

Stoppen met roken bij COPD
Versiedatum: juni 2011
Deze patiëntenbrief is bedoeld als ondersteuning van het consult door de huisarts. De huisarts geeft de brief mee aan patiënten met de betreffende ziekte of aandoening. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de huisarts. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven.
Wat is COPD?
Bij COPD zijn de kleine vertakkingen van de luchtwegen blijvend vernauwd en werken de longen steeds minder goed. Door een chronische ontsteking van het slijmvlies zijn de longen blijvend beschadigd geraakt. U krijgt last van benauwdheid, hoesten en opgeven van slijm. U wordt sneller kortademig en moe, vooral bij inspanning zoals traplopen.
Roken als oorzaak van COPD
Roken is de belangrijkste oorzaak van COPD. Door de prikkelende rook zijn de luchtwegen chronisch ontstoken. Daardoor moet u vaak hoesten en slijm opgeven. Door de chronische ontsteking raken uw longen steeds meer beschadigd. De eerste klachten ontstaan vaak pas na het veertigste levensjaar. Als u blijft roken wordt de schade erger en krijgt u steeds meer klachten. Bij inspanning wordt u steeds sneller kortademig. U komt de trap niet meer op zonder onderweg even te rusten. Boodschappen doen om de hoek wordt al een probleem als u een zware tas heeft. Wanneer de schade nog verder toeneemt, heeft u het al benauwd als u stil zit.
Waarom stoppen met roken?
Door te stoppen met roken kan de ontsteking van de luchtwegen genezen. Daardoor kunt u verdere schade voorkomen en ervoor zorgen dat de conditie van uw longen minder snel verslechtert. Uw conditie kan weer verbeteren. Maar het longweefsel dat al beschadigd is, herstelt niet meer. Juist daarom is het zo belangrijk dat u zo snel mogelijk stopt. Want ook al zijn uw longen beschadigd, u kunt altijd nog verdere schade voorkomen.
Stoppen met roken voorbereiden
Stoppen met roken is moeilijk. Daarom is het belangrijk dat u dit goed voorbereidt.
-
Denk na wat voor uzelf de voordelen zijn van stoppen. Wat wilt u graag?
-
Wat vindt u moeilijk aan stoppen? In welke situaties verlangt u naar een sigaret?
-
Bedenk alvast wat u in die situaties gaat doen als u gestopt bent. Rookt u bijvoorbeeld altijd in de pauze? Neem u dan voor om in de pauzes een eindje te lopen, de krant te lezen of een vriend te bellen. Doe ontspanningsoefeningen, drink een glas water of sla de pauze over. Als u zich voorbereidt, komt u straks minder gauw in de verleiding om weer te gaan roken.
-
Probeer in het begin de situaties waarin u meestal naar een sigaret verlangt, te vermijden.
-
Stoppen met roken kan op verschillende manieren. Kies een manier die bij u past. Praat en lees erover. Op internet vindt u informatie over verschillende hulpmiddelen en vormen van begeleiding bij stoppen met roken.
Hulpmiddelen
Sommige mensen lukt het om zonder hulp te stoppen. Vooral als u veel rookt, is er kans dat u bij stoppen last krijgt van ontwenningsverschijnselen. Dan is het vaak moeilijker om te stoppen. Hulpmiddelen kunnen helpen deze periode te overbruggen. De kans dat het stoppen lukt, is dan groter. Er bestaan nicotinevervangende middelen en medicijnen.
Nicotine vervangende middelen zoals nicotine-kauwgom of -pleisters vullen het tekort aan nicotine aan zodat u minder last heeft van ontwenningsverschijnselen. Zo kunt u eerst de gewoonte van het roken afleren, terwijl u nog wel nicotine binnenkrijgt. Daarna gaat u pas de hoeveelheid nicotine minderen.
Medicijnen Mensen die al vaker zijn gestopt en weten dat zij enorm naar roken blijven verlangen, kunnen overwegen medicijnen te gebruiken om de rookbehoefte en ontwenningsverschijnselen te verminderen. De bekendste zijn nortriptyline, bupropion en varenicline. Nortriptyline en bupropion werken ook tegen depressiviteit. Slecht slapen en een droge mond zijn mogelijke bijwerkingen. Varenicline vermindert de gevoeligheid voor nicotine in uw hersenen. Varenicline bootst de werking van nicotine ook enigszins na. Daardoor verlangt u minder naar nicotine en heeft u minder ontwenningsverschijnselen. Mogelijke bijwerkingen zijn misselijkheid, slapeloosheid en abnormale dromen.
Nicotinevervangende middelen en medicijnen doen het werk niet alleen. U moet zelf ook echt willen stoppen.
Bij veel mensen werken hulpmiddelen en medicijnen bij stoppen met roken beter als ze daarbij deskundige begeleiding krijgen. Bijvoorbeeld door een huisarts, praktijkondersteuner of psycholoog die daarin getraind is. Alleen dán krijgt u deze middelen ook vergoed.
Ondersteuning en begeleiding
Vertel aan de mensen om u heen dat u wilt stoppen. Het helpt als uw omgeving u ondersteunt. Spreek af om samen met een huisgenoot, vriend of collega te stoppen. Stoppen met roken kan ook in een groep, onder leiding van een deskundige. De thuiszorg of GGD organiseert cursussen stoppen met roken.
Vaak helpt het als iemand buiten uw familie of vriendenkring u begeleidt. We kunnen bijvoorbeeld afspreken dat u regelmatig op het spreekuur komt, om te kijken hoe het gaat. Als we contact houden, is de kans dat het stoppen lukt veel groter.
Voor informatie en adviezen over stoppen met roken kunt u kijken ook op http://www.stivoro.nl/huisarts of bellen met de landelijke informatielijn: 0900-9390.
Heeft u nog vragen?
Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.


