

Decubitus preventie en behandeling
Versiedatum: mei 2011
Deze patiëntenbrief is bedoeld als ondersteuning van het consult door de huisarts. De huisarts geeft de brief mee aan patiënten met de betreffende ziekte of aandoening. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de huisarts. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven.
Wat is decubitus?
Decubitus (doorliggen of doorzitten) is een beschadiging van de huid die voorkomt bij mensen die lang in dezelfde houding moeten liggen of zitten. Op de plekken van de huid waar het lichaam op rust, komt de huid in de knel. De kleine bloedvaten worden dichtgedrukt. Als de druk lang aanhoudt, kunnen gevoelige rode plekken, blaren en wonden ontstaan. Dit noemen we doorligplekken.
Wat zijn de verschijnselen?
Op de plekken van de huid waar het lichaam op rust, ontstaan doorligplekken. Bij iemand die lang ligt, bijvoorbeeld aan het stuitje, de heupen, hielen en enkels. Bij iemand die langdurig zit, op de billen. Het begint met een gevoelige, lichtrode plek waarvan de roodheid niet weggaat als je erop drukt. De plek wordt roder, er ontstaan blaren en de huid kan opengaan. Dit geeft veel ongemak en pijn. Als je niets doet, ontstaat er een wond die groter en dieper wordt. De huid en het onderliggende weefsel (vet, spieren, pezen, bot) raken beschadigd en sterven af.
Hoe ontstaat het?
Druk op de huid: Gewoonlijk veranderen we regelmatig van ligging of houding zodat de huid nooit lang bekneld raakt. Maar als iemand lang in bed moet liggen (bijvoorbeeld door ziekte, een operatie of een ongeval) en zelf niet goed kan verliggen (bijvoorbeeld door pijn, zwakte, verlamming of coma), dan kunnen er doorligplekken ontstaan. Het doorzitten komt vooral voor bij mensen die in een (rol)stoel zitten en niet goed kunnen verzitten. Schuiven of onderuitzakken van het lichaam maakt de huid extra kwetsbaar.
Adviezen
Decubitus kan veel ongemak en pijn veroorzaken en vergt veel aandacht en verzorging. Het herstel kan soms lang duren. Probeer daarom alles te doen om doorliggen te voorkomen. Laat ook uw partner of verzorger deze brief lezen. Dan kunnen zij u helpen bij het opvolgen van de adviezen:
Houding
-
Verander regelmatig van houding. Als u lang ligt, moet u om de twee tot drie uur gaan verliggen. Als u lang zit, moet u om de een tot twee uur gaan verzitten. Doe dit door uw lichaam op te tillen, door uzelf met de armen op te duwen of aan een handvat boven het bed (papagaai) op te trekken. Dus niet schuiven!
-
Zorg dat uw lichaam zoveel mogelijk gesteund wordt, zodat uw gewicht over een groot oppervlak verdeeld wordt. Ga niet op een randje zitten. Gebruik zo mogelijk de armsteunen, en zet uw voeten plat op de grond.
-
Steun uzelf met kussens om te voorkomen dat u onderuitzakt.
-
Blijf zo mogelijk bewegen en doe oefeningen om de doorbloeding van de huid te bevorderen.
Materiaal
-
Leg kussens tussen uw knieën en enkels, als u op uw zij ligt. Leg als u op uw rug ligt, een kussen onder uw onderbenen zodat uw hielen niet op de matras drukken.
-
Via de thuiszorg kunt u speciaal decubitusmateriaal lenen: een speciaal matras, kussen, of een 'dekenboog' voor boven uw voeten.
Verzorging
-
Was met lauwwarm water, zonder zeep (of hooguit met zeep die niet ontvet); gebruik bij een droge huid een ongeparfumeerde zalf (bijvoorbeeld lanettezalf) en smeer de huid 1 tot 3 keer per dag in.
-
De huid niet wrijven, schuren of masseren.
-
Draag schone, gladde, en soepele kleding, bij voorkeur van katoen.
-
Zorg voor een schone, gladde, droge, katoenen onderlaag (bed of stoel); voorkom oneffenheden: Let op kruimels, kreukels, opgefrommelde onderleggers, infuus of catheterslangen.
-
Houd de huid droog. Voorkom dat het vochtig wordt door transpiratie of plas. Verwissel regelmatig de luiers of onderleggers.
-
Zorg voor gezonde voeding en voldoende drinken
Controle
-
Controleer uw huid zo mogelijk dagelijks (of laat het controleren), bijvoorbeeld bij het aan- en uitkleden. Let op gevoelige lichtrode plekjes, waarvan de roodheid niet verdwijnt als u erop drukt. Vraag uw partner of verzorger de plekken te controleren die u niet goed kunt zien (billen, stuit, hielen, schouderbladen).
-
Neem bij de eerste tekenen van decubitus contact op met de praktijk of thuiszorg. Verander de ligging of houding nog vaker dan u al deed, totdat de roodheid verdwijnt. Ook hierbij kan hulp van anderen nodig zijn.
Hoe gaat het verder?
Neem contact op als u de eerste tekenen van een doorligplek ontdekt. Dan maken we afspraken voor de verdere begeleiding. Als er een wond is ontstaan, kan het zijn dat de wijkverpleegkundige de verdere controle en wondverzorging op zich neemt. Zij komt dan regelmatig bij u thuis en geeft u praktische adviezen.
Als de wondverzorging veel pijn doet, kunt u overwegen van tevoren een pijnstiller te nemen (bijvoorbeeld paracetamol).
Neem ook contact op als de conditie van de huid verslechtert: bijvoorbeeld als een doorligwond dieper of groter wordt of onaangenaam ruikt, of als u koorts krijgt en zich beroerd voelt.
Heeft u nog vragen?
Als u na het lezen van de brief nog vragen heeft, kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.


