U bent nu hier:

Dwangstoornis

Versiedatum: 4 november 2009

Wat is een dwangstoornis?

Als iemand steeds weer hetzelfde denkt of steeds weer hetzelfde doet, kan er sprake zijn van een dwangstoornis, ook wel obsessief-compulsieve stoornis genoemd.

U heeft vast wel eens extra gecontroleerd of het gas uit is, of de deur op slot is. Bij mensen met een dwangstoornis neemt dit extreme vormen aan. Dan zijn er dwanggedachten die zorgen voor (ondraaglijke) angst, bijvoorbeeld dat u ziek wordt als u niet uw handen wast. Die dwanggedachtes (obsessies) zijn vaak pas te stoppen of te onderdrukken als er dwanghandelingen (compulsies) worden uitgevoerd. Tijdelijk worden de dwanggedachten en de angst hierdoor minder, maar na een tijdje begint het van voren af aan.

Een dwangstoornis ontstaat vaak geleidelijk en ongemerkt. Vaak gebeurt dat als u ontdekt dat een bepaalde gedachte of handeling angst of onrust kan bezweren. Dan gaat u de rustgevende gedachte of handeling steeds vaker gebruiken. Zo vaak, dat dit veel tijd kan opslokken en het normale dagelijkse leven eigenlijk onmogelijk maakt.

Een dwangstoornis komt evenveel bij mannen voor als bij vrouwen.

Hoe kunt u een dwangstoornis herkennen?

Meestal zijn er zowel dwanggedachten als dwanghandelingen. Dit kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • Was- of poetsdwang: zo bang voor besmetting, dat u steeds de handen moet schrobben of moet stofzuigen (soms urenlang) of niemand een hand durft te geven;
  • Controledwang: steeds moeten controleren of het gas uit is (en steeds weer terugkeren naar huis), omdat anders het huis zou kunnen ontploffen;
  • Perfectiedwang: de hele dag bezig dingen recht te zetten, steeds opnieuw de bloemen moeten schikken.

Wat kunt u zelf doen bij een dwangstoornis?

Probeer te praten over uw gedachten en gevoelens. Probeer niet weg te lopen voor angstige situaties, maar blijf tot u de dwanggedachten of angst minder voelt worden.

Neem contact op met uw huisarts, zeker als de dwangstoornis uw dagelijks leven belemmert.