U bent nu hier:

Pijnmedicatie bij volwassenen

Versiedatum: april 2008

Deze patiëntenbrief is bedoeld als ondersteuning van het consult door de huisarts. De huisarts geeft de brief mee aan patiënten met de betreffende ziekte of aandoening. De tekst gaat ervan uit dat de patiënt al door de huisarts is gezien en dat de informatie uit de brief is besproken. 

De adviezen in de brief gelden alleen voor mensen bij wie de diagnose is gesteld. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de huisarts. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven.

Het belang van pijn

Iedereen heeft wel eens pijn. Pijn kan hevig of zeurderig zijn, voorbijgaan, aanhouden of toenemen.Pijn is belangrijk en kan nuttig zijn. Het waarschuwt ons dat iets in ons lichaam beschadigd of overbelast wordt. Het wijst ons op een verwonding, ontsteking of ziekte. Het zorgt ervoor dat we maatregelen nemen om onszelf te beschermen en de oorzaak van de pijn te bestrijden.

Hoe ontstaat pijn?

Pijn heeft vaak een duidelijke oorzaak: Iets in uw lichaam is beschadigd of werkt niet zoals het hoort. De zenuwen in het beschadigde lichaamsdeel geven een seintje naar uw hersenen en u voelt pijn. Pijn wordt beïnvloed door uw gedachten en gevoelens en door de manier waarop u en uw omgeving met de pijn omgaan. Soms heeft pijn geen duidelijke oorzaak en weten we niet waar de pijn vandaan komt. Angst, spanning, onzekerheid en eenzaamheid kunnen de pijn verergeren. Aandacht, begrip, geruststelling, afleiding, ontspanning en vertrouwen kunnen de pijn verminderen.

Adviezen

Probeer na te gaan wat de pijn voor u betekent. Soms is er een duidelijke oorzaak die dringend aandacht of behandeling behoeft. Zoals een wond, een botbreuk of een acute ontsteking. Is de pijn heftig, aanhoudend of toenemend, of komt de pijn steeds terug? Kom dan naar de praktijk. Dan kunnen we kijken wat de oorzaak is en die oorzaak zo mogelijk behandelen. Is het te verwachten dat de pijn overgaat (vanzelf of door behandeling van de oorzaak), dan kunnen pijnstillers helpen deze periode te overbruggen.

Is de oorzaak onschuldig of onverklaarbaar, dan kunt u afwachten hoe de pijn zich ontwikkelt.

Kunt u door de pijn niet meer goed bewegen, werken of slapen? Dan kunnen dat redenen zijn om pijnstillers te gebruiken. Houdt u langdurig pijn of blijft de pijn terugkomen, dan heeft u misschien wel vaker pijnstillers nodig. Overweeg dan ook andere maatregelen te nemen om de pijn te verminderen, zodat u minder (vaak) pijnstillers hoeft te gebruiken. Een gezonde leefwijze met voldoende afleiding, beweging en ontspanning kan helpen en de behoefte aan pijnstillers verminderen.

Pijnstillers

Als u ervoor kiest om een pijnstiller te nemen, is het belangrijk uit te zoeken welke pijnstiller het beste helpt. Begin met paracetamol omdat deze pijnstiller goed werkt en de minste bijwerkingen heeft. De andere zonder recept verkrijgbare pijnstillers hebben meer bijwerkingen, vooral van de maag- en darmen. Let op de juiste dosering. Die staat op de verpakking of in de bijsluiter. Pijnstillers werken binnen een uur na inname. Werkt een pijnstiller niet of onvoldoende, dan kunt u een andere pijnstiller proberen. Lees altijd eerst in de bijsluiter of de pijnstiller geschikt voor u is, bijvoorbeeld of het samengaat met uw andere medicijnen of met een ziekte die u heeft. Bij alle pijnstillers moet u opletten dat u er niet te veel (samen) van neemt.

Er zijn pijnstillers die u zonder recept kunt kopen, die soms ook op recept worden voorgeschreven (zoals paracetamol, ibuprofen, diclofenac, naproxen). En er zijn pijnstillers die u alleen op recept kunt krijgen (zoals paracetamol met codeïne,tramadol en morfine).

Paracetamol

Paracetamol is een heel goede pijnstiller met weinig of geen bijwerkingen. Het wordt daarom aanbevolen als eerste keus. Bij kortdurende pijn kan een tablet van 500 mg paracetamol voldoende zijn. Zo nodig tot 4 maal per dag 1000 mg gedurende hooguit een of twee weken. Houdt de pijn langer aan, gebruik dan niet meer dan 4 tot 6 maal per dag 500mg.

NSAID

Als paracetamol onvoldoende helpt, kunt u in plaats daarvan een NSAID proberen. NSAID is een afkorting voor de Engelse naam ‘Non Steroid Anti Inflammatory Drug’. De bekendste NSAIDs zijn ibuprofen, diclofenac en naproxen. Ze worden soms onder een andere naam (een merknaam) verkocht. NSAIDs zijn pijnstillers met een ontstekingsremmende werking. Het zijn goede pijnstillers maar ze kunnen (in tegenstelling tot paracetamol) regelmatig vervelende bijwerkingen geven. Vanwege die bijwerkingen kunt u het beste met de laagste dosering beginnen. NSAIDs kunnen maagklachten geven en de maag en darmen beschadigen. Soms kunnen ze zelfs een maagbloeding veroorzaken (ook als u het middel als zetpil gebruikt). Daarom worden NSAIDs vaak samen met een maagbeschermend middel zoals omeprazol voorgeschreven (dit krijgt u alleen op recept). NSAIDs gaan vaak niet goed samen met andere medicijnen, aandoeningen of ziekten. Ze hebben bijvoorbeeld ook invloed op de bloedverdunning en op uw hart- en bloedvaten. Informeer daarom eerst of de pijnstiller geschikt voor u is. In de bijsluiter staat wanneer u het middel beter niet kunt gebruiken. Neem contact op met de praktijk of apotheek om te overleggen, als u twijfelt of het middel voor u geschikt is, maar in ieder geval als u ouder bent dan 60 jaar, als u een chronische ziekte heeft of vaste medicijnen gebruikt.

