand daardoor een delier krijgt. Ook de narcose kan een rol spelen bij het ontstaan van een delier.
  • Een ongeval, bijvoorbeeld een gebroken heup kan aanleiding zijn voor een delier. Het gaat dus niet alleen om ongevallen met een hersenschudding of hoofdletsel.
  • Handicaps als slechtziendheid of slechthorendheid kunnen zo belastend zijn dat een delier ontstaat.
  • Medicijnen die een delier kunnen veroorzaken, zijn bijvoorbeeld: plaspillen, middelen tegen de ziekte van Parkinson, antidepressiva, medicijnen tegen hartritmestoornissen, medicijnen tegen allergie, medicijnen tegen misselijkheid en medicijnen met bijnierschorshormoon (prednison).
  • Stoppen met alcohol of kalmeringsmiddelen: als iemand gewend is aan overmatig gebruik van alcohol of kalmeringsmiddelen (benzodiazepinen) en daar abrupt mee stopt, kan een delier ontstaan.

Adviezen

De omgeving weet vaak niet hoe ze moet reageren. Het is belangrijk om te weten dat iemand met een delier zich in de eigen vertrouwde (woon)omgeving het veiligst voelt. Dit geeft minder aanleiding voor angst en paniek. Familie, vrienden en buren kunnen dus veel doen om de patiënt te helpen. Hier volgen enkele tips:

  • Het is goed als familieleden en verzorgers zich realiseren dat iemand met een delier ziek is en zich niet anders kan gedragen dan hij doet, al lijkt het soms of de patiënt zijn best niet doet.
  • Zorg voor rust. Spreek in korte, eenvoudige zinnen en stel korte, eenvoudige vragen.
  • Laat iemand met een delier zo min mogelijk alleen; zorg dat er steeds vertrouwde (liefst rustige) familieleden, vrienden of buren aanwezig zijn. Beperk het aantal aanwezigen wel tot een minimum.
  • Bied steeds herkenningspunten uit de werkelijkheid aan, zoals een klok, een kalender en foto's. Vertel zo nodig regelmatig welke dag het is, hoe laat het is, wie u bent en waar u bent.
  • Zorg dat een eventuele bril of een gehoorapparaat echt gebruikt wordt en ook op de juiste manier.
  • Zorg voor goede verlichting (overdag gordijnen open, 's nachts bedlampje of sluimerverlichting).
  • Als iemand bang is voor dingen die hij denkt te voelen of te zien (die u zelf niet voelt of ziet), toon dan begrip en zeg niet dat het onzin is. Ga geen discussie aan, maar leg voorzichtig uit hoe ú de werkelijkheid ziet.
  • Wek geen achterdocht door te fluisteren of kamers op slot te doen.
  • Probeer er voor te zorgen dat iemand voldoende drinkt en gezond eet.

Medicijnen

Als de oorzaak van het delier kan worden weggenomen, zijn medicijnen tegen een delier niet of slechts kort nodig. Soms kan iemand zo in de war of zo angstig zijn dat haloperidol wordt voorgeschreven. Dit middel werkt vaak goed tegen verwardheid. Soms worden benzodiazepinen voorgeschreven om de patiënt tijdelijk te kalmeren.

Hoe gaat het verder?

De huisarts neemt regelmatig contact met u op om te kijken hoe het gaat en hoe het delier verloopt.

In sommige gevallen moet iemand met een delier tijdelijk in het ziekenhuis worden opgenomen.

Hoe lang een delier duurt, is sterk afhankelijk van de oorzaak. Zo kan soms door behandeling van een blaasontsteking een delier binnen een paar dagen verdwijnen. Bij ouderen kan het herstel na een delier wel eens tegenvallen. Soms blijft er verwardheid of vergeetachtigheid bestaan. Het kan zijn dat de medicijnen, bijvoorbeeld tegen de verwardheid, gedurende langere tijd moeten worden ingenomen.

Als het delier voorbij is, kunt u deze brief met de patiënt doornemen en bespreken.

Probeer situaties die mogelijk opnieuw een delier zouden kunnen uitlokken, te vermijden.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.