U bent nu hier:

HIV/AIDS

Versiedatum: 2 november 2009

Wat is HIV/AIDS?

HIV is een virus. Bij geïnfecteerde personen komt het virus in het hele lichaam voor, maar het virus kan alleen worden overgedragen via bloed, sperma, vaginavocht en moedermelk.

Het virus tast de witte bloedcellen aan die een rol spelen bij het afweersysteem. De witte bloedcellen die zijn besmet, functioneren slechter of sterven af. Daarom wordt de afweer geleidelijk minder als het virus zich gaat vermenigvuldigen.

Een HIV-infectie kan 8 tot 11 jaar na besmetting klachten geven. Tot die tijd zijn er geen klachten, men is dan ‘seropositief’. Dit betekent dat het virus in het bloed aantoonbaar is zonder dat u klachten heeft. Na deze periode kunnen er lymfeklierzwellingen ontstaan, en moeheid, koorts en gewichtsverlies. Later kunnen er infecties ontstaan die bij gezonde mensen niet voorkomen. Dit komt doordat de afweer is verminderd. In dat stadium wordt de diagnose AIDS gesteld. Nog later (in het eindstadium) kunnen er tumoren en vormen van kanker ontstaan. AIDS is een dodelijke ziekte.

Risicogroepen voor HIV-infecties en AIDS zijn mensen met veel wisselende (homo-)seksuele contacten en druggebruikers die drugs injecteren. Vooral in Afrika komt HIV veel voor.

Er is nog geen genezend medicijn tegen AIDS. Wel kan het HIV-virus met medicijnen worden afgeremd, waardoor patiënten langer kunnen leven zonder veel klachten.

Wat kunt u zelf doen aan HIV?

U Als u onveilig heeft gevreeën met een HIV-positieve persoon, is het raadzaam u te laten testen. Pas na drie maanden kan definitief aangetoond worden of u wel of niet besmet bent.

Door altijd veilig te vrijen voorkomt u een infectie.

  • Gebruik een condoom wanneer de penis in aanraking komt met de vagina of anus.
  • Gebruik een condoom of beflapje wanneer u elkaar met de mond bevredigt.
  • Knuffelen, strelen, (tong)zoenen en uzelf of elkaar met de hand bevredigen zijn veilig.

Kijk voor meer informatie naar HIV, SOA algemeen.