Vanwege de kans op bijwerkingen kunt u het beste met de laagste dosering beginnen. Soms werkt bij iemand het ene NSAID beter dan het andere. Als een NSAID onvoldoende helpt, kunt u in plaats daarvan een andere NSAID proberen. U mag verschillende NSAIDs niet combineren.

NSAIDs hebben ieder een verschillende dosering:

  • ibuprofen 400-600 mg, 3 tot 4 maal per dag,
  • diclofenac 25-50 mg 2 tot 3 maal per dag of 75-100 mg 2 maal per dag,
  • naproxen 250-500 mg 2 maal per dag.

Als NSAIDs onvoldoende helpen, kunt u er paracetamol bij nemen. Als u direct met een NSAID bent begonnen (zonder eerst alleen paracetamol te proberen) en het helpt onvoldoende, probeer dan alsnog alleen paracetamol. Paracetamol helpt soms beter dan een NSAID en heeft minder bijwerkingen.

Paracetamol met codeïne (samen in één tablet)

Samen met codeïne kan paracetamol sterker werken. Codeïne is een stof die is afgeleid van morfine, maar veel minder sterk werkt. Een vaak voorkomende bijwerking is verstopping van de darm. Zorg dat u voldoende drinkt en vezelrijk eet: dat vermindert de kans op verstopping. Van codeïne kunt u ook suf worden. Vermijd daarom activiteiten waarbij u oplettend moet zijn en snel moet kunnen reageren zoals autorijden of het bedienen van gevaarlijke machines.

Tramadol

Ook tramadol is een morfine-achtige stof. Het geeft minder sterke pijnstilling dan morfine en het duurt even voordat het werkt. De pijnstillende werking bouwt in een paar dagen op. Tramadol kan verslavend werken. Bijwerkingen zoals misselijkheid en duizeligheid treden regelmatig op. Het geeft minder gauw verstopping dan codeïne. Ook van tramadol kunt u suf worden. Vermijd daarom activiteiten waarbij u oplettend moet zijn en snel moet kunnen reageren (zoals autorijden of het bedienen van gevaarlijke machines).

Morfine

Morfine en andere morfine-achtige stoffen zoals fentanyl (in de vorm van een pleister) en oxycodon zijn voorbeelden van zeer sterke pijnstillers. Ze worden alleen gebruikt bij heel ernstige pijn en kunnen verslavend werken. Belangrijke bijwerkingen zijn sufheid en ernstige verstopping. Vermijd daarom activiteiten waarbij u oplettend moet zijn en snel moet kunnen reageren (zoals autorijden of het bedienen van gevaarlijke machines). Tegelijk met deze pijnstillers krijgt u er een laxeermiddel bij, zodat de ontlasting gemakkelijker komt. Deze zeer sterke pijnstillers kunnen ook misselijkheid, onrust en verwardheid geven. Door gewenning is het om voldoende pijnstilling te houden vaak nodig om na verloop van tijd de dosering geleidelijk te verhogen. Door de geleidelijke verhoging heeft u minder last van bijwerkingen. Als de pijnstilling afgebouwd kan worden doet men dit bij morfine-achtige pijnstillers meestal ook geleidelijk om onthoudingsverschijnselen te voorkomen.

Hoe gaat het verder?

Voor de meeste pijnklachten zijn paracetamol of NSAIDs voldoende. Wanneer u verwacht dat de pijn afneemt kunt u deze pijnstillers minderen of stoppen. Bij aanhoudende pijn kan het nodig zijn de pijnstillers op vaste tijden te slikken, zodat de pijn niet telkens terugkomt. Lukt het niet om met leefregels en de voorgeschreven pijnstillers de pijn onder controle te krijgen, kom dan weer naar het spreekuur of neem contact op met de praktijk. Dan maken we samen een plan zodat u weet wanneer u welke medicijnen het beste kunt nemen. Bij ernstige pijn kan het nodig zijn (tijdelijk) sterkere pijnstillers voor te schrijven, bijvoorbeeld een van de morfine-achtige pijnstillers.

Wanneer u langdurig veel pijnstillers blijft gebruiken, kunt u er ook afhankelijk van worden en zelfs hoofdpijn van krijgen (medicatie-afhankelijke hoofdpijn). Probeer dit te voorkomen. Kom bij twijfel naar het spreekuur en bespreek dit. We kunnen dan samen proberen de pijnstillers af te bouwen. Het is goed u zo nu en dan af te vragen of er een andere manier is om uw klachten aan te pakken zodat u minder pijnstillers hoeft te nemen of ermee kunt stoppen. Een gezonde leefstijl kan hierbij helpen.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.